<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:1807</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-03T10:47:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/684526-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:1807">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:1807</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-03T08:08:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:1807 Rechtbank Amsterdam , 14-03-2018 / 13/684526-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:1807:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>afwijzing vordering ISD-maatregel</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:1807:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/684526-17 (Promis)</para>
      <para>Datum uitspraak: 14 maart 2018 (mondeling uitspraak)</para>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,<?linebreak?>geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1964,<?linebreak?>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,<?linebreak?>thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting [plaats detentie] .</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 maart 2018, waarbij verdachte aanwezig was.</para>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.M. Hoogerheide en van wat verdachte en zijn raadsman mr. A. Boumanjal naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 11 december 2017 te Amsterdam, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid goederen/voorwerpen (te weten 8 stuks Energetic en/of een stuk Nicotinell</para>
      <para>en/of een stuk Niquitin), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Albert Heijn (filiaal [adres] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zulks terwijl tijdens het plegen van het vorenomschreven misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige (verdachte) tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vindt dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend is bewezen op grond van de aangifte, de camerabeelden en het bonnetje dat verwijst naar de meegenomen goederen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de raadsman van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman van verdachte heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank vindt dat op grond van de aangifte namens het Albert Heijn-filiaal, de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting en het feit dat de weggenomen goederen bij verdachte zijn aangetroffen, het ten laste gelegde wettig en overtuigend is bewezen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in de bijlage vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte op of 11 december 2017 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke </para>
      <para>toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid goederen, te weten 8 stuks Energetic, een stuk Nicotinell en een stuk Niquitin, toebehorende aan winkelbedrijf Albert Heijn filiaal [adres] , zulks terwijl tijdens het plegen van het vorenomschreven misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige (verdachte) tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit en van verdachte</title>
    <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar en verdachte is hiervoor strafbaar. </para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Motivering van de straf</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de raadsman van verdachte </emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank geen ISD-maatregel aan verdachte kan opleggen, omdat er nieuwe informatie bekend is op basis waarvan verdachte kan worden uitgezet. Verdachte heeft namelijk recent verklaard dat hij de Marokkaanse nationaliteit bezit. Gelet op de Aanwijzing ISD moet er, wanneer een verdachte uitzetbaar is, gekozen worden voor deze weg in plaats van de weg van de ISD-maatregel. De raadsman verwijst voor dit standpunt naar jurisprudentie. Het Openbaar Ministerie heeft ervoor gekozen om informatie omtrent de vreemdelingenbewaring van verdachte niet toe voegen aan het dossier. Wanneer de rechtbank deze informatie van belang acht, moet deze alsnog worden toegevoegd aan het dossier, aldus de raadsman. Wanneer de rechtbank geen behoefte heeft aan deze informatie, omdat bekend is dat verdachte in vreemdelingenbewaring zit, is het standpunt van de verdediging dat het opleggen van ISD in strijd is met de Terugkeerrichtlijn. De ISD mag niet alleen gericht zijn op uitzetting, zoals in deze zaak, zeker nu de vreemdelingenbewaring niet per se kansloos is, omdat nu vaststaat dat verdachte de Marokkaanse nationaliteit heeft.</para>
        <para>Daarnaast is de raadsman van verdachte van mening dat verdachte geen urgent overlastgevende persoon is. Hij is een aantal malen veroordeeld geweest in het kader van winkeldiefstal, maar vele malen vaker voor bijvoorbeeld artikel 184 Wetboek van Strafrecht. Ook is verdachte een aantal jaren niet in contact geweest met politie of justitie.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken met aftrek van de dagen die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Zij zal uitleggen waarom. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van het feit</emphasis>
          <?linebreak?>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal bij de Albert Heijn. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoonlijke omstandigheden</emphasis>
          <?linebreak?>Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij in de 27 jaar die hij in Nederland is vrijwel niets heeft opgebouwd. Hij is daarom bereid om terug te keren naar het land van herkomst. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Strafblad van verdachte</emphasis>
          <?linebreak?>Uit het strafblad van verdachte (uitdraai van 19 februari 2018) blijkt dat de meest recente onherroepelijke veroordelingen voor winkeldiefstal stammen uit 2014 en 2015. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De straf </emphasis>
          <?linebreak?>Hoewel verdachte aan de formele criteria voor een ISD-maatregel voldoet, vindt de rechtbank dat een ISD-maatregel in dit geval een te vergaande en te ingrijpende maatregel voor verdachte reeds vanwege de aard van de gepleegde strafbare feiten. Er staan relatief geen hele ernstige strafbare feiten op het strafblad van verdachte en de afgelopen twee jaar is hij niet onherroepelijk veroordeeld voor winkeldiefstallen. Daarnaast tellen de vele veroordelingen voor het ongewenst vreemdeling zijn niet mee voor de beoordeling of er een ISD-maatregel opgelegd moet worden. Er kan niet gezegd worden dat verdachte een urgent overlastgevende persoon is waarvoor de maatschappij beschermd moet worden door middel van een ISD- [adres] . De rechtbank komt daarmee niet toe aan de meer principiële vraag hoe de ISD maatregel zich verhoudt tot de vreemdelingenbewaring. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 43a en 310 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.</para>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Diefstal, zulks terwijl tijdens het plegen van het vorenomschreven misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige (verdachte) tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan</emphasis>
      </para>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van <emphasis role="bold">3 (drie) weken</emphasis>.</para>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
      <para>Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. M. Vaandrager, 	voorzitter,<?linebreak?>mrs. A.A. Spoel en M.C.M. Hamer, 	rechters,<?linebreak?>in tegenwoordigheid van mr. D. Spaan, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 maart 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [...]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [...] </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [...] </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [...] </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [...]
    </bridgehead>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>