<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:4565</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-02T17:46:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">4933456 CV EXPL 16-10076</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:4565">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:4565</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-02T17:46:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:4565 Rechtbank Amsterdam , 26-03-2018 / 4933456 CV EXPL 16-10076</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:4565:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proceskosten</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:4565:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonni•s</bridgehead>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="af0c6794-137a-4f44-a437-3f217f6e58d6" depth="3" width="516" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer:  4933456   CV EXPL  16-10076</para>
      <para>vonnis van: 26 maart 2018</para>
      <para>fno.:  94</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonnis van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de passagier] wonende te [woonplaats] eiser</bridgehead>
    <para>nader te noemen: de passagier gemachtigde: mr. H. Loonstein</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">de rechtspersoon naar buitenlands recht EI AI Israel Airlines LTD</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amstelveen gedaagde</para>
      <para>nader te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. W.M. Hes</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 16 oktober 2017 is een tussenvonnis gewezen waarin een comparitie van partijen is gelast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De passagier heeft daarna bij akte zijn vordering verminderd en verzocht de comparitie te laten vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vervoerder  is daarmee akkoord gegaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vervoerder heeft daarna bij akte (met producties) verzocht de passagier te veroordelen in  de werkelijke  proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De passagier heeft zich daar bij antwoord-akte tegen verzet. Vervolgens  is een datum voor vonnis  bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>GRONDEN VAN DE BESLISSING</title>
    <para />
    <para>1. De passagier heeft bij dagvaarding veroordeling van de vervoerder gevorderd tot betaling aan de passagier van€ 400,00 aan compensatievergoeding en€ 456,67 aan</para>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="503e35eb-646e-4e64-98b4-9246fc5fe840" depth="3" width="64" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>maaltijd-,  vervoers- en verblijfskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. In het tussenvonnis is al geoordeeld dat de compensatievergoeding toewijsbaar is. Deze zal dan ook thans worden  toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. De vervoerder is de wettelijke rente over de vertragingsvergoeding verschuldigd vanaf het moment dat hij in verzuim is geraakt. Ingevolge art. 6:82 BW treedt verzuim in wanneer de vervoerder in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn  voor nakoming wordt gesteld. De vervoerder  is op 22  februari 2016 tot betaling gesommeerd en daarbij is verzocht de vertragingsvergoeding binnen <emphasis role="italic">5 </emphasis>dagen· te voldoen. Hieruit volgt dat de vervoerder <emphasis role="italic">5 </emphasis>dagen na dagtekening van bovengenoemd  bericht in verzuim  is geraakt. De wettelijke rente is mitsdien  toewijsbaar vanaf 28 februari 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. De passagier heeft de vordering met betrekking tot de overige kosten ingetrokken en zijn vordering met betrekking tot de proceskosten gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6. Volgens de vervoerder dient de passagier in de werkelijke proceskosten te worden veroordeeld aangezien de passagier volgens hem misbruik heeft gemaakt van procesrecht. Het was immers voor de passagier al op voorhand duidelijk dat de vordering met betrekking tot de "overige schade" volstrekt kansloos zou zijn, des te meer nu hij al eerder had aangeboden een deel van de schadevergoeding aan de passagier te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. De vervoerder heeft in deze procedure verweer gevoerd tegen de gevorderde compensatievergoeding. In het tussenvonnis is de vordering tot betaling van deze vergoeding toewijsbaar geacht. Nu de passagier derhalve genoodzaakt was tot het aanhangig maken van deze procedure om betaling van de compensatievergoeding te verkrijgen, zijn de proceskosten niet nodeloos gemaakt. Dit geldt des te meer nu de vervoerder alleen voor de dagvaarding een vergoeding van een deel van de overige kosten heeft aangeboden en niet is gesteld of gebleken dat hij eerder aan de passagier heeft meegedeeld ook bereid te zijn de compensatievergoeding te betalen. Dat de vordering met betrekking tot de overige kosten een (iets) groter deel van de totale vordering bedraagt maakt dit niet anders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>8. Dit leidt tot de slotsom dat de vervoerder zal worden veroordeeld in de kosten van het geding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 400,00 aan hoofdsom, vermeerderd  met de wettelijke rente vanaf28 februari  2016 tot aan de  voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt de vervoerder in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de passagier begroot  op:</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="198a40b5-7d80-40fa-ace4-be9a3c049bc7" depth="2" width="100" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>exploot</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>94,08</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>salaris</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>250,00</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>223,00</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>567,08</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para>voor zover van toepassing,  inclusief btw;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling van een bedrag van€ 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van€ 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en de vervoerder niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <inlinemediaobject>
            <imageobject>
              <imagedata align="center" scale="100" fileref="b486b3c6-1ab5-4c19-9cf3-21025a4ece88" depth="163" width="156" format="image/png" />
            </imageobject>
          </inlinemediaobject>Dit vonnis is gewezen door mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken  op 26 maart 2018 in tegenwoordigheid van de  griffier.</para>
      </parablock>
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="66f3fcbe-5029-418e-825d-00ec1ebc53e8" depth="167" width="159" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>