<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2017:9782</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-01-16T10:15:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-12-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 16 _ 7665</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:9782">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:9782</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-01-16T10:14:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2017:9782 Rechtbank Amsterdam , 20-12-2017 / AWB - 16 _ 7665</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2017:9782:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Het Project Handhaving NRGA houdt in dat alle toeslagen die binnen de gemeente Amsterdam bestaan worden aangepast aan het nieuwe NRGA, zoals dat vanaf 1 juni 2016 geldt. </para>
        <para>Voor eiseres, medewerker bij de voormalige DWI, betekent dit dat de vaste toeslag die zij jarenlang ontving voor overwerk en beschikbaarheid buiten reguliere kantooruren, voortaan wordt uitbetaald naar daadwerkelijk gewerkte extra uren. </para>
        <para>Eiseres heeft uitsluitend beroep ingesteld tegen de weigering overgangsregeling. </para>
        <para>De rechtbank vindt dat een werkgever in principe eenzijdig een wijziging in de rechtspositie mag doorvoeren, mits deze met waarborgen is omkleedt. Die waarborg is gegeven in de vorm van de TOR 2. </para>
        <para>Dat eiseres hiervoor niet in aanmerking komt is niet redelijk. De reden dat haar toeslag niet in de TOR wordt genoemd was puur praktisch en een keuze van verweerder. De toeslag is bovendien naar zijn aard wel een toeslag die in de TOR wordt genoemd. Het bestreden besluit wordt daarom vernietigd. </para>
        <para>De rechtbank voorziet zelf in de zaak en kent eiseres een TOR 2 toe met ingang van 1 januari 2017.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2017:9782:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 16/7665 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer van 20 december 2017 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [de vrouw] , </emphasis>te Almere, eiseres</para>
        <para>(gemachtigde: mr. J. Schutter),</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam</emphasis>, verweerder</para>
        <para>(gemachtigde: mr. C.M. Wijmans).</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 23 mei 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres met ingang van 1 juni 2016 een Toelage Overgangsrecht (TOR 1) toegekend. Deze bestaat uitsluitend uit de eindejaarsuitkering. Eiseres krijgt geen TOR 2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 31 oktober 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 oktober 2017. Eiseres was aanwezig, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. C.M. Wijmans. Daarnaast waren namens verweerder aanwezig [de persoon] , afdelingshoofd [afdeling] , en [de heer] , P&amp;O-adviseur. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak van eiseres is op de zitting van 11 oktober 2017 gevoegd behandeld met andere zaken van negen collega’s van eiseres met zaaknummers 16/4814 etc. De rechtbank splitst de zaken en doet in de zaak van eiseres afzonderlijk uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De toekenning van TOR 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">1.	</emphasis>De rechtbank verwijst naar de hiervoor genoemde uitspraak van 20 december 2017 in de zaken van de negen collega’s van eiseres. Die uitspraak is aan deze uitspraak gehecht en maakt deel uit van deze uitspraak, althans voor zover het daarin overwogene betrekking heeft op de zaak van eiseres.</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	</emphasis>Kort gezegd komen die overwegingen er op neer, dat verweerder de toelage van eiseres in beginsel mag intrekken, mits aan een aantal randvoorwaarden is voldaan. Een van die randvoorwaarden is dat verweerder de (persoonlijke) toelage onder de TOR had moeten brengen en aan eiseres een TOR 2 had moeten toekennen. Verweerder heeft dat niet gedaan. De rechtbank zal het beroep daarom gegrond verklaren en overweegt specifiek in de zaak van eiseres nog het volgende. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Geen hoorzitting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">3.	</emphasis>Eiseres heeft aangevoerd dat verweerder haar ten onrechte niet heeft gehoord op een hoorzitting naar aanleiding van haar bezwaar tegen het besluit van 17 juni 2016 en evenmin een besluit heeft genomen op haar bezwaar tegen dat besluit. </para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">4.	</emphasis>Gelet op het feit dat de gemachtigde ter zitting heeft gesteld dat hij deze kwesties het liefst “praktisch” opgelost ziet en daarmee doelde op de conclusie dat het beroep in elk geval gegrond moet worden verklaard, ziet de rechtbank (nu het beroep om andere redenen al gegrond wordt verklaard) aanleiding aan een inhoudelijke beoordeling van deze gronden voorbij te gaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Finale geschilbeslechting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">5.	</emphasis>Eiseres heeft uitsluitend bezwaar gemaakt en beroep ingesteld tegen de weigering van verweerder om haar een TOR 2 toe te kennen. Dit betekent dat de beëindiging van haar persoonlijke toelage in rechte vast staat. </para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">6.	</emphasis>De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen en het primaire besluit herroepen. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en te bepalen dat eiseres met ingang van 1 januari 2017 in aanmerking komt voor de TOR 2. De rechtbank stelt deze uitspraak in de plaats van het vernietigde besluit. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Griffierechten </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">7.	</emphasis>Omdat het beroep gegrond wordt verklaard, draagt de rechtbank verweerder op aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 46,- te vergoeden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proceskostenvergoeding </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">8.	</emphasis>De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Deze kosten stelt de rechtbank vast met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De waarde per punt is € 495,- en de wegingsfactor voor deze zaken stelt de rechtbank op (factor) 1. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft uitsluitend in de beroepsfase bijstand van een professionele gemachtigde gehad. Zij heeft daarom recht op 2 punten (1 voor het beroepschrift en 1 voor de zitting van 11 oktober 2017), in totaal € 990,-. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het bestreden besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>herroept het primaire besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat eiseres met ingang van 1 januari 2017 een toelage overgangsrecht op grond van de TOR 2 ontvangt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46,- aan eiseres te vergoeden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 990,-.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Bachrach, voorzitter, mr. C.J. Polak en mr.R. Hirzalla, leden, in aanwezigheid van M. van Velzen, griffier<emphasis role="italic">.</emphasis><?linebreak?>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 december 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier </para>
      <para>rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak? </title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.  </para>
      <para>Is uw zaak spoedeisend en moet er al tijdens de procedure in hoger beroep iets worden beslist wat niet kan wachten, dan kunt u de hogerberoepsrechter vragen om een voorlopige maatregel te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>