<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:2949</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-15T12:01:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 17/5579</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:2949">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:2949</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-15T12:01:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:2949 Rechtbank Amsterdam , 17-04-2018 / AMS 17/5579</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:2949:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WAO-uitkering, medisch en arbeidskundig onderzoek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:2949:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 17/5579 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2018 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiseres] , te Amsterdam, eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. B. Post),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, </emphasis>verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: R. Hopster).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 14 december 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder in verband met de de WAO-uitkering<footnote-ref linkend="_9e9519e0-882e-4770-aef2-ee240e1897f4" /> die eiseres ontvangt, de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres (ongewijzigd) vastgesteld op 45 tot 55% (50,06%). Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 11 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij het primaire besluit herroepen en beslist dat de WAO-uitkering van eiseres per 18 oktober 2016 wordt gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80% (77,40%).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 maart 2018. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat voorafging aan de procedure bij de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Eiseres was voorheen werkzaam als voltijds OK-assistente. Na een eerdere periode van arbeidsongeschiktheid in 2003 is zij uit zichzelf weer partieel gaan werken als OK-assistente. Op 21 oktober 2014 heeft zij zich opnieuw arbeidsongeschikt gemeld. Zij is toen voor 45-55% arbeidsongeschikt geacht, waarna zij een uitkering op grond van de Ziektewet (Zw) heeft gekregen. Op 1 juli 2015 is het dienstverband van eiseres beëindigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <parablock>
        <para>Eiseres heeft verweerder te kennen gegeven dat haar gezondheidstoestand per 29 augustus 2016 is verslechterd. Vanwege deze melding en omdat de Zw-uitkering van eiseres op 17 oktober 2016 afliep, heeft verweerder medisch en arbeidskundig onderzoek laten verrichten.<footnote-ref linkend="_57aac7dd-2346-4a6d-8229-26941a4e48a3" /> De conclusie van dit onderzoek is dat eiseres ongeschikt blijft voor haar maatgevende arbeid en dat haar arbeidsongeschiktheidsklasse ongewijzigd blijft op 45-55%.</para>
        <para>Verweerder heeft deze conclusie overgenomen in het primaire besluit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Eiseres heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Naar aanleiding van het bezwaar heeft verweerder opnieuw medisch en arbeidskundig onderzoek laten verrichten.<footnote-ref linkend="_0631839f-caee-4dad-adb0-3b5b12d375a6" /> Zowel de verzekeringsarts bezwaar en beroep als de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hebben aanleiding gezien om af te wijken van het primaire medische en arbeidskundige onderzoek. De mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres wordt gewijzigd vastgesteld op 77,40% (klasse 65-80%). Verweerder heeft deze conclusie overgenomen in het bestreden besluit. Omdat de mate van arbeidsongeschiktheid is gewijzigd heeft verweerder in het bestreden besluit het bezwaar gegrond verklaard en de kosten van bezwaar van eiseres vergoed.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van eiseres</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.	Eiseres is het niet eens met de beslissing van verweerder in het bestreden besluit. Volgens eiseres zijn haar medische beperkingen te licht vastgesteld. Eiseres voert aan dat verweerder meer rekening had moeten houden met haar medische voorgeschiedenis. Ook had verweerder onderzoek moeten doen naar haar hoge bloeddruk. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De medische grondslag van het bestreden besluit</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep<footnote-ref linkend="_70dd7c77-2d9a-4ad3-9cd0-747e6ccd1afc" /> komt een bijzondere waarde toe aan rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep, of arbeidsdeskundige bezwaar en beroep, indien deze rapporten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, geen inconsistenties bevatten en concludent zijn. Het gevolg van die bijzondere waarde van die rapporten is dat verweerder zijn besluiten over de arbeidsongeschiktheid van een betrokkene in beginsel op dit soort rapporten mag baseren. Een betrokkene kan echter proberen aan te tonen dat zo’n rapport niet zorgvuldig tot stand is gekomen, inconsistenties bevat, niet concludent is, of dat de in het rapport gegeven beoordeling onjuist is. Om aannemelijk te maken dat de gegeven beoordeling onjuist is, is in beginsel echter wel een rapportage van een arts noodzakelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De door eiseres aangevoerde fysieke en psychische klachten zijn in de rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep kenbaar meegenomen. Dit heeft ertoe geleid dat in de functionele mogelijkhedenlijst extra beperkingen zijn opgenomen ten aanzien van persoonlijk en sociaal functioneren en werktijden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is het medisch onderzoek zorgvuldig geweest en kan deze de getrokken conclusie dragen. Verweerder heeft de resultaten van het onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep aan het bestreden besluit ten grondslag mogen leggen. De beroepsgronden geven geen reden het medisch oordeel dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt voor onjuist te houden. Zo heeft eiseres in beroep geen nieuwe medisch geobjectiveerde feiten aangevoerd op grond waarvan anders dient te worden geoordeeld. Wat het controleren van de bloeddruk betreft, blijkt uit de rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat bij de Zw-beoordeling op 13 augustus 2015 de psychische klachten en de te hoge bloeddruk al zijn meegewogen. De verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep hebben hier acht op geslagen. Wat de medische voorgeschiedenis van eiseres betreft, blijkt uit de rapportage dat ook de verslavingsproblematiek van eiseres al eerder bekend was. Niet is gesteld of gebleken van andere dan de hiervoor genoemde klachten die zich in het verleden al hebben voorgedaan, waarmee verweerder rekening had moeten houden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De rechtbank begrijpt dat de weergave van de mate van arbeidsongeschiktheid in een abstract percentage moeilijk te rijmen is met de klachten die eiseres in het dagelijks leven ondervindt. De WAO zit echter nu eenmaal zo in elkaar dat de mate van arbeidsongeschiktheid in percentages wordt uitgedrukt. De omstandigheid dat eiseres zich in de praktijk door haar klachten meer beperkt voelt dan in het arbeidsongeschiktheidspercentage tot uiting wordt gebracht, biedt op zichzelf geen aanleiding om te veronderstellen dat het medisch onderzoek onvolledig of onzorgvuldig is geweest.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Nu geen aanleiding bestaat om de beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep voor onjuist te houden, kan niet worden geoordeeld dat het bestreden besluit berust op een ondeugdelijke motivering, doordat geen nadere medische informatie is opgevraagd. De beroepsgrond leidt daarom niet tot vernietiging van het bestreden besluit. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. Nu de beroepsgrond van eiseres tegen de geduide functies ziet op de vastgestelde medische beperkingen, dient de rechtbank volgens vaste rechtspraak<footnote-ref linkend="_8b733343-b19c-4568-b64f-0bfc8f2a7885" /> de toetsing van het bestreden besluit te beperken tot de medische grondslag en tot de vraag of de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht juist zijn. De beroepsgrond van eiseres houdt niet meer in dan de stelling dat de medische beperkingen omvangrijker zijn dan verweerder aanneemt. Uit medische stukken blijkt dit echter niet. Er is dan ook niet gebleken dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten onrechte functies heeft geduid die eiseres vanwege de vastgestelde beperkingen niet zou kunnen verrichten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag berust. Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.W. Jansen, rechter, in aanwezigheid van mr. A.G. Sijbrands, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 april 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier is buiten staat te tekenen</para>
      <para>rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9e9519e0-882e-4770-aef2-ee240e1897f4" label="1">
    <para> Uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_57aac7dd-2346-4a6d-8229-26941a4e48a3" label="2">
    <para> Rapportage van verzekeringsarts J. Baldewsing van 27 oktober 2016 (dossierstuk 149-3 e.v.) en rapportage van arbeidsdeskundige J.F. van Daalen van 10 november 2016 (dossierstuk 154-1 e.v.).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0631839f-caee-4dad-adb0-3b5b12d375a6" label="3">
    <para> Rapportage van verzekeringsarts bezwaar en beroep R.M. de Vink van 3 juli 2017 (dossierstuk 170-1 e.v.) en rapportage van arbeidsdeskundige bezwaar en beroep M. van Straaten van 13 juli 2017 (dossierstuk 176-1 e.v.).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_70dd7c77-2d9a-4ad3-9cd0-747e6ccd1afc" label="4">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 mei 2015 met kenmerk ECLI:NL:CRVB:2015:1683.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b733343-b19c-4568-b64f-0bfc8f2a7885" label="5">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 april 2007 met kenmerk ECLI:NL:CRVB:2007:BA2955.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>