<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:10165</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-29T15:46:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/651488 / KG ZA 18-787 hv</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:10165">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:10165</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-29T13:32:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:10165 Rechtbank Amsterdam , 02-11-2018 / C/13/651488 / KG ZA 18-787 hv</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:10165:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>KG: Herstelvonnis behorende bij NL:RBAMS:2018:9661.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:10165:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="cc689be9-4237-47c8-bdb7-8ba617adf44f" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="14c76074-ae86-43fb-bad1-f490703089ec" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/13/651488 / KG ZA 18-787 FB/TF</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 2 november 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 1] B.V.</emphasis> tevens handelend onder de namen CVWIZARD.NL en CV.NL, </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,</para>
    </parablock>
    <para>2.	<emphasis role="bold">[eiser 2]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisers bij gelijkluidende dagvaardingen van 16 augustus 2018,</para>
      <para>advocaten mr. J. Becker en J. Lubbers te Arnhem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde 1] B.V. </emphasis>tevens handelend onder de naam [handelsnaam] ,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,</para>
    </parablock>
    <para>2.	<emphasis role="bold">[gedaagde 2]</emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
    <para>3.	<emphasis role="bold">[gedaagde 3]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [vestigingsplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>advocaat mr. D. van Eek te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verzoek tot herstel </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>In een faxbericht van 24 oktober 2018 hebben eisers verzocht om verbetering van het op 19 oktober 2018 in deze zaak gewezen vonnis. </para>
        <para>Volgens eisers staan in het dictum van het vonnis de volgende verschrijvingen. </para>
      </parablock>
      <para>- Onder 5.1 en 5.5 is de overeenkomst die gesloten is met [gedaagde 3] abusievelijk gedateerd op 8 november 2018 in plaats van 8 november 2013,</para>
      <para>- Onder 5.5 is abusievelijk het woord “veroordeelt’ opgeschreven, in plaats van het woord “verbiedt”.</para>
      <para>Door deze laatste verschrijving lijkt het alsof 5.5. een positieve veroordeling inhoudt tot het handelen in strijd met de geheimhoudingsbedingen opgenomen in beide overeenkomsten. Uit het vonnis en de andere veroordelingen in het dictum blijkt echter evident dat het een “verbod” tot het handelen in strijd met de geheimhoudingsbedingen zou moeten betreffen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gedaagden vragen om verbetering van het dictum in die zin dat onder 5.1. en 5.5 de datum van de overeenkomsten wordt aangepast en onder 5.5. het woord “veroordeelt” wordt vervangen door “verbiedt”.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Eisers zijn in de gelegenheid gesteld zich vóór 2 november 2018 om 11.00 uur over dit verzoek uit te laten. In een e-mail van 2 november 2018 hebben zij meegedeeld zich niet te verzetten tegen het verzoek tot het wijzen van een herstelvonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kunnen kennelijke rekenfouten, schrijffouten of andere kennelijke fouten die zich voor eenvoudig herstel lenen, worden verbeterd. Het criterium voor een kennelijke fout is of voor partijen en derden direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing. De fout moet niet voor redelijke twijfel vatbaar zijn en voor derden op het eerste gezicht duidelijk zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In het dictum van het vonnis van 19 oktober 2018 is sprake van drie kennelijke fouten. Onder 5.1 en 5.5. is de tweede overeenkomst immers niet van 2018 maar van 2013. Voorts is in 5.5. per abuis in plaats van een verbod een veroordeling uitgesproken.</para>
        <para>Deze kennelijke fouten lenen zich voor eenvoudig herstel. De gevraagde verbeteringen waartegen geen bezwaar is gemaakt, zullen worden toegewezen zoals hierna is vermeld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat onder 5.1 van het op 19 oktober 2018 gewezen vonnis </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“2018”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>wordt gewijzigd in </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“2013”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat onder 5.5 van het op 19 oktober 2018 gewezen vonnis </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“2018”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>wordt gewijzigd in </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“2013”</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat onder 5.5 van het op 19 oktober 2018 gewezen vonnis </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“veroordeelt”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>wordt gewijzigd in </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“verbiedt”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>bepaalt dat deze verbeteringen onder de vermelding van de datum </para>
        <para>2 november 2018 worden vermeld op de minuut van het vonnis van 19 oktober 2018,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 19 oktober 2018 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F.B. Bakels, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G.H. Felix, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 november 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Coll:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>