<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:5427</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-06T08:13:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751778-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#internationaalPubliekrecht">Internationaal publiekrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:5427">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:5427</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-06T08:12:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:5427 Rechtbank Amsterdam , 26-07-2018 / 13/751778-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:5427:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Polen, weigering ogv art. 12 OLW, deal met Officier van justitie, bekrachtigingszitting</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:5427:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751778-17		 </para>
      <para>RK nummer: 17/5880</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 26 juli 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 6 september 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 11 april 2017 (ontvangen op 26 augustus 2017) door <emphasis role="italic">the Circuit Court </emphasis>in Wroclaw (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1993, </para>
      <para>	zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen “de opgeëiste persoon”. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering zou worden behandeld op de zitting van 12 juni 2018. Op de zitting waren de officier van justitie N.R. Bakkenes en de advocaat van de opgeëiste persoon, mr. S. van den Berg aanwezig. De opgeëiste persoon is niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de oproeping nietig verklaard en de behandeling voor onbepaalde tijd aangehouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is vervolgens behandeld op de openbare zitting van 12 juli 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J. Asbroek. De opgeëiste persoon is niet verschenen. De advocaat mr. S. van den Berg is verschenen maar zij heeft aangegeven dat zij niet gemachtigd was om namens de opgeëiste persoon het woord te voeren.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22 van de OLW uitspraak zou moeten doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon 		</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van het <emphasis role="italic">District Court</emphasis> in O<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" scale="100" fileref="51281fbc-b8a4-4a25-8492-b2951cd689c1" depth="48" width="28" format="image/png" /></imageobject></inlinemediaobject>awa van 4 november  2011 (kenmerk II K 815/11). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 5 maanden en 20 dagen.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 van de OLW  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens onderdeel d) van het EAB en aanvullende informatie van 23 januari 2018 is de opgeëiste persoon niet in persoon verschenen op de terechtzitting van 4 november 2011 die tot het vonnis heeft geleid. De dagvaarding is naar Pools recht op de juiste wijze uitgereikt, namelijk aan zijn broer op 12 oktober 2011. Hij is niet vertegenwoordigd door een advocaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft aangevoerd dat zij uit de aanvullende informatie afleidt dat de opgeëiste persoon een deal heeft gesloten met de Poolse officier van justitie en vervolgens afstand heeft gedaan van zijn recht om aanwezig te zijn op de terechtzitting waarop de deal zou worden bekrachtigd (hierna de bekrachtigingszitting). De weigeringsgrond van artikel 12 van de OLW is in dit geval volgens het Openbaar Ministerie niet van toepassing. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder verwijzing naar haar eerdere uitspraken van 3 juli 2009 en  27 juli 2010, (ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ4256 en ECLI:NL:RBAMS:2010:BN4369) overweegt de rechtbank dat een beslissing van een rechter waarbij, buiten aanwezigheid van de opgeëiste persoon, een overeenkomst tussen het Openbaar Ministerie en de opgeëiste persoon wordt bekrachtigd, onder de reikwijdte van artikel 4 bis Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 van de OLW valt. In die procedure is sprake van een behandeling ten gronde omdat de rechter kennis neemt van het bewijs, dat bewijs waardeert en bij twijfel over de adequaatheid van de straf of de schuld de overeenkomst niet mag bekrachtigen, maar de zaak moet verwijzen naar een terechtzitting. Een dergelijk overeenkomst levert op zich geen afstand van het recht om te verschijnen op (conclusie A-G Bobek, C-108/16 PPU, ECLI:EU:C:2016:333 (Dworzecki), punt 68).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon is niet in persoon op de bekrachtigingszitting van 4 november 2011 verschenen en is niet in persoon gedagvaard. Gelet op vaste rechtspraak van deze rechtbank is een uitreiking aan een huisgenoot geen uitreiking in persoon (ECLI:NL:RBAMS:2016:3643). Daarnaast is niet gebleken dat de opgeëiste persoon anderszins daadwerkelijk officieel in kennis is gesteld van de datum en de plaats van de bekrachtigingszitting, zodat op ondubbelzinnige wijze vaststaat dat hij op de hoogte was van de voorgenomen zitting. Hij is ook niet door een gekozen advocaat bijgestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu zich geen van de omstandigheden als bedoeld in artikel 12, onder a tot en met d, van de OLW heeft voorgedaan, zal de rechtbank de overlevering ten behoeve van de executie van het vonnis van 4 november 2011 weigeren op grond van artikel 12 van de OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank volgt de officier van justitie niet in haar standpunt dat de weigeringsgrond van artikel 12 van de OLW geen toepassing vindt omdat de opgeëiste persoon afstand heeft gedaan van zijn recht om op de bekrachtigingszitting aanwezig te zijn. Niet is immers gebleken dat de opgeëiste persoon bij het sluiten van de overeenkomst de datum van de bekrachtigingszitting is aangezegd en hij dus op de hoogte is gebracht van de datum en plaats van de bekrachtigingszitting die tot de beslissing heeft geleid. Er staat dus niet op ondubbelzinnige wijze vast dat hij op de hoogte was van de voorgenomen bekrachtigingszitting. Evenmin is gebleken dat de opgeëiste persoon uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van zijn recht om te verschijnen op de bekrachtigingszitting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering dient te worden geweigerd gelet op het bepaalde in artikel 12 van de OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 12 van de OLW.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT </emphasis>de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon] </emphasis>aan <emphasis role="italic">the Circuit Court </emphasis>in Wroclaw (Polen) voor de tenuitvoerlegging van het resterende gedeelte van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEFT OP</emphasis> het – geschorste – bevel tot overleveringsdetentie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. J.A.A.G. de Vries,  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.E.J.M. Gielen en A.W.C.M. van Emmerik,   				rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D. Smeets,		                         		griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 26 juli 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">B</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>