<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:4164</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-20T12:15:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751285-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:4164">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:4164</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-20T12:14:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:4164 Rechtbank Amsterdam , 14-06-2018 / 13/751285-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:4164:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>“De nieuwe gegevens van Antigone nopen niet tot een heroverweging van hetgeen de rechtbank in haar uitspraak van 26 oktober 2017 heeft geoordeeld met betrekking tot de detentieomstandigheden in Italië. </para>
        <para>Immers, Antigone is - anders dan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in zijn uitspraak van 26 oktober 2017 heeft bepaald - klaarblijkelijk ervan uitgegaan dat het meubilair niet dient te worden betrokken bij de berekening van het vloeroppervlak van de cel.”</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:4164:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751285-18</para>
      <para>RK nummer: 18/2180</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 14 juni 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 30 maart 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 21 maart 2018 door het Arrondissementsparket van Imperia – Bureau Tenuitvoerlegging Strafvonnissen (Italië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeeïste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Italië) op [geboortedag] 1976, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>
        [detentie adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 31 mei 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. C.J.J. Visser, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Italiaanse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon 		</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Italiaanse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een: </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bevel tot tenuitvoerlegging voor gevangenneming nr. 421/2016 SIEP van 20 januari 2017 uitgevaardigd door het arrondissementsparket van Imperia en<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vonnis van de Rechtbank van Agrigento van 7 april 2015, uitvoerbaar verklaard op 20 oktober 2015.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zeventien jaren, zes maanden en zes dagen en een geldboete van € 7.753,00. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd bevel. Met dit bevel heeft de bevoegde Italiaanse autoriteit verschillende vrijheidsstraffen, waaronder de bij het vonnis van 7 april 2015 opgelegde vrijheidsstraf van een jaar en negen maanden en een geldboete van € 600,00, samengevoegd tot een totaalstraf van de genoemde duur. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 23, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">vervalsing van administratieve stukken en handel in valse documenten. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar het recht van Italië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Detentieomstandigheden in Italië</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van de opgeëiste persoon heeft aangevoerd, zakelijk weergegeven, dat er met betrekking tot de detentieomstandigheden in Italië nieuwe informatie is ten opzichte van de situatie ten tijde van de garantie van het Italiaanse Ministerie van Justitie van 9 oktober 2017. <?linebreak?>Er zijn nieuwe niet-vertaalde rapporten van de Italiaanse organisatie <emphasis role="italic">Associazione Antigone</emphasis> (hierna: Antigone) over de gevangenissen van Palermo en Termini Imerese te Sicilië, waarheen de opgeëiste persoon mogelijk wordt overgeleverd. Uit de rapporten blijkt dat de opgeëiste persoon mogelijk een onmenselijke behandeling in de penitentiaire instelling van Palermo en Termini Imerese wacht, nu Antigone heeft geconstateerd dat de gedetineerden daar - ondanks de garantie van het Ministerie - over minder dan 3 m² <emphasis role="italic">personal space</emphasis> beschikken. Gelet hierop moet de overlevering volgens de raadsman worden geweigerd dan wel moet beslissing op het overleveringsverzoek worden aangehouden ten einde de uitvaardigende justitiële autoriteit in de gelegenheid te stellen de garantie te geven dat de opgeëiste persoon tijdens zijn detentie in Italië niet over minder dan 3 m² <emphasis role="italic">personal space </emphasis>zal beschikken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verwerping van het verweer. De overgelegde rapporten zijn uitsluitend beschikbaar in de Italiaanse taal en bevatten geen nieuwe informatie nu Antigone al eerder heeft beweerd dat in sommige gevangenissen minder dan 3 m2 per gedetineerde beschikbaar is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 26 oktober 2017 (ECLI:NL:RBAMS:2017:7856) heeft deze rechtbank</para>
      <para>geoordeeld dat niet kan worden vastgesteld dat er in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat </para>
      <para>personen die in Italië zijn gedetineerd, onmenselijk of vernederend worden behandeld. De rechtbank heeft haar oordeel gebaseerd op de mededeling van het Italiaanse Ministerie van Justitie, afdeling Penitentiaire administratie, Algemene Directie Gedetineerden en Behandeling dat <emphasis role="italic">“er op dit moment in de Italiaanse penitentiaire inrichtingen geen enkele gedetineerde in kamers is geplaatst in ruimtes die kleiner zijn dan 3 m2</emphasis>.” </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze mededeling dateert van 9 oktober 2017, nadat het Openbaar Ministerie onder de aandacht van de uitvaardigende justitiële autoriteit had gebracht dat uit het statistisch rapport zou kunnen worden opgemaakt dat gedetineerden in een vijftal inrichtingen mogelijk over minder dan 3 m2 <emphasis role="italic">personal space</emphasis> in cellen beschikken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank nopen de nieuwe gegevens van Antigone niet tot een heroverweging van hetgeen de rechtbank in haar uitspraak van 26 oktober 2017 heeft geoordeeld met betrekking tot de detentieomstandigheden in Italië. Immers, Antigone is - anders dan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in zijn uitspraak van 26 oktober 2017 heeft bepaald<footnote-ref linkend="_f6d2ef5c-55b3-4be9-bc97-dfbd5f68db70" /> - klaarblijkelijk ervan uitgegaan dat het meubilair niet dient te worden betrokken bij het vloeroppervlak van de cel. De rechtbank wijst op de passage in het rapport over Palermo (pagina 2 onder <emphasis role="italic">‘Condizioni generali delle celle visitate’</emphasis>) waarin staat vermeld dat gedetineerden in Palermo beschikken over 2,25 m2 <emphasis role="italic">calpestabili </emphasis>(zijnde loopruimte). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit met betrekking tot de omstandigheden waaronder de opgeëiste persoon naar verwachting zal worden gedetineerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verweer wordt verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para>
      <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeeïste persoon]</emphasis> aan het Arrondissementsparket van Imperia – Bureau Tenuitvoerlegging Strafvonnissen (Italië) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. J.A.A.G. de Vries,  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. W.A.J.P. van den Reek en E.G. Fels,                         	                                        rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. T. Smit,				                         	     griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 14 juni 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">B</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f6d2ef5c-55b3-4be9-bc97-dfbd5f68db70" label="1">
    <para> Europees Hof voor de Rechten van de Mens (Grote Kamer) 20 oktober 2017, 7334/14, § 114 (Muršić/Kroatië).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>