<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:2412</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-15T12:11:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 17/5664</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:2412">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:2412</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-15T12:10:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:2412 Rechtbank Amsterdam , 12-04-2018 / AMS 17/5664</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:2412:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bezwaar had n-o verklaard moeten worden, in plaats van ongegrond. Brief van SVB is namelijk informatief van aard. Geen besluit in de zin van de Awb. Stond dus geen bezwaar tegen open.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:2412:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 17/5664</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 april 2018 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiseres] , te [woonplaats] (Marokko), eiseres</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. K. Verbeek).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [naam eiseres] ’ en ‘de SVB’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de brief van 7 november 2016 heeft de SVB aan [naam eiseres] meegedeeld dat zij geen recht heeft op een pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam eiseres] heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met het besluit van 22 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft de SVB het bezwaar van [naam eiseres] ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam eiseres] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De SVB heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 12 april 2018. [naam eiseres] is, na bericht van verhindering, niet verschenen. De SVB heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de rechtbank meteen uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het bestreden besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het bezwaar van [naam eiseres] tegen de brief van 7 november 2016 niet-	ontvankelijk; </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt de SVB op het betaalde griffierecht van € 46,- aan [naam eiseres] te vergoeden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank stelt vast dat de brief van de SVB van 7 november 2016 geen besluit is in de zin van de Awb. [naam eiseres] vraagt de SVB in haar brief van 30 september 2016 hoe groot haar AOW zal zijn als zij 66 jaar is. De SVB beantwoordt deze vraag van [naam eiseres] in de brief van 7 november 2016. Die brief is dus informatief van aard. Er ligt ook geen aanvraag aan ten grondslag.</para>
    <para />
    <para>2. Omdat de brief van 7 november 2016 geen besluit is, stond daartegen geen bezwaar open. [naam eiseres] heeft wel bezwaar gemaakt tegen deze brief. In het bestreden besluit is het bezwaar van [naam eiseres] ongegrond verklaard. Omdat tegen de brief van 7 november 2016 geen bezwaar openstond, had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard moeten worden, in plaats van ongegrond. De rechtbank verklaart het beroep daarom gegrond. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en verklaart het bezwaar van [naam eiseres] tegen de brief van 7 november 2016 alsnog niet-ontvankelijk. </para>
    <para />
    <para>3. Nu de rechtbank het beroep van [naam eiseres] gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat de Svb het door [naam eiseres] betaalde griffierecht ter hoogte van € 46,- aan haar vergoedt. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende kosten. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van mr. H. van der Schaft, griffier, op 12 april 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	</para>
      <para>						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. </para>
      <para>Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>