<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2017:8215</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-16T11:59:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-11-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-751300-17    17-3528</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#internationaalPubliekrecht">Internationaal publiekrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:8215">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:8215</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-13T16:00:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2017:8215 Rechtbank Amsterdam , 09-11-2017 / 13-751300-17    17-3528</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2017:8215:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>EAB Polen.</para>
        <para>Verweer: het niet voldoen aan een alimentatieverplichting zou naar Nederlands recht geen strafbaar feit opleveren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Oordeel rechtbank:</para>
        <para>Gelet op het gegeven (zoals dat blijkt uit de feitsomschrijving in het EAB) dat de opgeëiste persoon reeds eerder voor de rechter in Polen is gedaagd en veroordeeld wegens het niet nakomen van dezelfde alimentatieverplichting, had het op de weg van de opgeëiste persoon gelegen aan te tonen dat die noodzaak inmiddels niet (meer) bestond. Hij heeft het echter kennelijk op z’n beloop gelaten en hierin ziet de rechtbank het (voorwaardelijk) opzet op het brengen van de minderjarige kinderen in een hulpeloze toestand.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>De rechtbank ziet in hetgeen is aangevoerd geen aanleiding om van haar rechtspraak tot dusver af te wijken en onder verwijzing naar haar uitspraak van 17 januari 2014, ECLI:RBAMS:2014:1304, stelt de rechtbank vast dat ook in het onderhavige geval is voldaan aan het vereiste van dubbele strafbaarheid. Het niet-nakomen van de alimentatieverplichting is naar Nederlands recht strafbaar gesteld in artikel 255 Wetboek van Strafrecht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2017:8215:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">		                    RECHTBANK AMSTERDAM	</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">		      INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751300-17</para>
      <para>RK nummer: 17/3528</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 9 november 2017 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 23 mei 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 27 juli 2016 door de Circuit Court (Sąd Okręgowy) in Gorzow Wielkopolski, 2nd Criminal Division, Polen, en het strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon]
        </emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] , Polen, op [geboortedatum] 1975, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres </para>
      <para>
        [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 26 oktober 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. O.O. van der Lee, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak had moeten doen met dertig dagen en vervolgens voor onbepaalde tijd verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat zij er niet in is geslaagd binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon 		</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van 7 oktober 2014, gewezen door the District Court of Law (Sąd Rejowony) in Międzyrzecz, the 7th Field Criminal Division in Sulęcin waarbij de opgeëiste persoon tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren is veroordeeld.<?linebreak?>Zaaksnummer: VII K 401/14.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze vrijheidsstraf, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verweer</emphasis>
        <?linebreak?>De raadsman heeft bestreden dat sprake is van dubbele strafbaarheid. De opgeëiste persoon heeft verklaard dat zijn kinderen niet in een situatie zijn gebracht waarin zij het risico liepen in een hulpeloze toestand te geraken, immers de ex-echtgenote van de opgeëiste persoon en haar nieuwe partner verdienden voldoende om de kinderen te kunnen onderhouden. Er is geen sprake van opzet aan de zijde van de opgeëiste persoon, gericht op het brengen of laten van een kind in een hulpeloze toestand. Die toestand heeft zich nooit voorgedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel</emphasis>
        <?linebreak?>De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat het verweer faalt.<?linebreak?>De opgeëiste persoon heeft de stelling - wat daarvan ook zij - dat er geen financiële noodzaak was om aan zijn alimentatieverplichting te voldoen, onvoldoende onderbouwd. Niet gebleken is dat aan die verplichting een einde is gekomen en de behoefte aan en de noodzaak tot financiële ondersteuning niet meer aan de orde was.<?linebreak?>Gelet op het gegeven (zoals dat blijkt uit de feitsomschrijving in het EAB) dat de opgeëiste persoon reeds eerder voor de rechter in Polen is gedaagd en veroordeeld wegens het niet nakomen van dezelfde alimentatieverplichting, had het op de weg van de opgeëiste persoon gelegen aan te tonen dat die noodzaak inmiddels niet (meer) bestond. Hij heeft het echter kennelijk op z’n beloop gelaten en hierin ziet de rechtbank het (voorwaardelijk) opzet op het brengen van de minderjarige kinderen in een hulpeloze toestand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet in hetgeen is aangevoerd geen aanleiding om van haar rechtspraak tot dusver af te wijken en onder verwijzing naar haar uitspraak van 17 januari 2014, ECLI:RBAMS:2014:1304, stelt de rechtbank vast dat ook in het onderhavige geval is voldaan aan het vereiste van dubbele strafbaarheid. Het niet-nakomen van de alimentatieverplichting is naar Nederlands recht strafbaar gesteld in artikel 255 Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit levert naar Nederlands recht op:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk iemand tot wiens onderhoud, verpleging en verzorging hij krachtens wet of overeenkomst verplicht is, in hulpeloze toestand brengen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW  en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 255 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 Overleveringswet.. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon] </emphasis>aan de Circuit Court (Sąd Okręgowy) in Gorzow Wielkopolski, 2nd Criminal Division, ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, Polen, wegens het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. C. Klomp,  				                       			  voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.T.C. de Vries en B. Poelert,                         				   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van L.C. Werkman,		                    		   griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 9 november 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>