<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:10133</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-07T11:27:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/674013-18 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:10133">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:10133</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-07T08:24:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:10133 Rechtbank Amsterdam , 22-11-2018 / 13/674013-18 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:10133:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verplichting tot betaling van een wederrechtelijk verkregen voordeel van € 5900, zijnde de buit van twee inbraken in supermarkten</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:10133:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/674013-18 (ontneming) (Promis)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 22 november 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, op vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak, behorende bij de strafzaak met parketnummer 13/674013-18, tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde]
        </emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres 1] , [plaats 1] , wonende op het adres [adres 2] , [plaats 2] , </para>
      <para>thans gedetineerd in “ [locatie] ” te [plaats 3] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie en het onderzoek op de terechtzitting van 8 november 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.L. Kwaspen en van hetgeen door verdachte en zijn raadsman mr. D.M. Penn naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de officier van justitie van 18 oktober 2018 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [veroordeelde] opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel tot een maximumbedrag van € 5.900,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien de stukken waarop de vordering berust en waarnaar deze vordering verwijst, verstaat de rechtbank de vordering aldus dat deze uitsluitend betreft de feiten 2 en 3 die in onderliggende strafzaak aan [veroordeelde] zijn ten laste gelegd (en dus niet feit 1).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [veroordeelde] is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van heden, 22 november 2018, ter zake van de volgende strafbare feiten veroordeeld.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van feit 2 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van feit 3 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het wederrechtelijk verkregen voordeel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de beoordeling van de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel acht geslagen op de zich thans in het dossier bevindende stukken, waaronder de schriftelijke onderbouwing van de officier van justitie van 17 september 2018, en overweegt op grond hiervan als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gaat bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit van de aangiften en de verklaringen van medeverdachte [mededader 1] .<footnote-ref linkend="_71929d11-61ed-4b36-b4e1-7b111cc943a7" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is aangifte gedaan van een overval op de supermarkt Plus gevestigd op het [adres 3] te Duivendrecht, waarbij twee geldcassettes van de pinautomaat zijn weggenomen.<footnote-ref linkend="_762e6b6d-86da-439d-bd64-fc6e2dc01899" /> In de geldcassettes zat een geldbedrag van 3.820 euro.<footnote-ref linkend="_ed7b33ff-f95e-46e4-89eb-2047ca0f2ec4" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [mededader 1] heeft verklaard dat hij [veroordeelde] en [mededader 2] die avond desgevraagd rond 21.00 uur heeft opgehaald bij Diemen Zuid. Hij wist daarvoor al wat ze gingen doen. Toen ze waren ingestapt hebben hem verteld wat ze hadden gedaan en dat het gelukt was [mededader 1] kreeg 100 euro voor het ophalen.<footnote-ref linkend="_46747049-f8ac-4001-a4e3-5cf35d871586" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ten aanzien van feit 3</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is aangifte gedaan van een gekwalificeerde diefstal gepleegd op 23 oktober 2017 te 21.05 uur in de Jumbo Supermarkt gevestigd op de [adres 4] te Amstelveen. Daarbij zijn twee geldcassettes uit de geldautomaat verwijderd en door de daders meegenomen. Er zat € 5.060,- in de geldcassettes en dat is eigendom van Jumbo.<footnote-ref linkend="_2f00ca59-a4fb-4b6c-a19e-e2726bcde6d6" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Conclusies</emphasis>
      </para>
      <para>Uit voornoemde feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat verdachte twee inbraken heeft gepleegd. Eén inbraak heeft hij alleen gepleegd en daarbij heeft hij € 5.790,- buitgemaakt (feit 2), de andere inbraak heeft hij samen met één medeverdachte gepleegd en daarbij is € 220,- buitgemaakt (feit 3). Dit laatste bedrag dient voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel dan ook door tweeën te worden gedeeld. Van kosten die verdachte met betrekking tot de feiten heeft gemaakt is niet gebleken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft [veroordeelde] door middel van voornoemde strafbare feiten voordeel verkregen dat de rechtbank schat op € 5.900,-.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De verplichting tot betaling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank bepaalt het te ontnemen bedrag op € 5.900,-.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt vast als wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van € 5.900,- (negenenvijftighonderd euro).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt op aan [veroordeelde] de verplichting tot betaling van € 5.900,- (negenenvijftighonderd euro) aan de Staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. M. Vaandrager, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.M. Jongkind en N. Saanen, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. I. Verkaik, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 november 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_71929d11-61ed-4b36-b4e1-7b111cc943a7" label="1">
    <para> Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren van de politie Amsterdam-Amstelland.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_762e6b6d-86da-439d-bd64-fc6e2dc01899" label="2">
    <para> Een proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde pag. ZD02 1001 tot en met 1003. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed7b33ff-f95e-46e4-89eb-2047ca0f2ec4" label="3">
    <para> Een proces-verbaal van verhoor aangever, doorgenummerde pag. ZD02 1005.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_46747049-f8ac-4001-a4e3-5cf35d871586" label="4">
    <para> Een proces-verbaal van verhoor verdachte [mededader 1] , doorgenummerde pag. PD01 2014 tot en met 2018.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2f00ca59-a4fb-4b6c-a19e-e2726bcde6d6" label="5">
    <para> Een proces-verbaal van aangifte met bijlage goederen, doorgenummerde pag. ZD05 11 tot en met 18.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>