<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2017:8557</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-30T09:54:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-11-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751196-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#internationaalPubliekrecht">Internationaal publiekrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:8557">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:8557</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-30T09:54:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2017:8557 Rechtbank Amsterdam , 02-11-2017 / 13/751196-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2017:8557:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Portugal, detentieomstandigheden</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2017:8557:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751196-17</para>
      <para>RK-nummer: 17/2297</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 7 november 2017   </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 31 maart 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 16 januari 2017 door de<emphasis role="italic"> Tribunal Judicial da Comarca Leiria</emphasis> (Portugal) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1980 </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland</para>
      <para>uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 1 juni 2017. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. A. Oswald. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn raadsvrouw, mr. S. Bijl, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Roemeense taal. De behandeling van de zaak is gesloten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij tussenuitspraak van 15 juni 2017 is het onderzoek ter zitting door de rechtbank heropend en vervolgens geschorst en is de beslissing inzake de overlevering van de opgeëiste persoon uitgesteld. De reden hiervoor is dat door de Portugese justitiële autoriteiten geen aanvullende gegevens zijn verstrekt, waardoor de rechtbank niet kan beoordelen of het reële gevaar van een onmenselijke en vernederende behandeling, dat aanwezig is doordat de opgeëiste persoon na overlevering in de penitentiaire inrichting Lissabon zal verblijven, door het beperken van de maximale duur van dat verblijf, wordt uitgesloten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 31 juli 2017 en op 18 oktober 2017 zijn brieven van de Portugese autoriteit binnengekomen met betrekking tot de omstandigheden waaronder de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nadien is het onderzoek ter zitting van 7 november 2017 hervat. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich laten bijstaan door zijn raadsvrouw, mr. S. Bijl, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Roemeense taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia kloppen en dat de opgeëiste persoon de Roemeense nationaliteit heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Tussenuitspraak 15 juni 2017 </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst naar haar overwegingen in de tussenuitspraak van 15 juni 2017 ten aanzien van: </para>
    </parablock>
    <para>- de grondslag en inhoud van het EAB en </para>
    <para>- de strafbaarheid.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Die overwegingen dienen als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. De tussenuitspraak, inclusief bijlage, is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Gelijkstelling artikel 6, vijfde lid, OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft ter zitting aangevoerd dat de opgeëiste persoon gelijkgesteld dient te worden met een Nederlander in de zin van artikel 6, vijfde lid, OLW en dat op die grond aan de opgeëiste persoon een WETS-garantie dient te worden verleend. De opgeëiste persoon is langer dan vijf jaar in Nederland maar de verdediging heeft geen stukken tot zijn beschikking om dit aan te kunnen tonen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 6, tweede lid, OLW verbiedt de overlevering van een Nederlander ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een hem bij onherroepelijk vonnis opgelegde vrijheidsstraf. Artikel 6, vijfde lid, OLW verklaart artikel 6, tweede lid, OLW van overeenkomstige toepassing op een vreemdeling, mits aan de volgende drie voorwaarden is voldaan:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>de opgeëiste persoon heeft een Nederlandse verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de opgeëiste persoon kan in Nederland worden vervolgd voor de feiten die aan het EAB ten grondslag liggen en;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ten aanzien van de opgeëiste persoon bestaat de verwachting dat hij niet zijn verblijfsrecht in Nederland zal verliezen ten gevolge van de opgelegde straf of maatregel.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank legt de eerste voorwaarde volgens vaste rechtspraak zo uit dat aangetoond moet worden dat de onderdaan van een andere lidstaat vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland heeft verbleven. Om dat verblijf in Nederland aan te tonen is een inschrijving in de Basisregistratie Personen in beginsel leidend. De opgeëiste persoon staat niet ingeschreven in dit register en voorts zijn er door de verdediging geen stukken overgelegd om het ononderbroken rechtmatig verblijf van de opgeëiste persoon in Nederland over een periode van 5 jaar aan te tonen. De rechtbank verwerpt dan ook het beroep op gelijkstelling. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De detentieomstandigheden in de penitentiaire inrichting Lissabon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de uitspraak in een andere zaak van 6 oktober 2016 (ECLI:NL:RBAMS:2016:6316) heeft de rechtbank geoordeeld dat er een algemeen en reëel gevaar bestaat dat personen die in de penitentiaire inrichting Lissabon zijn gedetineerd, onmenselijk of vernederend worden behandeld. Dit oordeel was gebaseerd op het rapport van het Europees Comité voor de Preventie van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing (CPT) van 26 november 2013 voorzover dit betrekking heeft op de penitentiaire inrichting Lissabon en een verslag dat de Portugese Ombudsman op 19 januari 2016 heeft opgesteld na een bezoek aan de penitentiaire inrichting Lissabon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De directeur-generaal van het Portugese gevangeniswezen heeft in een <emphasis role="italic">Declaration of Commitment </emphasis>van 27 januari 2017 de garantie gegeven dat de betreffende opgeëiste persoon maximaal 21 dagen in de Penitentiaire inrichting in Lissabon zal verblijven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij tussenuitspraak in deze zaak van 15 juni 2017 heeft de rechtbank geoordeeld dat bovengenoemd risico voor de opgeëiste persoon niet kon worden uitgesloten, nu hij volgens de verkregen informatie in de penitentiaire inrichting Lissabon zal worden geplaatst. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 18 oktober 2017 heeft de directeur-generaal van het Portugese gevangeniswezen in een <emphasis role="italic">Declaration of Commitment</emphasis> het volgende naar voren gebracht:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“As Director General for Reinsertion and Prison Services of the Portuguese Ministry of Justice, following the additional request by the Amsterdam Court regarding pending European Arrest Warrants, I hereby guarantee and clarify: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">The declarations of commitment dated 31st July, 2017 and 27th January 2017, shall henceforth be deemed applicable not solely to the particular cases referenced therein, but also to all existing cases where the enforcement of a European Arrest Warrant is to result in the surrender of a person from the custody of the authorities of the Kingdom of the Netherlands to that of the Directorate General for Reinsertion and Prison Services, as well as to any such cases that may arise in the future;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">The aforementioned declarations of commitment shall be construed as to imply that no inmate whose custody has been surrendered by the authorities of the Kingdom of the Netherlands to that of the Directorate General for Reinsertions and Prison services pursuant to a European Arrest Warrant shall be detained in:</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>
      <emphasis role="italic">a. any cell, ward, room or area of the Prison Establishment of Lisbon that has been considered inadequate by the European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment or the Ombudsman, including the underground areas of wings B, C, D and E;</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">b. Prison rooms lacking artificial light; and</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">c. Multiple inmates’ cells with no partition of the toilet.</emphasis>
    </para>
    <para>3.  <emphasis role="italic">All subsequent commitments, which have been issued upon the request of the Amsterdam </emphasis></para>
    <bridgehead role="italic">Court, shall be construed as accruing to the earlier ones; hence the declaration of commitment dated 27th January, remains fully in force with an extended scope as per paragraph 1, particularly in relation to the guarantee that no surrendered inmate shall be held in custody at the Prison Establishment of Lisbon for any longer than 21 days. </bridgehead>
    <para>4.  <emphasis role="italic">The commitments herein shall be recorded in the inmates’ personal penitentiary files.” </emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de garanties in deze laatste brief uitsluiten dat de opgeëiste persoon gedetineerd zal worden in celruimte die lijdt aan een of meerdere van de door het CPT in 2013 geconstateerde ernstige gebreken die blijkens het rapport van de Portugese Ombudsman in 2016 nog actueel waren. De rechtbank concludeert dat daarmee het eerder geconstateerde reële gevaar dat de opgeëiste persoon in detentie in Portugal onmenselijk of vernederend zal worden behandeld, is weggenomen. Artikel 4 van het Handvest staat dus niet langer in de weg aan de beslissing over de overlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5, 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon] </emphasis>aan de <emphasis role="italic">Tribunal Judicial da Comarca Leiria</emphasis> (Portugal) ten behoeve van het in Portugal tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. E.M.M. Gabel,  					                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. J. Edgar en R.A.J. Hübel,            				   			   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon,	                         			     griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 7 november 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>