<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:1410</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-04T17:10:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/741280-17 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:1410">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:1410</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-03T09:28:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:1410 Rechtbank Amsterdam , 08-03-2018 / 13/741280-17 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:1410:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:1410:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/741280-17 (ontneming)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 8 maart 2018 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, op vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak, behorende bij de strafzaak met parketnummer 13/741280-17, tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] , </emphasis>hierna te noemen <emphasis role="bold">veroordeelde, </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,                                                                                              ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [BRP-adres]                                                                                                          gedetineerd in het [plaats detentie] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie en het onderzoek ter terechtzitting van 22 februari 2018.  </para>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie L.E. Stroink en van wat de veroordeelde en diens raadsman, mr. B.A.C. van Tuinen, naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de officier van justitie van 9 februari 2018 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel tot een maximumbedrag van € 3.416,--. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting heeft de officier van justitie haar vordering gewijzigd in dier voege dat zij het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betalingsverplichting stelt op € 1.616,--.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien de stukken waarop de vordering berust en waarnaar deze vordering verwijst, verstaat de rechtbank aldus de feiten waarvoor veroordeelde in de onderliggende strafzaak is veroordeeld. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van heden ter zake van de volgende strafbare feiten veroordeeld:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 3 (zaak 3), 4 (zaak 12) en 5 (zaak 13) ten laste gelegde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">medeplegen van oplichting </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Wederrechtelijk verkregen voordeel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich in de strafzaak op het standpunt gesteld dat de veroordeelde de zaken waarin opbrengst is genoten, te weten 2, 3, 12 en 13, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) heeft gepleegd. Nu de bedragen in de ontnemingsrapportage ten aanzien van de zaken 3, 12 en 13 enkel aan veroordeelde zijn toegerekend, is zij van mening dat deze moeten worden gehalveerd. Voorts heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij] (zaak 2) en [benadeelde partij] (zaak 12) op het wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering moeten worden gebracht.   </para>
        <para>Het wederrechtelijk verkregen voordeel dient derhalve te worden vastgesteld op een bedrag van € 1.616,--. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman verzoekt primair de vordering af te wijzen omdat niet waarschijnlijk is dat veroordeelde de bedragen die hij heeft gepind in de zaken 3, 12 en 13 zelf heeft mogen houden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Subsidiair verzoekt de raadsman de vordering toe te wijzen tot een bedrag van € 1.000,--. In de zaken 3 en 12 is € 1.250,-- weggenomen en in zaak 13 respectievelijk € 500,--. Dit komt neer op een totaalbedrag van € 3.000,--.  Nu het niet aannemelijk is geworden dat veroordeelde de feiten alleen heeft gepleegd, verzoekt hij het totaalbedrag van € 3.000,- door drie te delen. De opbrengst in zaak 2 dient buiten beschouwing gelaten te worden omdat ten aanzien van dit feit vrijspraak is bepleit van de oplichting en gekwalificeerde diefstal.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de onderliggende strafzaak is [veroordeelde] veroordeeld voor medeplegen van oplichting en gekwalificeerde diefstal in de zaken 3, 12 en 13. De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat de opbrengst in zaak 2 buiten beschouwing gelaten moet worden omdat verdachte ten aanzien van dit feit van de oplichting en de gekwalificeerde diefstal is vrijgesproken. Omdat in de zaken 3, 12 en 13 is vast komen te staan dat verdachte de gekwalificeerde diefstal in ieder geval met één ander heeft gepleegd, zal de rechtbank de opbrengsten in de zaken 3, 12 en 13 door twee delen. </para>
        <para>Gelet op het voorgaande wijkt  de rechtbank als volgt af van de berekening in het rapport.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Opbrengst zaak 2 		: € 0,--</para>
        <para>Opbrengst zaak 3		: € 1.250 / 2 = € 650,--</para>
        <para>Opbrengst zaak 12		: € 1.250 / 2 = € 650,--</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Opbrengst zaak 13		: € 500,-- / 2 = € 250,--  +</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Totale opbrengst		: € 1.500,--</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet op dit moment nog geen aanleiding het bedrag dat is toegewezen aan de benadeelde partijen in mindering te brengen op het totaalbedrag, omdat die vorderingen nog niet zijn voldaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel <emphasis role="bold">€ 1.500-. </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De verplichting tot betaling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank bepaalt het te ontnemen bedrag op € 1.500,--. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt vast als wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van € 1.500,--. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt op aan [veroordeelde] de verplichting tot betaling van € 1.500,-- (vijftienhonderd euro) aan de Staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. J.A.A.G. de Vries,	voorzitter,</para>
      <para>mrs. V.V. Essenburg en I. Mannen,	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.E.H. Eijkhout, 	griffier</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 maart 2018. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>