<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:567</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-12T11:37:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-01-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/659101-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:567">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:567</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-12T11:30:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:567 Rechtbank Amsterdam , 23-01-2018 / 13/659101-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:567:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beschikking bezwaarschrift tegen de dagvaarding, ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:567:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer: 13/659101-17</para>
    <para>RK-nummer:  18 /102 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">BESCHIKKING</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>op het op 5 januari 2018 ter griffie van deze rechtbank ingekomen bezwaarschrift tegen de dagvaarding van:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,                                                                            ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres] . </para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold underline">1. Inhoud van het bezwaarschrift </emphasis>
  </para>
  <para>Het bezwaarschrift richt zich tegen de op 30 december 2017 aan verdachte betekende dagvaarding onder bovenvermeld parketnummer, waarbij aan haar ten laste wordt gelegd dat</para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">zij op of omstreeks 12 februari 2017 te [geboorteplaats] , althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [persoon ] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen één of meerdere ma(a)l(en) met een (Stanley)mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in/tegen het hoofd, althans diens lichaam, heeft gestoken en/of gesneden en/of geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">subsidiair</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">zij op of omstreeks 12 februari 2017 te [geboorteplaats] , althans in Nederland, [persoon ] opzettelijk heeft mishandeld door één of meerdere ma(a)l(en) met een (Stanley)mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in/tegen het hoofd, althans diens lichaam, te steken en/of te snijden en/of te slaan waardoor [persoon ] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold underline">2. Procesgang </emphasis>
  </para>
  <para>Het bezwaarschrift is tijdig ingediend. Verdachte is dus ontvankelijk in haar bezwaar.                       De rechtbank is ook bevoegd het bezwaar te behandelen. </para>
  <parablock>
    <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak onder bovengenoemd parketnummer en heeft op 23 januari 2018 de officier van justitie en de raadsman van verdachte, mr. J. Ruijs, advocaat te Amsterdam, in raadkamer gehoord.</para>
    <para>De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een schriftelijke reactie op het bezwaarschrift aan de rechtbank en aan de raadsman van verdachte toegezonden. In raadkamer heeft de raadsman verklaard geen behoefte te hebben het door hem schriftelijk ingediende bezwaarschrift nader toe te lichten. </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Standpunt verdediging </title>
    <para>Het bezwaarschrift houdt – kort en zakelijk weergegeven – in dat verdachte lichtvaardig is gedagvaard. De verklaring van verdachte staat lijnrecht tegenover de verklaring van aangever. Het dossier bevat geen steunbewijs dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de haar verweten gedragingen. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Standpunt Openbaar Ministerie </title>
    <para>De officier van justitie heeft – kort en zakelijk weergegeven- betoogd dat het bezwaarschrift ongegrond moet worden verklaard.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>Beoordeling </title>
    <para>De rechtbank overweegt dat artikel 262 van het Wetboek van Strafvordering beoogt een waarborg te bieden tegen een lichtvaardige dagvaarding en daarmee tegen een nodeloze openbare terechtzitting voor de verdachte. Het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 262 van het Wetboek van Strafvordering draagt een summier karakter. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de inhoud van het dossier meer omvat dan enkel de verklaringen van verdachte en aangever en daarom geen aanleiding geeft aan te nemen dat er sprake is van onvoldoende aanwijzing van schuld. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet hoogst onaannemelijk is dat de strafrechter later oordelend, het ten laste gelegde geheel of gedeeltelijk bewezen dan wel strafbaar zal achten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">6. Beslissing </emphasis>
      </para>
      <para>Verklaart het bezwaarschrift ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 23 januari 2018 door </para>
      <para>mr. R.A. Sipkens,									voorzitter,</para>
      <para>mrs. C.F. de Lemos Benvindo en O.P.M. Fruytier, 					rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.E.H. Eijkhout, 					griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>