<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:3930</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-18T08:57:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/659109-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:3930">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:3930</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-14T15:23:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:3930 Rechtbank Amsterdam , 29-05-2018 / 13/659109-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:3930:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>--</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:3930:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer:  13/659109-17 (Promis)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 29 mei 2018 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[verdachte]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 mei 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. P.C. Velleman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 21 juli 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf, namelijk als beheerder(s)/eigena(a)r(en) van een bedrijf/website met de naam [naam website] , [aangeefster] , opzettelijk heeft/hebben gediscrimineerd wegens haar ras,</para>
      <para>immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) gereageerd op een offerte-aanvraag van voornoemde [aangeefster] door te antwoorden: "Hi, Sorry, wij werken alleen voor mensen met normale namen zoals Jeroen, Kees, Rob, et cetera. Namen als [aangeefster] , Osama, Saddam dienen 50% vooruit te betalen. Is dit voor u een probleem? Groet, [verdachte] ";</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair:</para>
      <para>hij of omstreeks 21 juli 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de uitoefening van zijn/hun ambt, beroep of bedrijf, namelijk als beheerder(s)/eigena(a)r(en) van een bedrijf/website met de naam [naam website] , [aangeefster] heeft/hebben gediscrimineerd wegens haar ras en/of godsdienst, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) gereageerd op een</para>
      <para>offerte-aanvrag van voornoemde [aangeefster] door te antwoorden: "Hi, Sorry, wij werken alleen voor mensen met normale namen zoals Jeroen, Kees, Rob, et cetera. Namen als [aangeefster] , Osama, Saddam dienen 50% vooruit te betalen. Is dit voor u een probleem? Groet, [verdachte] ";</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van een email bericht van verdachte van 7 mei 2018 gericht aan de officier van justitie naar aanleiding van diens mailbericht aan verdachte van 7 mei 2018 waarin hij meedeelt dat de dagvaarding voor de zitting waarop de onderhavige is behandeld is uitgebracht en waarvan een kopie van de dagvaarding is meegezonden. Verdachte stelt zich op het standpunt dat Nederland geen rechtsmacht heeft omdat het bericht is verzonden vanuit Peru. Om die reden, zo begrijpt de rechtbank, moet de officier van justitie  niet-ontvankelijk  worden verklaard. </para>
        <para>De rechtbank verwerpt dit verweer. De leer van het constitutieve gevolg is in dit geval leidend bij de bepaling van de rechtsmacht. In die leer is bepalend waar de gevolgen van het strafbare feit zijn ingetreden. In dit geval is dat in Nederland geweest, de woonplaats van aangeefster.    </para>
        <para>Nu het feit aldus (mede) in Nederland heeft plaatsgevonden, heeft Nederland rechtsmacht. De Nederlandse strafrechter is bevoegd. Er zijn geen reden om de officier van justitie niet-ontvankelijk te achten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Overige voorvragen</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook voor het overige is de dagvaarding geldig en is deze rechtbank bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde. Er zijn ook geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde. Hij stelt, kort gezegd, dat er sprake van discriminatie op grond van ras, omdat er onderscheid wordt gemaakt tussen typische autochtone namen en typisch Arabische namen. Aan het opzetvereiste is voldaan, nu verdachte bewust de twee series namen heeft genoemd om daarmee een onderscheid neer te zetten.     </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 21 juli 2016 heeft aangeefster [aangeefster] via de website [naam website] een offerte aangevraagd voor het bouwen van een website. </para>
        <para>Diezelfde dag kreeg zij als antwoord op haar aanvraag de volgende email terug:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hi, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Sorry, wij werken alleen voor mensen met normale namen zoals Jeroen, Kees en Rob, et cetera. Namen als [aangeefster] , Osama, Saddam dienen 50% vooruit te betalen. Is dat voor u een probleem?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Groet, [verdachte]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat de voornoemde email is verzonden door verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Discriminatie</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of er sprake is van discriminatie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordelingskader</emphasis>
        </para>
        <para>Met de invoering van de overtreding van artikel 429quater van het Wetboek van Strafrecht (Sr) in 1971 is strafbaar gesteld het achterstellen van mensen wegens hun ras bij het beroeps- of bedrijfsmatig aanbieden van goederen of diensten. In 1981 is het bereik in daderschap van dit artikel uitgebreid door onderscheid – direct of indirect – wegens ras in de gehele sociaal-economische sfeer strafbaar te stellen en niet alleen een gemaakt onderscheid door (eigenaars van) bedrijven, maar ook door de werknemers van bedrijven. In 1991 is de reikwijdte van dit artikel uitgebreid, door naast het onderscheid wegens ras, ook het onderscheid wegens godsdienst, levensovertuiging, geslacht of hetero- of homo gerichtheid strafbaar te stellen. Tegelijkertijd is de definitie van het begrip “discriminatie” in artikel 90quater Sr aangepast en opgenomen in artikel 429quater Sr en is deze vorm van discriminatie met het oog op de wenselijkheid om de wetgeving betreffende discriminatie wegens onder meer ras op verschillende punten aan te scherpen, ook als misdrijf strafbaar gesteld in de gekwalificeerde specialis – immers alleen discriminatie wegens ras - van artikel 429quater Sr, artikel 137g Sr. Daarbij heeft de wetgever uitdrukkelijk gesteld dat onder “opzettelijk” ook moet worden begrepen het zogenoemde voorwaardelijk opzet (zich willens en wetens blootstellen aan de geenszins denkbeeldige kans dat racistische uitlatingen enz. zullen worden gedaan). Tot slot is in 2003 de strafmaat in artikel 137g verhoogd in gevallen waarin discriminatie in de sociaal-economische sfeer tot een beroep of gewoonte is gemaakt of door twee of meer verenigde personen is gepleegd. Discriminatie en meer in het bijzonder die in de sociaal-economische sfeer, waaronder de arbeidsmarkt, is derhalve strafbaar gesteld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Onder “discriminatie” moet volgens artikel 90quater Sr worden verstaan “elke vorm van onderscheid, elke uitsluiting, beperking of voorkeur, die ten doel heeft of ten gevolge kan hebben dat de erkenning, het genot of de uitoefening op voet van gelijkheid van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch of sociaal of cultureel terrein of op andere terreinen van het maatschappelijk leven, wordt teniet gedaan of aangetast.” Onder onderscheid naar ‘ras’ moet volgens de wetgever met verwijzing naar het oordeel van de Hoge Raad onder vermelding van artikel 1 van het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie mede worden verstaan onderscheid naar: huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op dit beoordelingskader valt het onderscheid dat door verdachte tussen de twee groepen namen is gemaakt, onder “elke vorm van onderscheid”. Kortom, er is naar het oordeel van de rechtbank sprake van discriminatie. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet zich verder gesteld voor de vraag of dit onderscheid discriminatie vormt op grond van ras (of godsdienst). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Discriminatie wegens ras</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft een onderscheid gemaakt met betrekking tot de toepassing van 50% vooruitbetaling  tussen enerzijds de dragers van autochtone namen (autochtonen) en anderzijds de dragers van Arabische namen (etnische Arabieren).  Nu de naam van aangeefster ( [aangeefster] )  in de categorie van de Arabische namen valt en in één zin wordt gebruikt met twee andere Arabische namen en daarom in de categorie van de etnische Arabieren valt, werd zij door verdachte anders behandeld,  namelijk dat zij 50% vooruit moest betalen. De rechtbank is op grond van deze feiten en omstandigheden van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte in de uitoefening van zijn bedrijf aangeefster [aangeefster] heeft gediscrimineerd wegens ras, in de zin van artikel 137g Sr. Uit het strafdossier is niet aannemelijk geworden dat voormelde tekst anders moet worden gelezen en  een andere lezing laat zich nauwelijks verklaren. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Directe/indirecte discriminatie</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van directe discriminatie, nu door verdachte expliciet is gezegd dat de speciale vooruitbetalingsregeling geldt voor mensen met Arabisch (klinkende) namen.   </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Opzettelijk </emphasis>
        </para>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte bewust twee series namen gehanteerd om daarmee een direct onderscheid neer te zetten. Verdachte heeft daardoor willens en wetens aangeefster [aangeefster] op basis van haar etnische afkomst achtergesteld. De rechtbank acht daarom het opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, op de discriminatie bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht op grond van het vorenstaande bewezen dat verdachte zich in de uitoefening van een beroep opzettelijk schuldig heeft gemaakt aan de discriminatie wegens ras van aangeefster [aangeefster] , zoals primair ten laste is gelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">1. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2016160093-1 van 23 juli 2016, in wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 1] , ongenummerd. </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van aangeefster, zakelijk weergegeven:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik ben slachtoffer geworden van discriminatie. Ik doe hiervan aangifte. </para>
        <para>Op 21 juli 2016 bevond ik mij in mijn woning (te [plaats] ). </para>
        <para>Ik was op dat moment offertes aan het opvragen voor het bouwen van een website. Eén van deze offertes was via het bedrijf [naam website] . Op 21 juli 2016 heb ik een email reactie gehad via het emailadres [emailadres] van [verdachte] .</para>
        <para>In deze mail stond de volgende tekst te lezen:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Hi, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Sorry, wij werken alleen voor mensen met normale namen zoals Jeroen, Kees en Rob. Namen als [aangeefster] , Osama, Saddam dienen 50% vooruit te betalen. Is dat voor u een probleem?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Groet, [verdachte] ” </emphasis>
        </para>
        <para>Ik voel mij gediscrimineerd op grond van mijn ras namelijk mijn Arabische naam. Mijn Arabische naam maakt mij niet anders als een Nederlandse naam, ik vind het daarom heel discriminerend en beledigend dat er op basis van mijn naam onderscheid wordt gemaakt over of je wel of niet een vooruitbetaling moet doen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">2. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2016160093-8 van 23 februari 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 2] , ongenummerd. </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 15 sept 2016 is er een zogenaamd “pixelmail” verzonden naar emailadres [emailadres] om zodoende achter de verblijfplaats te komen van de gebruiker van het emailadres, vermoedelijk de [verdachte] . Het ip adres ( [nummer] ) bleek te behoren aan een telecomprovider uit Peru. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">3. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2016160093-11 van 22 april 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam 3] , ongenummerd. </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er komt geen persoon met de naam [verdachte] voor in de beschikbare politiesystemen. </para>
        <para>In de Gemeentelijke Basis Administratie komt een persoon voor met de naam [verdachte] . Deze persoon is op 19 maart 2007 geëmigreerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">4. Een geschift, te weten een email afkomstig van het emailadres [emailadres] met als afzender [verdachte] van 7 mei 2018. </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De email bevat onder meer de volgende tekst:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De email is toendertijd door mij haastig geschreven als antwoord op een behoorlijk onbeschofte mail die ik van [aangeefster] kreeg. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.4 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 21 juli 2016 in elk geval in Nederland, in de uitoefening van een bedrijf, namelijk als beheerder/eigenaar van een website met de naam [naam website] , [aangeefster] , opzettelijk heeft gediscrimineerd wegens haar ras, immers heeft hij, verdachte gereageerd op een offerte-aanvraag van voornoemde [aangeefster] door te antwoorden: "Hi, Sorry, wij werken alleen voor mensen met normale namen zoals Jeroen, Kees, Rob, et cetera. Namen als [aangeefster] , Osama, Saddam dienen 50% vooruit te betalen. Is dit voor u een probleem? Groet, [verdachte] ".</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straf</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De eis van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 500,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 10 dagen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan discriminatie wegens ras binnen de uitoefening van een bedrijf, door een emailbericht met de tekst zoals ten laste is gelegd te verzenden waarin hij met betrekking tot vooruitbetaling onderscheid maakt tussen “normale” namen en Arabische namen. Verdachte heeft daarmee inbreuk gemaakt op een fundamenteel beginsel van onze samenleving, het verbod op discriminatie, zoals is neergelegd in artikel 1 van de Grondwet, in de wetgeving van Europese Unie en mondiale verdragen. Het handelen van verdachte heeft een grote impact gehad op aangeefster, zoals ook blijkt uit haar aangifte. Zij voelt zich terneergeslagen en verdrietig en haar gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen is ernstig aangetast. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal dezelfde straf opleggen als door de officier van justitie is geëist, nu de gevorderde straf in overeenstemming is met de ernst van het bewezenverklaarde. De rechtbank ziet echter aanleiding om een gedeelte van de geldboete voorwaardelijk op te leggen, enerzijds als stok achter de deur om verdachte er van te weerhouden opnieuw in de fout te gaan, anderzijds rekening houdende met het ongemak dat verdachte heeft ondervonden door de bedreigingen jegens zijn adres naar aanleiding van de publicatie van de bewuste email op social media. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van een geldboete ter hoogte van € 500,-, waarvan € 250,- voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c en 137g van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ten aanzien van het primair ten laste gelegde</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- <emphasis role="italic">het in de uitoefening van een bedrijf opzettelijk personen discrimineren wegens hun ras</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">geldboete</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 500,-</emphasis> (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 10 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat een gedeelte van deze geldboete, groot <emphasis role="bold">€ 250,-,</emphasis> (tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 5 dagen) niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij verdachte zich voor het einde van de op <emphasis role="bold">twee jaren bepaalde proeftijd</emphasis> schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. C. Klomp, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.W.C.M. van Emmerik en M.T.C. de Vries, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. K.M.H. Stikkers, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 mei 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>