<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:1520</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-19T12:23:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/706674-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:1520">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:1520</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-19T09:55:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:1520 Rechtbank Amsterdam , 16-03-2018 / 13/706674-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:1520:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ontneming van € 24.880</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:1520:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
  <para />
  <parablock>
    <para>Parketnummer: 13/706674-15 (ontneming)</para>
    <para>Datum uitspraak: 16 maart 2018</para>
  </parablock>
  <para>
    <?linebreak?>
    <emphasis role="bold">VERKORT VONNIS</emphasis>
  </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verkort vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, op vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak, behorende bij de strafzaak met parketnummer 13/706674-15, tegen:</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [veroordeelde]
      </emphasis>, hierna te noemen [veroordeelde] ,<?linebreak?>geboren te [geboorteplaats] [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1966,<?linebreak?>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] .</para>
  </parablock>
  <bridgehead role="bold">1. Het onderzoek ter terechtzitting</bridgehead>
  <parablock>
    <para>De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie en het onderzoek op de terechtzitting van 2 maart 2017.</para>
    <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering, van de op de vordering betrekking hebbende stukken en van wat door de officier van justitie, mr. A.K. Kooij, naar voren is gebracht.</para>
  </parablock>
  <bridgehead role="bold">2. De vordering</bridgehead>
  <para>
    <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
    <?linebreak?>De vordering van de officier van justitie van 6 februari 2018 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [veroordeelde] opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel tot een maximumbedrag van € 47.590.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Gezien de stukken waarop de vordering berust en waarnaar deze vordering verwijst, verstaat de rechtbank de vordering aldus dat deze betreft het feit waarvoor [veroordeelde] in de onderliggende strafzaak is veroordeeld.</para>
    <para>
      <emphasis role="underline">Requisitoir van de officier van justitie</emphasis>
      <?linebreak?>In zijn requisitoir op de zitting van 2 maart 2018 heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte geen wederrechtelijk verkregen voordeel meer heeft als hij de door de benadeelde partij [benadeelde] gevorderde schade heeft vergoed. De officier heeft daarom gevorderd dat het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil wordt gesteld. </para>
  </parablock>
  <bridgehead role="bold">3. Grondslag van de vordering</bridgehead>
  <para>
    [veroordeelde] is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 16 maart 2018 veroordeeld ter zake van het witwassen van € 24.880. </para>
  <bridgehead role="bold">4. Het wederrechtelijk verkregen voordeel</bridgehead>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      <?linebreak?>De rechtbank baseert zich bij het vaststellen van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel op de feiten en omstandigheden die in het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 19 april 2017 zijn vermeld. </para>
    <para>Dit rapport houdt onder meer het volgende in. Uit het onderzoek is gebleken dat er € 22.710 door de Belastingdienst is overgemaakt op de bankrekening van medeverdachte [medeverdachte] en € 24.880 op de bankrekening van [veroordeelde] . Dit is in totaal € 47.590. Het gestorte geld werd vrijwel direct weer opgenomen in bedragen van € 1.000. Omdat alle verdachte en de medeverdachten familie zijn, is het aannemelijk dat iedereen voordeel heeft genoten. Hoe een eventuele verdeling heeft plaatsgevonden, is niet uit het onderzoek naar voren gekomen.</para>
    <para>
      <emphasis role="underline">Het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      <?linebreak?>Naar het oordeel van de rechtbank heeft [veroordeelde] door middel van voornoemd strafbaar feit voordeel verkregen dat de rechtbank schat op € 24.880, overeenkomstig het in de bewezenverklaring genoemd geldbedrag in het vonnis van 16 maart 2018 ten aanzien van voornoemd strafbaar feit.</para>
  </parablock>
  <bridgehead role="bold">5. De verplichting tot betaling</bridgehead>
  <para>De rechtbank bepaalt het te ontnemen bedrag op <emphasis role="bold">€ 24.880</emphasis>.</para>
  <bridgehead role="bold">6. Toepasselijke wettelijke voorschriften</bridgehead>
  <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  <bridgehead role="bold">7. Beslissing</bridgehead>
  <parablock>
    <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    <para>Stelt vast als wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van <emphasis role="bold">€ 24.880</emphasis>.</para>
    <para>Legt op aan <emphasis role="bold">[veroordeelde]</emphasis> de verplichting tot betaling van € 24.880 (vierentwintigduizendachthonderdtachtig euro) aan de Staat.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
    <para>mr. W.M.C. van den Berg,	voorzitter,<?linebreak?>mrs. F.W. Pieters en L. Dolfing,	rechters,<?linebreak?>in tegenwoordigheid van mr. D. Spaan,	griffier</para>
    <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 maart 2018.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">De oudste rechter is buiten staat dit vonnis te ondertekenen. </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
</uitspraak>
</open-rechtspraak>