<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:4015</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-26T08:55:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751744-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:4015">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:4015</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-26T07:48:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:4015 Rechtbank Amsterdam , 07-06-2018 / 13/751744-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:4015:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Polen, gedeeltelijke weigering ogv 12 OLW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:4015:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751744-17	</para>
      <para>RK nummer: 17/6454</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 7 juni 2018   </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 6 oktober 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel. </para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 27 juni 2017 (ontvangen op 10 augustus 2017) door <emphasis role="italic">the District Court </emphasis>in Lublin (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] , </emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats]  (Polen) op [geboortedag] 1994,   </para>
      <para>	wonende op het adres [adres] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 24 mei 2018 in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel.  </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich laten bijstaan door zijn raadsman, mr. B.K.M. Fritz, advocaat in Haarlem en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon 		</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van de volgende vonnissen van het <emphasis role="italic">Provincial Court</emphasis> van Chelm: </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>I. 	vonnis van 25 maart 2013 	(II K 743/12)		</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>II. 	vonnis van 5 december 2014 	(II K 824/13)		</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>III. 	vonnis van 10 februari 2016 	(VII K 171/15)		</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>IV.  	vonnis van 5 mei 2015 	(VII K 182/15)		 </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>V. 	vonnis van 1 oktober 2012 	(VII K 1093/12)	 </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>VI. 	vonnis van 8 december 2015 	(VII K 513/15)		 </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>VII. 	vonnis van 25 februari 2015	(VII K 1658/14)	</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van: </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>I. 	2 jaar, </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>II. 	1 jaar en 6 maanden</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>III. 	1 jaar en 6 maanden</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>IV. 	6 maanden</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>V. 	1 jaar en 6 maanden </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>VI. 	8 maanden</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>VII.	1 jaar </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>door de opgeëiste persoon nog geheel te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 van de OLW  </title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft betoogd dat de overlevering voor de vonnissen I, II en VII toegestaan kan worden omdat de opgeëiste persoon dan wel een gemachtigd raadsman op de zittingen die tot die vonnissen hebben geleid  aanwezig zijn geweest. </para>
      <para>De weigeringsgrond van artikel 12 van de OLW is wel van toepassing voor de overige vonnissen omdat de opgeëiste persoon in die zaken niet op de zitting aanwezig was en er geen sprake is van een van de situaties als vermeld in artikel 12 onder a tot en met d van de OLW. </para>
      <para>Gelet hierop dient de overlevering voor de vonnissen III, IV, V en VI geweigerd te worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de overlevering voor de vonnissen I, II, IV en VII toegestaan kan worden. Uit het EAB blijkt dat de opgeëiste persoon in persoon aanwezig was bij de terechtzitting van de vonnissen I, II, en IV. Verder heeft de opgeëiste persoon ter zitting aangegeven dat hij op de hoogte was van vonnis VII en heeft zijn advocaat niet gesteld dat in deze zaak niet is voldaan aan het gestelde in artikel 12 van de OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is ook met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de overlevering voor de vonnissen III, V en VI op grond van artikel 12 van de OLW geweigerd dient te worden.  Alhoewel de dagvaardingen in deze zaken naar <emphasis role="italic">Pools </emphasis>recht op de juiste wijze zijn betekend, staat vast dat de opgeëiste persoon niet in persoon is gedagvaard, dan wel anderszins daadwerkelijk officieel in kennis is gesteld van de datum en de plaats van de behandeling ter terechtzitting, zodat niet op ondubbelzinnige wijze vaststaat dat hij op de hoogte was van de voorgenomen terechtzitting. Nu de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen op de zittingen die tot de vonnissen hebben geleid en er verder evenmin sprake is van een van de situaties uit artikel 12, onder b tot en met d, van de OLW, zal de rechtbank de overlevering daarom op grond van artikel 12 van de OLW moeten weigeren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid, feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, als wordt voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>I. 	vonnis van 25 maart 2013 (II K 743/12)</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd</emphasis>.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>II. 	vonnis van 5 december 2014 (II K 824/13)</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oplichting, meermalen gepleegd. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>IV.  	vonnis van 5 mei 2015 (VII K 182/15)</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>VII. 	vonnis van 25 februari 2015 (VII K 1658/14)</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Diefstal. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu ten aanzien van de feiten met betrekking tot de vonnissen I, II, IV en VII waarvoor de overlevering wordt gevraagd, is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 van de OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering voor slechts die feiten te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de vonnissen III, V en VI moet de overlevering op grond van artikel 12 van de OLW worden geweigerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikelen 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 2, 5, 7 en 12 van de OLW.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon] </emphasis>aan <emphasis role="italic">the District Court </emphasis>in Lublin (Polen) voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. voor zover die vrijheidsstraf betrekking heeft op de feiten van de vonnissen: </para>
      <para>I	vonnis van 25 maart 2013 (II K 743/12), </para>
      <para>II	vonnis van 5 december 2014 (II K 824/13)</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <para>IV.  	vonnis van 5 mei 2015 (VII K 182/15)</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>VII. 	vonnis van 25 februari 2015 (VII K 1658/14)</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">WEIGERT</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon] </emphasis>aan <emphasis role="italic">the District Court </emphasis>in Lublin (Polen) voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, voor zover die vrijheidsstraf betrekking heeft op de vonnissen:  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>III. 	vonnis van 10 februari 2016 	(VII K 171/15)		</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>V. 	vonnis van 1 oktober 2012 	(VII K 1093/12)	 </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>VI. 	vonnis van 8 december 2015 	(VII K 513/15)		 </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gedaan door</para>
        <para>mr. J.A.A.G. de Vries,  				                         		voorzitter,</para>
        <para>mrs. R.A.J. Hübel en M.J.J.P. Luchtman,      			   		rechters,</para>
        <para>in tegenwoordigheid van D. Smeets,			                         		griffier,</para>
        <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 7 juni 2018. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>