<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:4396</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-23T12:43:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 17 _ 4526</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:4396">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:4396</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-23T12:41:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:4396 Rechtbank Amsterdam , 21-06-2018 / AWB - 17 _ 4526</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:4396:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>beroep gegrond - mondeling uitspraak na gegrond verzet - niet tijdig nemen besluit 4:17 Awb - eiser en vw verzoeken rb om vaststellen dwangsom - besluit (bip) inmiddels genomen - nog belang doordat er geen dwangsom is vastgesteld - rb stelt dwangsom vast</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:4396:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 17/4526 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juni 2018 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te [woonplaats] , eiser</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. L. Bertels).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 2 augustus 2017 heeft eiser bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op het verzoek van eiser van 20 december 2016 om kennisneming van een aantal gegevens.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 27 oktober 2017 (AMS 17/4526) heeft de rechtbank het beroep kennelijk gegrond verklaard en bepaald dat verweerder binnen acht weken na de datum van verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 21 maart 2018 (AMS 17/4526 V) heeft deze rechtbank het verzet tegen voornoemde uitspraak gegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 juni 2018. Eiser is verschenen. Verweerder is, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen. Na het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank stelt vast dat verweerder inmiddels (bij besluit van 13 september 2017) een besluit heeft genomen op het verzoek van eiser. Ter zitting heeft eiser aangegeven zich met dit besluit te kunnen verenigen, maar het beroep te handhaven gelet op het verzoek de hoogte van de dwangsom ingevolge artikel 8:55c van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vast te stellen. </para>
    <para />
    <para>2. Bij brief van 13 juni 2018 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld dat er nog geen dwangsom door verweerder is vastgesteld. Verweerder vraagt de rechtbank de dwangsom vast te stellen op het maximale bedrag van € 1.260,-. </para>
    <para />
    <para>3. Ondanks het feit dat er inmiddels een besluit is genomen door verweerder heeft eiser, gelet op zijn verzoek om vaststelling van de dwangsom, nog steeds belang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Vast staat dat verweerder te laat heeft beslist. Het beroep inzake het niet tijdige beslissen op de aanvraag dient daarom gegrond te worden verklaard.  </para>
    <para />
    <para>4. Op grond van artikel 8:55c van de Awb stelt de rechtbank desgevraagd de hoogte van de ingevolge afdeling 4.1.3 van de Awb verbeurde dwangsom vast. Tussen partijen is niet in geschil en ook de rechtbank stelt vast dat de dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 van de Awb € 1.260,- bedraagt.</para>
    <para />
    <para>5. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond;</para>
    <para>- stelt vast dat verweerder als gevolg van het niet tijdig beslissen een dwangsom heeft verbeurd van in totaal € 1.260,-;</para>
    <para>- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- aan eiser te vergoeden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.E. Wijnker, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Rijs, griffier<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier </para>
      <para>rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending hiervan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening. </para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>