<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:1004</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-18T12:17:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-02-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/641566 / KG ZA 18-27</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:1004">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:1004</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-18T12:17:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:1004 Rechtbank Amsterdam , 01-02-2018 / C/13/641566 / KG ZA 18-27</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:1004:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>kg; burenruzie; verbod beledigen en bedreigen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:1004:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="8b151c9a-3e5b-4a2e-bf07-33120979f82c" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="73152f79-5521-4a99-aadf-c7464af65a84" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/13/641566 / KG ZA 18-27 MvdV/BB</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 1 februari 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiser bij dagvaarding van 10 januari 2018,</para>
      <para>advocaat mr. T.J. van Vugt te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. D. van Zanten te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <parablock>
      <para>Ter zitting van 18 januari 2018 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. [gedaagde] heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. [eiser] heeft producties en een pleitnota in het geding gebracht. [eiser] heeft een pleitnota in het geding gebracht.<?linebreak?>Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.</para>
      <para>Ter zitting waren aanwezig:</para>
      <para>aan de zijde van [eiser] : [eiser] (en zijn echtgenote) met mr. Van Vugt;</para>
      <para>aan de zijde van [gedaagde] : [gedaagde] met mr. Van Zanten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen wonen allebei in het appartementencomplex gelegen aan de [adres] (hierna: het appartementencomplex). [eiser] woont met zijn echtgenote en 9-jarige dochter op de vijfde verdieping van het appartementencomplex en [gedaagde] woont onder hem.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Partijen leven reeds jaren op gespannen voet met elkaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Naar aanleiding van verschillende incidenten heeft de betrokken buurtregisseur bij de politie [plaats] , [naam 1] , in februari 2016 buurtbemiddelingsbureau Beter Buren ingeschakeld. Een buurtbemiddelingstraject is echter niet van start gegaan omdat [gedaagde] daar niet aan wilde meewerken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 1 april 2016 heeft de dochter van [eiser] (in bijzijn van haar ouders)  aangifte bij de politie gedaan van belediging door [gedaagde] . Volgens de aangifte heeft [gedaagde] zijn middelvinger opgestoken naar het meisje, die achterop de fiets bij haar moeder zat, en daarbij boos naar haar gekeken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In januari 2017 heeft [naam 1] [gedaagde] aangemeld bij Bureau Treiteraanpak van de [gemeente] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>In juni en september 2017 heeft [naam 2] van Bureau Treiteraanpak pogingen gedaan een mediationtraject te starten tussen [eiser] (en andere bewoners van het appartementencomplex) en [gedaagde] . Ook deze pogingen hebben niet geleid tot een gesprek tussen de betrokkenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op 4 december 2017 heeft [eiser] aangifte bij de politie gedaan van bedreiging door [gedaagde] . Volgens de aangifte heeft [gedaagde] [eiser] op 3 december 2017 in de lift (onder meer) met de volgende bewoordingen aangesproken: <emphasis role="italic">‘Did you just spit on me you fucking cunt’</emphasis> en <emphasis role="italic">‘the next time you spit on me I will knock you out’</emphasis>. Volgens de aangifte heeft [gedaagde] [eiser] vervolgens belemmerd de lift te verlaten en heeft hij hem geduwd. Van een gedeelte van dit incident heeft [eiser] een filmpje gemaakt, dat hij ter zitting heeft getoond.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] vordert  samengevat - [gedaagde] op straffe van dwangsommen te verbieden:</para>
        <para>I. beledigende en/of bedreigende mededelingen tegen [eiser] , zijn echtgenote en hun dochter te doen en/of te herhalen;</para>
        <para>II. de toegang tot en de uitgang uit de gemeenschappelijke lift in het appartementencomplex te blokkeren.</para>
        <para>Ten slotte vordert [eiser] om [gedaagde] in de proceskosten te veroordelen, te vermeerderen met de wettelijke rente.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft daartoe gesteld, kort gezegd, dat zijn gezin reeds jaren geterroriseerd wordt door [gedaagde] . Volgens [eiser] worden hij en zijn gezinsleden zonder aanleiding door [gedaagde] uitgescholden en bedreigd. Ook bonkt [gedaagde] regelmatig op hun deur en blokkeert hij de lift. Ook andere bewoners van het appartementencomplex hebben last van [gedaagde] . Het gedrag van [gedaagde] in combinatie met zijn postuur maakt iedereen bang. Door de betrokken instanties is al meerdere keren getracht om met elkaar in mediation te gaan, maar [gedaagde] heeft dat steeds geweigerd. Ter zitting heeft [eiser] desgevraagd verklaard voor de langere termijn nog wel in mediation te willen maar vooruitlopend daarop een vonnis te willen. Het gedrag van [gedaagde] kan niet langer getolereerd worden en moet op straffe van een dwangsom zo spoedig mogelijk verboden worden, aldus [eiser] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] heeft erkend dat de verhoudingen slecht zijn en dat hij wel eens boos op [eiser] is geworden. Volgens hem komt dat door de geluidsoverlast die hij van het gezin van [eiser] ondervindt. [gedaagde] betwist dat hij het gezin terroriseert en zonder aanleiding uitscheldt of bedreigt. Daarvan bestaat volgens hem ook geen bewijs. Over het incident in de lift heeft [gedaagde] verklaard dat hij die ontoelaatbare uitlatingen heeft gedaan omdat hij door [eiser] werd bespuugd. Hij heeft er spijt van hoe hij zich in de lift jegens [eiser] heeft gedragen. [gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat dit niet meer zal gebeuren en dat hij ook meerdere malen heeft toegezegd te zullen meewerken aan het gevorderde. Bij een veroordeling op straffe van een dwangsom heeft [eiser] dan ook geen belang, aldus [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vorderingen zijn toewijsbaar indien voldoende aannemelijk is dat ze ook in de bodemprocedure zullen worden toegewezen en indien uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, is voorshands voldoende aannemelijk dat tussen partijen in de afgelopen jaren een gespannen sfeer is ontstaan die tot meerdere incidenten heeft geleid, waarvan de meest recente op 3 december 2017 heeft plaatsgevonden. Vooral dit laatste incident, waarvan ter zitting een (gedeeltelijke) opname is getoond, geeft er blijk van dat [gedaagde] zich jegens [eiser] op zodanig dreigende wijze heeft gedragen dat het begrijpelijk is dat [eiser] vreest voor zijn eigen veiligheid en dat van zijn gezinsleden. [gedaagde] heeft over dit incident verklaard dat hij in de lift door [eiser] werd bespuugd, maar dat wordt door [eiser] betwist en blijkt ook niet uit de opname. Ook blijkt nergens uit dat, zoals [gedaagde] heeft aangevoerd en door [eiser] is betwist, [eiser] en zijn gezinsleden zich reeds jarenlang schuldig maken aan geluidsoverlast. Bovendien geldt dat als al sprake is van ontoelaatbaar gedrag aan de zijde van [eiser] , dit nog niet het gedrag van [gedaagde] rechtvaardigt. Bovendien blijkt uit het feit dat de politie, buurtbemiddelingsbureau Beter Buren en Bureau Treiteraanpak bij deze kwestie betrokken zijn (geweest) dat de situatie uiterst gespannen is, zonder dat op dit moment gewerkt wordt aan een oplossing.</para>
        <para>Resteert de vraag of [eiser] een (spoedeisend) belang bij zijn vorderingen heeft, gelet op de toezegging van [gedaagde] om vrijwillig aan het gevorderde te voldoen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dat het geval, nu gelet op de ervaringen in het verleden en het incident op 3 december 2017 begrijpelijk is dat [eiser] er op dit moment geen vertrouwen in heeft dat [gedaagde] zich aan zijn toezegging zal houden. Bovendien zal [gedaagde] van de op te leggen dwangsommen geen hinder ondervinden indien hij zijn toezegging gestand doet. </para>
        <para>Het voorgaande brengt met zich dat het gevorderde toewijsbaar is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Ten overvloede geeft de voorzieningenrechter aan partijen mee dat, zoals ook ter zitting aan de orde is geweest, zij er goed aan doen, onder begeleiding van Bureau Treiteraanpak het gesprek met elkaar aan te gaan om afspraken te maken over hoe zij zonder problemen als buren in hetzelfde appartementencomplex kunnen wonen. Bureau Treiteraanpak staat daar kennelijk nog steeds voor open en ook partijen hebben ter zitting te kennen gegeven nog met elkaar in gesprek te willen, zodat daar voor de toekomst de oplossing zou moeten liggen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding	€ 	 99,01</para>
      <para>- griffierecht		291,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	816,00</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>Totaal	€ 	1.206,01</para>
        <para>te vermeerderen met wettelijke rente.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verbiedt [gedaagde] , na betekening van dit vonnis, beledigende en/of bedreigende mededelingen tegen [eiser] , zijn echtgenote en dochter te doen en/of te herhalen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verbiedt [gedaagde] , na betekening van dit vonnis, de toegang tot en de uitgang uit de gemeenschappelijke lift in het appartementencomplex te blokkeren,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere keer dat hij in strijd handelt met de onder 5.1 en 5.2 vermelde verboden, tot een maximum van € 15.000,00 is bereikt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.206,01, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. van der Veen, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. B.P.W. Busch, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2018.<footnote-ref linkend="_4017a3e4-6074-428d-a13a-0089c0b0e95c" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_4017a3e4-6074-428d-a13a-0089c0b0e95c" label="1">
    <para>type: BPWB</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>