<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:6171</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-30T10:00:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751360-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:6171">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:6171</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-29T15:16:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:6171 Rechtbank Amsterdam , 17-07-2018 / 13/751360-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:6171:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolgings-EAB Hongarije. Overlevering gedeeltelijk geweigerd op grond van artikel 7 OLW (toetsing dubbele strafbaarheid).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:6171:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM, </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751360-18</para>
      <para>RK-nummer: 18/3141</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 17 juli 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 11 mei 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 6 april 2018 door <emphasis role="italic">the District Court of Kecskemét</emphasis> (Hongarije) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] , </emphasis>
      </para>
      <para>	geboren op [geboortejaar] te [geboorteplaats] (Hongarije), </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, </para>
      <para>	thans gedetineerd in het [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 3 juli 2018. De behandeling heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft op 3 juli 2018 schriftelijk afstand gedaan van zijn recht om op zitting te verschijnen. Wel is verschenen de raadsman van de opgeeiste persoon, mr. R.A.E. Bunge, advocaat te Heeze.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia kloppen en dat de opgeëiste persoon de Hongaarse nationaliteit heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een nationaal arrestatiebevel van 6 april 2018, uitgevaardigd door <emphasis role="italic">the District Court of Kecskemét, </emphasis>met kenmerk: 15.B.82/2017/70.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van Hongarije strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, 2e OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan ten aanzien van feit 1, zoals omschreven in rubriek e) van het EAB. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit feit levert naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	diefstal door twee of meer verenigde personen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2, zoals omschreven in rubriek e) van het EAB, ziet op de verdenking van het gebruik van cannabis. Met de raadsman en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het enkele gebruik van cannabis naar Nederlands recht niet strafbaar is. De overlevering dient daarom te worden geweigerd voor dit feit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van juni 2018 volgt dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Hongarije zal worden geplaatst in de gevangenis in Szombathely, waarbij is vermeld dat de detentieomstandigheden aldaar conform de Europese normen zijn. De rechtbank heeft in eerdere uitspraken geoordeeld dat er voor deze instelling geen bewijzen zijn als bedoeld in het arrest Aranyosi en Căldăraru van het HvJ EU dat personen die in die instelling gedetineerd zijn, onmenselijk of vernederend worden behandeld (zie o.a.: ECLI:NL:RBAMS:2016:4966, ECLI:NL:RBAMS:2017:6707). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de brief wordt ook vermeld dat de opgeëiste persoon voordat hij in Szombathely wordt geplaatst, <emphasis role="italic">for the duration of the transfer process</emphasis> geplaatst zal worden in <emphasis role="italic">the Budapest Remand Prison. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft hierover opgemerkt dat niet duidelijk is hoe lang de opgeëiste persoon hier zal verblijven zodat dit mogelijk een beletsel voor overlevering vormt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt – onder verwijzing naar uitspraken van 4 augustus 2016 en 15 december 2016<footnote-ref linkend="_bb40c2f4-48ff-4735-9422-6f8de415d0f6" /> – als volgt. De Hongaarse justitiële autoriteit heeft gegarandeerd dat de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd in de penitentiaire inrichting Szombathely. Totdat hij daar kan worden geplaatst, zal hij in <emphasis role="italic">the Budapest Remand Prison</emphasis> verblijven <emphasis role="italic">“for the duration of the transfer process”</emphasis>. Nu al vaststaat dat de opgeëiste persoon zal worden geplaatst in Szombathely, zal het verblijf in <emphasis role="italic">the Budapest Remand Prison</emphasis> van zeer korte duur en niet langer dan strikt noodzakelijk zijn. De rechtbank concludeert tegen deze achtergrond dat, voor zover er bewijs is voor een algemeen reëel risico van een onmenselijke of vernederende behandeling in <emphasis role="italic">the Budapest Remand Prison</emphasis>, er geen reëel gevaar bestaat dat de opgeëiste persoon in geval van overlevering in de uitvaardigende lidstaat zal worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling. <?linebreak?></para>
      <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat artikel 4 Handvest in dit geval niet in de weg staat aan (het nemen van een beslissing over) de overlevering. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB ten aanzien van feit 2 voldoet aan de eisen van de OLW, wordt de overlevering van dat feit geweigerd. Ten aanzien van feit 1 is voldaan aan de eisen van de OLW, zodat de overlevering voor dat feit wordt toegestaan. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> voor zover het EAB betrekking heeft op het als feit 2 van rubriek e) in het EAB omschreven feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the District Court of Kecskemét</emphasis> ten behoeve van het in Hongarije tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar het als feit 1 van rubriek e) in het EAB omschreven feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. J.A.A.G. de Vries,	                                                                    voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.W.C.M. van Emmerik en E.G. Fels,	                                             rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster,                                         	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 17 juli 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_bb40c2f4-48ff-4735-9422-6f8de415d0f6" label="1">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2016:4966 en ECLI:NL:RBAMS:2016:9283.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>