<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:1942</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T01:03:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6125526  CV EXPL 17-15161</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>WR 2018/174</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:1942">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:1942</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-04T10:42:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:1942 Rechtbank Amsterdam , 05-04-2018 / 6125526  CV EXPL 17-15161</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:1942:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een huurster in Amstelveen hoeft niet alsnog ruim 2.000 euro aan servicekosten uit 2014 en 2015 te betalen. Die kosten had de verhuurder namelijk in een eerdere juridische procedure in 2015 aan de orde moeten stellen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:1942:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4f537d11-b55d-4b8c-bb9f-e121fc739db6" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="401a298f-09da-4ab3-9144-72652f5eb8cf" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 6125526  CV EXPL 17-15161</para>
      <para>vonnis van:  5 april 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonnis van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>I n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de besloten vennootschap Nationaal Grondbezit Imola B.V.</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Rotterdam</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>nader te noemen: Nationaal Grondbezit Imola</para>
      <para>gemachtigde: vd Hoeden/Mulder, gerechtsdeurwaarders</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [gedaagde]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>nader te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>gemachtigde: mr. G.J. Mulder</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">VERLOOP VAN DE PROCEDURE</bridgehead>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>dagvaarding van 29 juni 2017 met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>conclusie van antwoord;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>instructievonnis;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>conclusie van repliek;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>conclusie van dupliek;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dagbepaling vonnis.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>GRONDEN VAN DE BESLISSING</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast:</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] huurde vanaf 1 oktober 2012 de woning aan het adres [adres] van (de rechtsvoorganger van) Nationaal Grondbezit Imola. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij brief van 4 december 2014 heeft Nationaal Grondbezit Imola de huurovereenkomst met [gedaagde] vernietigd met een beroep op dwaling en bedrog. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij vonnis van 22 juni 2015 (zaaknummer 3068934 CV EXPL 14-13920) (hierna: het vonnis) heeft de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam, voor zover van belang, als volgt geoordeeld:<?linebreak?><emphasis role="italic">“(…) </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">BESLISSING</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">De kantonrechter:</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">I. verklaart voor recht dat de huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan de [adres] rechtsgeldig is vernietigd;</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">II. verklaart voor recht dat de bedragen die [gedaagde] vanaf 15 oktober 2012 tot de dag der ontruiming heeft voldaan en zal voldoen, dienen te worden aangemerkt als waardevergoeding als bedoeld in artikel 6:210 lid 2 BW;</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">(…)”</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Partijen hebben in overleg met elkaar met ingang van 1 oktober 2015 een nieuwe huurovereenkomst gesloten met betrekking tot dezelfde woning ( [adres] ) tegen een hogere (marktconforme) huurprijs. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Op 18 april 2016 heeft Nationaal Grondbezit Imola een eindafrekening gestuurd aan [gedaagde] met betrekking tot de servicekosten over de periode 1 januari 2014 tot en met 2014 ten bedrage van € 741,80.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Op 22 december 2016 heeft Nationaal Grondbezit Imola een eindafrekening gestuurd aan [gedaagde] met betrekking tot de stookkosten over de periode <?linebreak?>1 januari 2015 tot en met 30 september 2015 ten bedrage van € 703,51.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>Op 6 februari 2017 heeft Nationaal Grondbezit Imola een eindafrekening gestuurd aan [gedaagde] met betrekking tot de servicekosten over de periode <?linebreak?>1 januari 2015 tot en met 30 september 2015 ten bedrage van € 623,49.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8.</nr>
      <para>Ondanks sommaties heeft [gedaagde] de eindafrekeningen niet voldaan. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.9.</nr>
      <para>Bij brief van 18 mei 2017 heeft de gemachtigde van Nationaal Grondbezit Imola [gedaagde] aangemaand om binnen veertien dagen na bezorging van de brief het verschuldigde bedrag van € 2.068,80 te voldoen, bij gebreke waarvan tevens buitengerechtelijke kosten verschuldigd zullen zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Vordering</title>
    <para />
    <para>2. Nationaal Grondbezit Imola vordert dat [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:<?linebreak?>a.	€ 2.068,80 aan hoofdsom; <?linebreak?>b.	€ 375,49 aan buitengerechtelijke incassokosten; <?linebreak?>c.	rente over € 2.444,29 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;<?linebreak?>d.	de proceskosten.</para>
    <para>3. Nationaal Grondbezit Imola stelt hiertoe dat [gedaagde] de facturen genoemd onder 1.5 tot en met 1.7 ten bedrage van € 2.068,80, ondanks sommaties, niet heeft voldaan. [gedaagde] is deze bedragen op grond van artikel 6:210 lid 2 BW over de betreffende periodes wel verschuldigd, aldus Nationaal Grondbezit Imola. </para>
  </section>
  <section>
    <title>Verweer</title>
    <para />
    <para>4. [gedaagde] heeft verweer gevoerd. Zij voert allereerst aan dat uit het vonnis van 22 juni 2015 finale kwijting tussen partijen voortvloeit. Dit baseert [gedaagde] op de vaststelling van de rechter dat al hetgeen zij heeft voldaan tot aan de ontruiming als gebruikersvergoeding in de zin van artikel 6:210 lid 2 BW moet worden aangemerkt. </para>
    <para>5. Subsidiair voert [gedaagde] aan dat Nationaal Grondbezit Imola naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid haar recht heeft verwerkt om betaling te vorderen van de afrekening van de servicekosten-en stookkosten tussen 1 januari 2014 en 1 oktober 2015. De thans voorliggende vorderingen had Nationaal Grondbezit Imola in de vorige procedure tussen partijen moeten betrekken, dan wel in hoger beroep moeten gaan tegen vonnis of dit bij bij het aangaan van de nieuwe huurovereenkomst moeten aankaarten. </para>
    <para>6. Tot slot betwist [gedaagde] de omvang van de vorderingen en meent zij gelet op het voorgaande dat de buitengerechtelijke incassokosten afgewezen dienen te worden en dat iedere partij de eigen proceskosten dient te dragen. </para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <para>7. Vast staat dat de eerste huurovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is vernietigd door Nationaal Grondbezit Imola wegens bedrog aan de zijde van [gedaagde] . Het gevolg daarvan is dat de huurovereenkomst – met terugwerkende kracht – niet heeft bestaan. Omdat de prestatie die door Nationaal Grondbezit Imola geleverd is, te weten het verschaffen van het huurgenot en de overeengekomen service, niet meer ongedaan gemaakt kon worden heeft de kantonrechter een vergoeding van de waarde van de prestatie als bedoeld in art. 6:210 lid 2 BW vastgesteld. Nationaal Grondbezit Imola heeft daartoe zelf gevorderd dat deze prestatie werd vastgesteld op de door [gedaagde] vanaf oktober 2012 tot de ontruiming gedane betalingen. </para>
    <para>8. De stelling van [gedaagde] dat uit het eerdere vonnis een finale kwijting voortvloeit is juridisch niet correct, doch wel is het zo dat, nu de huurovereenkomst – met terugwerkende kracht – niet heeft bestaan, Nationaal Grondbezit Imola geen beroep kan doen op art. 7:259 e.v. BW, die de afrekening van servicekosten regelen en zij daarmee [gedaagde] ook niet voor de voeten kan werpen dat zij zich niet tot de huurcommissie heeft gewend om de servicekosten te laten toetsen. Indien Nationaal Grondbezit Imola aanspraak had willen maken op – uit een servicekostenafrekening voortvloeiende – extra servicekosten, dan had zij dat in het kader van de vaststelling van de waardevergoeding ex art. 6:210 lid 2 BW in de voorgaande procedure aan de orde moeten stellen. Nu zij dit heeft nagelaten, is er thans geen juridsche grondslag meer om alsnog servicekosten te vorderen. </para>
    <para>9. Gelet op het voorgaande wijst de kantonrechter de vorderingen van Nationaal Grondbezit Imola af. </para>
    <para>10. Nationaal Grondbezit Imola wordt als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten belast.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>wijst de vorderingen af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt Nationaal Grondbezit Imola in de proceskosten die aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot worden op € 200,00 aan salaris van de gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.A.M. Jacobs, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 april 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>