<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:3550</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-24T15:22:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751192-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:3550">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:3550</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-24T15:12:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:3550 Rechtbank Amsterdam , 17-05-2018 / 13/751192-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:3550:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>deels overlevering toegestaan/ deels overlevering geweigerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:3550:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">		                    RECHTBANK AMSTERDAM	</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">		      INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751192-18</para>
      <para>RK nummer: 18/1736</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 17 mei 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 9 maart 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 5 december 2017 door het <emphasis role="italic">Circuit Court in Gliwice 5th Criminal Division</emphasis> in Rybnik (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[Opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] , </para>
      <para>niet ingeschreven in de Basisregistratie personen,</para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>thans gedetineerd in de [detentieplaats] ”,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 3 mei 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. J.S. Dobosz, advocaat te Zoetermeer, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, van de OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Grondslag en inhoud van het EAB</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het EAB wordt melding gemaakt van: </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>A. een verzamelvonnis van het<emphasis role="italic"> District Court of Rybnik</emphasis> van 15 mei 2013 (referentie: III K 906/12), waarbij de (voorwaardelijke) straffen die aan de opgeëiste persoon zijn opgelegd bij:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para> een vonnis van het <emphasis role="italic">District Court of Rybnik</emphasis> van 9 september 2010 <?linebreak?>(referentie: III K 640/10)</para>
        <para> een vonnis van het<emphasis role="italic"> District Court of Rybnik</emphasis> van 16 december 2010 <?linebreak?>(referentie: III K 968/10)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>	zijn samengevoegd tot een <emphasis role="bold">vrijheidsstraf van één jaar en negen maanden</emphasis>;</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>een vonnis van het <emphasis role="italic">District Court of Rybnik</emphasis> van 21 januari 2012 (referentie: III K 857/11), waarbij aan de opgeëiste persoon een voorwaardelijke <emphasis role="bold">vrijheidsstraf van vier maanden </emphasis>is opgelegd, waarvan de tenuitvoerlegging is bevolen bij de beslissing van het <emphasis role="italic">District Court of Rybnik </emphasis>van 8 december 2014.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het EAB is vermeld dat de opgeëiste persoon van de vrijheidsstraf van één jaar en negen maanden nog één jaar, één maand en 15 dagen moet ondergaan en dat hij de vrijheidsstraf van vier maanden nog geheel moet ondergaan. </para>
        <para>De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van (het resterende deel van) voormelde vrijheidsstraffen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voormelde vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verweer met betrekking tot reststraf </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Namens de opgeëiste persoon heeft de raadsman betoogd dat de in het EAB vermelde resterende straf niet juist is. Hij heeft de gevangenisstraf voor de vonnissen A en B al geheel uitgezeten. Dit wordt ook ondersteund door de aanvullende informatie met betrekking tot vonnis A. De Poolse autoriteiten geven immers aan dat hij ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding vast zat. Dat impliceert dat hij de straf vervolgens heeft uitgezeten. De overlevering dient voor beide vonnissen dan ook te worden geweigerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van voornoemde bewering, die de opgeëiste persoon ook tijdens de voorgeleiding bij de officier van justitie naar voren heeft gebracht, heeft het Openbaar Ministerie aan de uitvaardigende Poolse autoriteit aanvullende vragen over de resterende straf gesteld. </para>
        <para>De Poolse uitvaardigende autoriteit heeft bij brief van 26 april 2018 de informatie uit het EAB bevestigd. De resterende uit te zitten gevangenisstraf bedraagt voor het vonnis A (III K 906/12) één jaar en één maand en 15 dagen. Voor vonnis B (II K 857/11) is de resterende uit te zitten straf nog vier maanden. De rechtbank gaat met de officier van justitie uit van de juistheid van deze informatie. De enkele niet onderbouwde stelling van de opgeëiste persoon is onvoldoende om anders te oordelen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verwerpt het verweer. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 van de OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft betoogd dat de weigeringsgrond van artikel 12 van de OLW van toepassing is en dat de overlevering moet worden geweigerd.</para>
      <para>De opgeëiste persoon was niet op de zittingen aanwezig en er is geen sprake van een van de situaties als vermeld in artikel 12, onder a tot en met d, van de OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de weigeringsgrond van artikel 12 van de OLW alleen bij vonnis B van toepassing is en dat hiervoor de overlevering geweigerd moet worden. Voor vonnis A moet er op grond van de informatie uit het EAB en de aanvullende informatie van 5 april 2018 en 12 april 2018 van worden uitgegaan dat de opgeëiste persoon persoonlijk voor de ontvangst van de “<emphasis role="italic">notification</emphasis>” van de dagvaarding heeft getekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt op grond van de informatie uit het EAB in samenhang met de aanvullende informatie van 5 april 2018 en 12 april 2018 vast dat de opgeëiste persoon bij de vonnissen A  en B niet in persoon op de terechtzitting aanwezig was. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor vonnis A is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 12, onder a, van de OLW. Uit de aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon, terwijl hij was gedetineerd, officieel in kennis is gesteld van de datum en de plaats van de zitting op 15 mei 2013, die heeft geleid tot het verzamelvonnis. Hij heeft daarbij getekend voor de ontvangst van de “<emphasis role="italic">notification”</emphasis>. Hij heeft er echter voor gekozen om niet naar de zitting gebracht te worden. Verder is gebleken dat de opgeëiste persoon in de zaken <?linebreak?>III K 640/10 en III K 968/10 in persoon is gedagvaard en daarbij op de hoogte is gebracht van de datum en plaats van de behandeling ter zitting. De rechtbank gaat ook hier uit van de juistheid van deze informatie. De enkele ontkenning van de opgeëiste persoon is onvoldoende om anders te oordelen. Het verweer wordt verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor vonnis B is de rechtbank met de raadsman en de officier van justitie van oordeel dat de overlevering geweigerd moet worden. Alhoewel de dagvaarding naar <emphasis role="italic">Pools </emphasis>recht op de juiste wijze is betekend, staat vast dat de opgeëiste persoon niet in persoon op de zitting is verschenen, terwijl zich geen van de situaties uit artikel 12, onder a tot en met d , van de OLW, voordoet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid, feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan voor vonnis A is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">feit inzake III K 640/10</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="italic">verduistering; </emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">feit inzake III K 968/10</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="italic">diefstal door twee of meer verenigde personen;</emphasis></para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu ten aanzien van vonnis A (III K 906/12) waarvoor de overlevering wordt gevraagd is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 van de OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering voor die feiten te worden toegestaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor vonnis B (III IK 857/11) moet zij worden geweigerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 311 en 321 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 7 en 12 van de OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Met betrekking tot vonnis A (III K 906/12): </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[Opgeëiste persoon] ,</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Circuit Court in Gliwice 5th Criminal Division</emphasis> in Rybnik (Polen) voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Met betrekking tot vonnis B (III K 857/11): </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT d</emphasis>e overlevering van <emphasis role="bold">[Opgeëiste persoon] ,</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Circuit Court in Gliwice 5th Criminal Division</emphasis> in Rybnik (Polen) voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. J.A.A.G. de Vries,  				                         voorzitter,</para>
      <para>mrs. I. Verstraeten-Jochemsen en B. Poelert,				   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.M.G. Thijssen,	                              griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 17 mei 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>