<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:4515</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T12:32:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/644810 / HA ZA 18-260</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2018/911</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:4515">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:4515</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-09T14:32:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:4515 Rechtbank Amsterdam , 04-07-2018 / C/13/644810 / HA ZA 18-260</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:4515:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevoegdheidsincident; vordering van schuldeiser van vennootschap gericht tegen de bestuurder van die vennootschap op grond van onrechtmatige daad; artikel 7 lid 2 Brussel I bis-verordening, plaats van schade brengende feit, arrest HvJ ÖFAB/Koot.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:4515:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="91a9f0b2-4860-4642-852c-b9f2518ccff5" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="0cea55be-6955-4910-979e-a29d8ba274f7" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/13/644810 / HA ZA 18-260</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 4 juli 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">DERCO B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Alkmaar,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. K.M. Janssen te Alkmaar,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] (België),</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. J.A. van Essen te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna Derco en [gedaagde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 30 januari 2018, met producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie tot onbevoegdheid, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het incident, met producties.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten voor zover van belang in het bevoegdheidsincident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Derco exploiteert een onderneming gericht op de (wereldwijde) productie en verkoop van transport- en procesbanden. Derco Global Ltd. (hierna: Derco Global) is een Ghanese zustervennootschap van Derco.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is bestuurder en enig aandeelhouder van [naam Holding] (hierna: [naam Holding] ), welke vennootschap op haar beurt enig aandeelhouder is van [vennootschap 1] (hierna: [vennootschap 1] ) en [vennootschap 3] (hierna: [vennootschap 3] ). [gedaagde] is bestuurder van [vennootschap 1] en [vennootschap 3] . [gedaagde] is daarnaast ook betrokken bij de Ghanese vennootschap [vennootschap 4] (hierna: [vennootschap 4] ).  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [vennootschap 4] verkeerde begin 2015 in financiële problemen. Op verzoek van [gedaagde] heeft Derco een geldlening van € 22.000,- verstrekt aan [vennootschap 1] en heeft Derco Global een geldlening van USD 25.000,- verstrekt aan [vennootschap 4] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 29 oktober 2015 heeft [gedaagde] de vennootschap Asset Matters International B.V. (hierna: Asset Matters International) opgericht. [naam Holding] is enig aandeelhouder van Asset Matters International.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 juni 2016 is [vennootschap 1] veroordeeld tot (terug)betaling van het geleende bedrag van € 22.000 vermeerderd met rente en proces- en nakosten, in totaal € 30.045,62. Het vonnis is op 24 juni 2016 aan [vennootschap 1] betekend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 23 augustus 2016 is [vennootschap 1] op verzoek van Derco failliet verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Derco vordert kort gezegd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:</para>
      <para />
      <orderedlist numeration="upperroman">
        <listitem>
          <para>voor recht verklaart dat [gedaagde] schadeplichtig is jegens Derco;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan Derco van € 30.045,62 te vermeerderen met contractuele rente en buitengerechtelijke kosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten en nakosten. </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Derco legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] als statutair bestuurder (en middellijk enig aandeelhouder) van [vennootschap 1] een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst van geldlening, wist [gedaagde] , althans had hij redelijkerwijs moeten weten dat [vennootschap 1] niet in staat zou zijn haar contractuele verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst van geldlening na te komen en dat zij geen verhaal zou bieden voor de schade die Derco ten gevolge van die wanprestatie zou lijden. Subsidiair heeft [gedaagde] actief bevorderd dat [vennootschap 1] haar verplichting uit de overeenkomst van geldlening niet zou nakomen, door de lening kennelijk voor een ander doel aan te wenden dan waarvoor zij was verstrekt, dan wel door de enige activiteit van [vennootschap 1] over te dragen aan Asset Matters International, hetgeen eveneens een onrechtmatige daad oplevert. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft in de hoofdzaak nog niet van antwoord gediend.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in het bevoegdheidsincident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart, met veroordeling van Derco in de kosten van het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] legt aan zijn incidentele vordering ten grondslag dat de overeenkomst van geldlening in Ghana is gesloten, dat alle relevante actoren aldaar woonplaats hebben en hadden, dat alleen om praktische redenen is gekozen het geld via [vennootschap 1] te storten en dat het vermeende onrechtmatige handelen en de vermeende schadeveroorzakende gebeurtenis niet in Nederland maar in Ghana hebben plaatsgevonden.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Derco BV voert verweer en concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering. Volgens Derco is de Nederlandse rechter bevoegd om van dit geschil kennis te nemen op grond van artikel 7 lid 3 Verordening (EG) nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Brussel I bis-Vo) nu de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan is gelegen in Nederland. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna - indien nodig - nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Nu sprake is van een geschil met internationale aspecten en de hoofdvordering is ingesteld na 10 januari 2015 dient de rechtbank voor de beoordeling van haar bevoegdheid uit te gaan van de genoemde Brussel I bis-Vo. </para>
        <para>Met betrekking tot verbintenissen uit onrechtmatige daad is, naast de rechter van de woonplaats van gedaagde (artikel 4 Brussel I bis-Vo), ook bevoegd de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan (artikel 7 lid 2 Brussel I bis-Vo). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>In dit geval is sprake van een vordering van een schuldeiser (Derco) van een vennootschap ( [vennootschap 1] ) die erop is gericht de bestuurder van die vennootschap ( [gedaagde] ) aansprakelijk te stellen voor (onbetaalde en onverhaalbare) schulden van de vennootschap. Een dergelijke vordering is te kwalificeren als een verbintenis uit onrechtmatige daad in de zin van artikel 7 lid 2 Brussel I bis-Vo. Voor dergelijke vorderingen geldt dat de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan zich bevindt in de plaats waarmee de door die vennootschap verrichte werkzaamheden en de financiële situatie met betrekking tot die werkzaamheden verband houden (zie HvJ EU 18 juli 2013, C-147/12, <emphasis role="italic">NJ </emphasis>2014/84, <emphasis role="italic">ÖFAB/Koot</emphasis>). Aldaar is immers de informatie beschikbaar die de bestuurder nodig heeft voor de uitoefening van de op hem rustende (financiële) bestuurstaken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>In dit geval is noch de gestelde schadeveroorzakende gebeurtenis (het namens de vennootschap aangaan van een overeenkomst van geldlening in de wetenschap dat niet kan worden nagekomen en dat de vennootschap geen verhaal zal bieden dan wel het nadien bewerkstelligen dat de overeenkomst van geldlening niet wordt nagekomen door de lening voor een ander doel aan te wenden en/of activiteiten van [vennootschap 1] over te hevelen naar een zustervennootschap) noch de ingetreden schade (het onbetaald blijven van Derco als schuldeiser) eenduidig feitelijk-geografisch te lokaliseren. Weliswaar is de overeenkomst van geldlening (zo heeft [gedaagde] onbetwist gesteld) in Ghana ondertekend, maar zoals hiervoor vermeld moet worden aangeknoopt bij de plaats waarmee de door de vennootschap verrichte werkzaamheden en de financiële situatie met betrekking tot die werkzaamheden verband houden. Derco heeft (grotendeels reeds in de dagvaarding) gesteld dat [gedaagde] zijn bestuurstaken (voornamelijk) in of vanuit Nederland - alwaar [vennootschap 1] feitelijk en statutair gevestigd is - heeft verricht, dat het bedrag van de geldlening is overgemaakt op een Nederlandse bankrekening van [vennootschap 1] , dat de terugbetaling van de geldlening in Nederland diende plaats te vinden en dat de overheveling van activiteiten van [vennootschap 1] naar een (nieuw opgerichte Nederlandse) vennootschap in Nederland heeft plaatsgevonden. [gedaagde] heeft daartegenover onvoldoende onderbouwd dat de plaats van de (in dit verband relevante) activiteiten van [vennootschap 1] en de financiële situatie betreffende die activiteiten in Ghana was gelegen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot afwijzing van de incidentele vordering. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van Derco worden tot op heden begroot op € 543,00 (1 punt van tarief II) aan salaris advocaat. De nakosten zullen ambtshalve worden toegewezen zoals in de beslissing vermeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het bevoegdheidsincident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de incidentele vordering af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van het incident, aan de zijde van Derco tot op heden begroot op € 543,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de <emphasis role="bold">rol </emphasis>zal komen van<emphasis role="bold"> 15 augustus 2018 </emphasis>voor <emphasis role="bold">conclusie van</emphasis> a<emphasis role="bold">ntwoord</emphasis>, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.M. James-Pater, rechter, bijgestaan door mr. P.C.N. van Gelderen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2018.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>