<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:3005</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-28T14:40:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751114-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:3005">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:3005</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-08T07:42:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:3005 Rechtbank Amsterdam , 17-04-2018 / 13/751114-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:3005:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie-EAB Polen. Verweer omtrent detentieomstandigheden verworpen. Overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:3005:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">		                    RECHTBANK AMSTERDAM	</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">		      INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751114-18</para>
      <para>RK nummer: 18/978</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 17 april 2018 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 7 februari 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 13 december 2017 door <emphasis role="italic">the District Court of Legnica III Criminal Department</emphasis> (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] , </emphasis>
      </para>
      <para>	geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] (Polen), </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [BRP-adres] , <?linebreak?>thans gedetineerd in [detentieplaats] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 3 april 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw, mr. M.S. Kat, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon 		</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van twee vonnissen: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- een vonnis van <emphasis role="italic">the Regional Court of Złotoryja</emphasis> van 7 januari 2014, met kenmerk: II K 644/13, waarbij een gevangenisstraf is opgelegd van 1 jaar en waarvan volgens het EAB nog resteert: 11 maanden en 28 dagen;</para>
    <para />
    <para>- een vonnis van <emphasis role="italic">the Regional Court of Złotoryja</emphasis> van 25 september 2014, met kenmerk: II K 302/14, waarbij een gevangenisstraf is opgelegd van 1 jaar en 4 maanden, welke straf volgens het EAB nog volledig moet worden uitgezeten. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft betoogd dat de overlevering moet worden geweigerd omdat de opgeëiste persoon niet op de hoogte is geweest van de beslissingen die in 2016 zijn genomen en waarvan melding wordt gemaakt in het EAB in onderdeel B en in de aanvullende brief van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 13 maart 2018. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de behandeling aan te houden om nadere informatie hieromtrent te verkrijgen van de Poolse autoriteiten.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is. Uit het EAB volgt dat ten aanzien van het vonnis met kenmerk II K 302/14 aanwezig is geweest bij de behandeling ter terechtzitting die tot dat vonnis heeft geleid. Ten aanzien van het vonnis met kenmerk II K 644/13 is in het EAB vermeld dat de opgeëiste persoon niet aanwezig was bij de behandeling ter terechtzitting die tot dat vonnis heeft geleid en dat: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">the person was served with the decision on 17th January 2014 in case II K 644/13 and was expressly informed about the right to a retrial or appeal, in which he or she has the right to participate and which allows the merits of the case, including fresh evidence, to be reexamined, and which may lead to the original decision being reversed or changed;</emphasis>
        <?linebreak?>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">the person did not request a retrial or appeal within the applicable time frame. </emphasis>
      </para>
      <para>In een aanvullend schrijven van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 13 maart 2018 is hier aan toegevoegd dat de opgeëiste persoon <emphasis role="italic">picked up a copy of the sentence delivered on 7th January 2014 including instructions on appealing in person on 17th January 2014 and signed an acknowledgement of receipt of the concerned sentence.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het vonnis met kenmerk II K 644/13 is aldus sprake van de situatie zoals omschreven in artikel 12 onder c OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in voornoemde brief van 13 maart 2018 genoemde omzettingsbeslissing van 22 maart 2016 – de beslissing <emphasis role="italic">ordering the execution of the suspended custodial sentence</emphasis> – is volgens vaste rechtspraak geen beslissing die onder de reikwijdte van artikel 12 OLW valt<footnote-ref linkend="_583c0c45-bd49-4715-9226-6e8622564858" />. </para>
      <para>De in onderdeel B van het EAB genoemde beslissingen <emphasis role="italic">on institution of seeking by wanted notice</emphasis> van 6 juli 2016 en 12 april 2016 zien op nationale aanhoudingsbevelen naar aanleiding van de aan het EAB ten grondslag liggende vonnissen uit 2014, met de kenmerken: II K 644/13 en II K 302/14. Deze beslissingen vallen dus ook niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW. Het verweer wordt verworpen.  <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten I, IV, V, VI en VII waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit deze feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder de nummers 20 en 21, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	oplichting </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	racketeering en afpersing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten II en III (onder E.2 genummerd als I en II) niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW zijn neergelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	diefstal door twee of meer verenigde personen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Detentieomstandigheden</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>De raadsvrouw heeft, zakelijk weergegeven, betoogd dat de overlevering moet worden geweigerd omdat niet duidelijk is naar welk Pools detentiecentrum de opgeëiste persoon zal gaan en of de opgeëiste persoon aldaar de noodzakelijke medische zorg zal krijgen. De opgeëiste persoon heeft immers een psychiatrische aandoening, zit thans in een psychiatrische afdeling van de [detentieplaats] zit en is in 2016 door de Rechtbank Oost-Nederland tot één jaar plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis veroordeeld. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om aanhouding van de behandeling, zodat hierover nadere informatie – in de vorm van garanties – kan worden verkregen.</para>
      <para>De officier van justitie heeft zich niet verzet tegen het subsidiaire verzoek om aanhouding, nu het medische dossier van de opgeëiste persoon nog niet boven tafel is en onderzocht moet worden waar de opgeëiste persoon in Polen zal worden gedetineerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. In eerder uitspraken heeft de rechtbank zich op het standpunt gesteld dat in Poolse gevangenissen geen sprake is van een reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest<footnote-ref linkend="_5727916d-2b50-4797-9ee9-93b9c0818519" />. De gestelde zorgelijke medische omstandigheden – het dossier bevat overigens geen medische stukken ter onderbouwing hiervan – maken dit oordeel niet anders. Van bewijzen dat er een reëel gevaar bestaat dat personen met een psychiatrisch ziektebeeld die in Polen zijn gedetineerd, onmenselijk of vernederend worden behandeld, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. De raadsvrouw heeft geen documenten overgelegd waaruit dat zou blijken en de rechtbank is ook ambtshalve niet bekend met dergelijke bewijzen. De rechtbank verwerpt daarom het verweer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat de gezondheidssituatie van de opgeëiste persoon kan worden beoordeeld in het kader van de feitelijke overlevering op grond van artikel 35, derde lid van de OLW. Die beoordeling is voorbehouden aan de officier van justitie. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the District Court of Legnica III Criminal Department </emphasis>ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. R.A.J. Hübel,	                                                                    voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.A.A.G. de Vries en B. Poelert,	                                             rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster,                                         	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 17 april 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_583c0c45-bd49-4715-9226-6e8622564858" label="1">
    <para> Zie onder andere Rechtbank Amsterdam, 11 januari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:194.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5727916d-2b50-4797-9ee9-93b9c0818519" label="2">
    <para> Zie onder andere Rechtbank Amsterdam, 24 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:3081.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>