<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:222</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T17:58:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-01-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13.752051-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJFS 2018/43</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:222">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:222</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-01-22T09:26:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:222 Rechtbank Amsterdam , 18-01-2018 / 13.752051-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:222:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Overlevering, vervolging, Polen. </para>
        <para>Het verweer dat de opgeëiste persoon het risico loopt om het slachtoffer te worden van een schending van artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie omdat het rechtssysteem van Polen niet meer voldoet aan de eisen van een rechtsstaat, wordt door de rechtbank verworpen.</para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een zorgelijke ontwikkeling in Polen. Op dit moment is binnen EU-verband echter de artikel 7-procedure gestart en is door de Europese Commissie een nieuwe aanbeveling inzake de rechtsstaat tot Polen gericht. Deze inspanningen strekken er toe te voorkomen dat de door de raadsvrouw geschetste situatie in de verdere toekomst zou kunnen ontstaan. Naar het oordeel van de rechtbank kan bij de huidige stand van zaken niet worden geoordeeld dat overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen tot een schending van de grondrechten van de opgeëiste persoon, in het bijzonder artikel 47 Handvest, zal leiden.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:222:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.752051-17</para>
      <para>RK-nummer: 17/7448</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 18 januari 2018   </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 20 november 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 26 augustus 2016 door <emphasis role="italic">the District Court in Krakow, Third Criminal Division </emphasis>(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1991, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie te plaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 4 januari 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw, mr. M.M.R. Slaghekke, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een <emphasis role="italic">enforceable pre-trial decision</emphasis>, uitgevaardigd op <?linebreak?>10 augustus 2012 door <emphasis role="italic">the Regional Court in Krakow, Eleventh Criminal Division</emphasis>, met zaaknummer XI Kp 350/12/P.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar het recht van Polen strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 14, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	moord en doodslag, zware mishandeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Dreigende schending van de fundamentele rechten van de opgeëiste persoon  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de raadsvrouw is betoogd, zakelijk weergegeven, dat indien de opgeëiste persoon aan Polen wordt overgeleverd, hij het risico loopt om het slachtoffer te worden van een schending van, naar de rechtbank begrijpt, artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (‘Handvest’). De reden hiervoor is dat het rechtssysteem van Polen niet meer voldoet aan de eisen van een rechtsstaat. De hervorming van de rechterlijke macht heeft tot een inbreuk op het beginsel van de scheiding der machten geleid. De rechterlijke macht in Polen is onder de volledige politieke controle van de regering gebracht. Intussen is de Europese Commissie een zogeheten ‘artikel 7-procedure’ gestart, wat niet eerder in de geschiedenis van de Europese Unie (‘EU’) is gebeurd. Dit onderstreept de uitzonderlijkheid en de ernst van de situatie. </para>
      <para>De overleveringsprocedure is gebaseerd op vertrouwen tussen de EU-lidstaten in elkaars rechtssysteem. De ‘artikel 7-procedure’ doorkruist dit vertrouwen en leidt ertoe dat geen opgeëiste personen meer aan Polen zouden moeten worden overgeleverd, nu inwilliging tot schending van onder andere het recht op een eerlijk proces zal leiden. Dat geldt zeker als het EAB zoals in dit geval is gericht op een berechting die nog moet plaatvinden.</para>
      <para>Subsidiair wordt om aanhouding voor een termijn van tenminste drie maanden verzocht, teneinde te bezien of de Poolse autoriteiten de aanbevelingen van de Europese Commissie zullen naleven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft tot verwerping van het verweer geconcludeerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een zorgelijke ontwikkeling in Polen. Op dit moment is binnen EU-verband echter de artikel 7-procedure gestart en is door de Europese Commissie een nieuwe aanbeveling inzake de rechtsstaat tot Polen gericht. Deze inspanningen strekken er toe te voorkomen dat de door de raadsvrouw geschetste situatie in de verdere toekomst zou kunnen ontstaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan bij de huidige stand van zaken niet worden geoordeeld dat overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen tot een schending van de grondrechten van de opgeëiste persoon, in het bijzonder artikel 47 Handvest, zal leiden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het licht van dit oordeel zal de rechtbank ook het subsidiair gedane aanhoudingsverzoek afwijzen.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van<emphasis role="bold"> [opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the District Court in Krakow, Third Criminal Division</emphasis> ten behoeve van het in Polen tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. A.J. Dondorp,  					                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.A.A.G. de Vries en M.J. Alink,            			   		rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens,		                         		griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 18 januari 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>								De jongste rechter is buiten staat deze</para>
      <para>								uitspraak mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>