<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:2146</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-16T10:11:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751274-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:2146">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:2146</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-07T11:49:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:2146 Rechtbank Amsterdam , 15-03-2018 / 13/751274-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:2146:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Spanje</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:2146:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM, </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751274-16</para>
      <para>RK-nummer: 16/8586</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 15 maart 2018 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 14 december 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 16 maart 2016 door <emphasis role="italic">the Central Examining Magistrate’s Court No. Four of the National High Court </emphasis>te Madrid (Spanje) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] , </emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1966, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres [adres] , [plaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 14 maart 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 14 maart 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. M.G. Cantarella, advocaat te Den Haag, en door een tolk in de Turkse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de zaak voor onbepaalde tijd aangehouden om de officier van justitie gelegenheid te geven nader informatie bij de Spaanse justitiële autoriteiten op te vragen over de terugkeergarantie, omdat er aanleiding was voor twijfel aan de onvoorwaardelijkheid daarvan.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 27 juli 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 27 juli 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, </para>
      <para>mr. J.J.M. Asbroek. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. M.G. Cantarella, advocaat te Den Haag, en door een tolk in de Turkse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de zaak voor onbepaalde tijd aangehouden om de officier van justitie nogmaals de gelegenheid te geven navraag te doen bij de Spaanse justitiële autoriteiten over de terugkeergarantie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 1 maart 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is voortgezet behandeld op de openbare zitting van </para>
      <para>1 maart 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Diependaal. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. M.G. Cantarella, advocaat te Den Haag, en door een tolk in de Turkse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen (met terugwerkende kracht) eerst met dertig dagen en vervolgens voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse en Turkse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel van 16 maart 2016 van <emphasis role="italic">the Central Examining Magistrate’s Court number 4 of the National High Court in Preliminary Proceedings</emphasis> (108/2015).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van Spanje strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.  Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid,  feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummers 1n en 5, te weten, respectievelijk:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">deelneming aan een criminele organisatie;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. </emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Onschuldverweer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon heeft verklaard niet schuldig te zijn aan de feiten. Zijn raadsman heeft in dit verband naar voren gebracht dat de opgeëiste persoon echt niet weet waar het over gaat, dat hij in Spanje is geweest wegens zijn gezondheid, dat hij nu ineens in deze zaak is terechtgekomen en dat hem het voordeel van de twijfel moet worden gegund omdat sprake is van kennelijke onschuld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat hetgeen de raadsman heeft aangevoerd onvoldoende is om de onschuld van de opgeëiste persoon aan te tonen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De onschuldbewering kan dan ook niet leiden tot weigering van de overlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, als naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, als hij voor de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Rechtbank van Instructie Nr. 004 te Madrid heeft bij beslissing van 24 maart 2017 de volgende garantie gegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Stemt in met de opgelegde voorwaarde door de Nederlandse autoriteit, Arrondissementsparket Amsterdam, in de zin van het garanderen dat als de opgeëiste persoon, [opgeëiste persoon] , vanwege de zaak waarin hij wordt opgeëist, in Spanje wordt veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, diezelfde opgeëiste persoon zal worden teruggezonden naar Nederland voor het uitzitten van de opgelegde straf.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In voormelde beslissing is vermeld dat de beslissing niet definief is, omdat er nog verzet tegen kan worden ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij verklaring van 6 september 2017 heeft voornoemde rechterlijke instantie vervolgens verklaard:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Krachtens hetgeen vandaag is besloten, stuur ik u hierbij dit schrijven teneinde u te laten weten dat er niet in beroep is gegaan tegen de beslissing van 15 april 2017, gegeven door deze Centrale Rechtbank van Instructie nummer 4, door middel waarvan werd besloten in te stemmen met de voorwaarde die gesteld is door de Nederlandse autoriteit, Arrondissementsparket Amsterdam, in die zin dat er wordt gegarandeerd dat indien de opgeëiste persoon [opgeëiste persoon] tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel wordt veroordeeld in Spanje voor de zaak waarvoor hij is opgeëist, dat hij dan zal worden teruggezonden naar Nederland voor het uitzitten van de opgelegde staf. Dientengevolge is genoemde beslissing ONHERROEPELIJK.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien de feiten ook naar Nederlands recht strafbare feiten opleveren.  Aan deze voorwaarde is voldaan. De onder 4 bedoelde feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">deelneming aan een criminele organisatie die tot oog merk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, vierde en vijfde lid van de Opiumwet;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod. </emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende. Hierbij merkt de rechtbank op dat in voormelde verklaring van 6 september 2017 is verwezen naar een beslissing van 15 april 2017 van de Centrale Rechtbank van Instructie Nr. 004 te Madrid, terwijl de rechtbank slechts beschikt over de beslissing van 24 maart 2017, die hiervoor is aangehaald. De – abusievelijke – vermelding van de datum 15 april 2017 laat zich als volgt verklaren. In de brief van het Openbaar Ministerie, waarbij aan de Spaanse autoriteiten is gevraagd of de terugkeergarantie onherroepelijk is, is vermeld dat de terugkeergarantie op </para>
      <para>15 april 2017 is verstrekt. De officier van justitie heeft ter zitting verklaard dat op die datum een vertaling is ontvangen door het Openbaar Ministerie van de beslissing van 24 maart 2017. Met de officier van justitie en anders dan de raadsman ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding de informatie over de terugkeergarantie ongenoegzaam te achten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a OLW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB betrekking heeft op strafbare feiten die geacht worden geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW verbiedt in een dergelijk geval de overlevering voor deze feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft echter overeenkomstig artikel 13, tweede lid, OLW gevorderd dat wordt afgezien van de weigeringsgrond en daartoe de volgende argumenten aangevoerd: </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">drugs werden ingevoerd in Spanje;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">drugs werden ook in beslag genomen op Spaans grondgebied;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">Spaanse rechtsorde is geschokt;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">medeverdachten van [opgeëiste persoon] worden in Spanje vervolgd;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">Spanje heeft door het uitvaardigen van het EAB aangegeven te willen vervolgen;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">Spanje heeft ook een terugkeergarantie afgegeven voor [opgeëiste persoon] .</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voorgaande brengt volgens de officier van justitie mee dat uit het oogpunt van een goede rechtsbedeling overlevering aan de Spaanse autoriteiten dient plaats te vinden en overname van de strafzaak door Nederland niet de voorkeur verdient.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat artikel 13, tweede lid, OLW haar slechts een marginale toetsing van de vordering van de officier opdraagt en voor een verdergaande beoordeling geen ruimte biedt. </para>
      <para>Gelet op de door de officier van justitie aangevoerde argumenten heeft de officier van justitie in redelijkheid tot haar vordering kunnen komen. </para>
      <para>Er dient dan ook te worden afgezien van de in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW bedoelde weigeringsgrond. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Detentieomstandigheden/medische situatie van de opgeëiste persoon </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft ter zitting van 14 maart 2017 het volgende aangevoerd. </para>
        <para>De opgeëiste persoon kan niet worden gedetineerd in verband met zijn gezondheid. Hij heeft hartklachten waarvoor hij medicatie slikt en onder behandeling is. Zijn gezondheid is nu stabiel. Op het moment dat hij in detentie geraakt, zal er stress bij komen. Er zijn dan meerdere factoren die problemen kunnen opleveren. Daarbij is van belang dat in het rapport van de Council of Europe van een aantal jaren terug zorgen worden geuit over de detentieomstandigheden in Spanje. Ook in de rapportage van september 2016 worden zorgen geuit; dat ging echter om uitzetdetentie. De officier van justitie zou bij de feitelijke overlevering op grond van artikel 35, derde lid, van de OLW de medische gesteldheid van de opgeëiste persoon kunnen meewegen. Gelet op de ernst van de klachten en de omstandigheid dat de voorlopige hechtenis nog een tijdje kan duren in Spanje, is echter sprake van een weigeringsgrond.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft ter zitting van 14 maart 2017 het volgende naar voren gebracht. Er zijn geen veroordelingen van Spanje door het Europese Hof van Justitie voor de Rechten van de Mens met betrekking tot structurele problemen in detentiecentra. In Spanje zijn ook behandelingen voor hartklachten. Het Openbaar Ministerie zal de medische stukken ten aanzien van de opgeëiste persoon bekijken.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat hetgeen de raadsman heeft aangevoerd onvoldoende is om te concluderen dat er bewijzen zijn dat er voor gedetineerden (met medische problematiek) die door Nederland aan Spanje worden overgeleverd een reëel gevaar voor een onmenselijke of vernederende behandeling bestaat (HvJ EU 5 april 2016, C-404/15 en C-659/15 PPU, ECLI:EU:C:2016:198 (Aranyosi en Căldăraru), punten 88 en 89). De detentieomstandigheden in Spanje staan dan ook niet in de weg aan het toestaan van de verzochte overlevering.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De medische problematiek van de opgeëiste persoon zal, zo heeft de officier van justitie ter zitting al toegezegd, gelet op het bepaalde in artikel 35, derde lid, van de OLW in ogenschouw worden genomen bij de door de officier van justitie te nemen beslissing over de feitelijke overlevering. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 47 van het Wetboek van Strafrecht, 2, 10 en 11b van de Opiumwet en 2, 5, 6 en 7 van de vOLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon] , </emphasis>aan <emphasis role="italic">the Central Examining Magistrate’s Court No. Four of the National High Court </emphasis>te Madrid (Spanje) ten behoeve van het in Spanje tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. M. van Mourik,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.A.A.G. de Vries en B. Poelert, 				   		rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten,		                         		griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 15 maart 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mr. B. Poelert is buiten staat deze</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">							uitspraak mede te ondertekenen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>