<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:1593</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-13T16:45:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 17/1315  V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:1593">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:1593</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-13T16:45:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:1593 Rechtbank Amsterdam , 21-03-2018 / AMS 17/1315  V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:1593:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Afwijkend wettelijk kader niet tijdig beslissen.</para>
        <para>Niet tijdig beslissen, verzet (6:2, 8:55 Awb). Bij naheffingsaanslag parkeerbelasting is artikel 236, tweede lid, Gemeentewet het toepasselijk wettelijk kader, niet artikel 7:10 Awb. WIEB</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:1593:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 17/1315 V</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van</bridgehead>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">1. [opposant]</emphasis> te [woonplaats] , opposant (hierna te noemen: [opposant] ), </para>
    <para>(gemachtigde: mr. J.M.C. Niederer).</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2. de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam</emphasis> opposant 2 (hierna te noemen: de heffingsambtenaar).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [opposant] heeft beroep ingesteld tegen het niet op tijd nemen van een besluit door de heffingsambtenaar op het bezwaarschrift van 8 juli 2016. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de uitspraak van 16 januari 2018 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [opposant] heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. De heffingsambtenaar heeft ook verzet ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [opposant] en de heffingsambtenaar hebben niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. De wet, dat is in dit geval de Algemene wet bestuursrecht (Awb), geeft de rechter de mogelijkheid om zonder zitting uitspraak te doen. Een voorwaarde is dat er niet getwijfeld kan worden aan het eindoordeel. De rechtbank heeft het beroep kennelijk gegrond verklaard. De reden hiervoor is dat de heffingsambtenaar niet op tijd op het bezwaarschrift heeft beslist.</para>
    <para>(artikel 8:54 van de Awb)</para>
    <para />
    <para>2. Als iemand tegen zo'n buiten-zittinguitspraak verzet instelt, moet de rechtbank beoordelen of zij in de beroepszaak terecht heeft geoordeeld dat het eindoordeel buiten redelijke twijfel stond. Het gaat er in deze verzetzaak dus om of buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak niet toe.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. [opposant] heeft in zijn verzetschrift geschreven dat in de uitspraak van 16 januari 2018 is verzuimd om de hoogte van de dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 van de Awb te vast te stellen. [opposant] vraagt de rechtbank de hoogte van deze dwangsom alsnog vast te stellen op € 1.260,00.</para>
    <para />
    <para>4. De heffingsambtenaar heeft in zijn verzetschrift geschreven dat het beroep van [opposant] ten onrechte ontvankelijk is verklaard. De naheffingsaanslag parkeerbelasting van 10 juni 2016 met nummer [nummer] is opgelegd aan de [naam] . Het beroep is ingesteld namens [opposant] . [opposant] kan niet zonder meer als eisende partij of als belanghebbende worden aangemerkt, aldus de heffingsambtenaar. <?linebreak?>De heffingsambtenaar heeft verder onder meer geschreven dat het wettelijk kader in de uitspraak van 16 januari 2018, artikel 7:10 van de Awb, niet juist is. Het toepasselijke wettelijk kader is artikel 236, tweede lid, van de Gemeentewet. De heffingsambtenaar betwist dat de rechtbank hem heeft bericht over het beroep van [opposant] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift is ingediend namens [opposant] . In de meegestuurde machtiging wordt mr. Niederer gemachtigd om namens [naam] beroep in te stellen. De machtiging is ondertekend door [opposant] . Het beroep moet dan ook worden geacht te zijn ingesteld door [naam] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Dat betekent dat [opposant] in de uitspraak van 16 januari 2018 ten onrechte als partij is aangemerkt. Deze fout maakt echter niet dat de uitspraak van 16 januari 2018 om die reden geen stand kan houden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>De verzetsrechter van de rechtbank is met de heffingsambtenaar van oordeel dat in de uitspraak van 16 januari 2018 het verkeerde wettelijke kader is gebruikt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>De bestuursrechter van de rechtbank heeft in de uitspraak van 16 januari 2018 ten onrechte geoordeeld dat het beroep kennelijk gegrond was. Dat stond namelijk niet buiten redelijke twijfel. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die buiten-zittinguitspraak werd gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>De rechtbank komt niet toe aan de beoordeling van het verzet van [opposant] . Het verzoek van [opposant] om vergoeding van de proceskosten wordt afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het verzet gegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 21 maart 2018 door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van M.P. Osinga-Sanders, de griffier,</para>
      <para>en bekend gemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	</para>
      <para>							rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen in de bodemzaak op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. De behandeling van het beroep wordt voortgezet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Coll: M.P.O.</para>
      <para>D: C</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>