<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2017:8060</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-14T12:41:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-11-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/665495-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:8060">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:8060</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-06T14:01:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2017:8060 Rechtbank Amsterdam , 03-11-2017 / 13/665495-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2017:8060:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>diefstal pin pas en geldbedrag (mbv valse sleutels), slachtoffer bejaard en dement</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2017:8060:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/665495-16 (Promis)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 3 november 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [GBA].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 oktober 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Sondermeijer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>zij op of omstreeks 4 september 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 100 euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft verschaft en/of de/het weg te nemen geldbedrag(en), onder haar bereik heeft gebracht door gebruik te maken van een pinpas en/of van een bijbehorende pincode, toebehorende aan voornoemde [benadeelde 1], in elk geval door middel van een valse sleutel;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 4 september 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk 50 euro, in elk geval enig geldbedrag, dat geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [benadeelde 1] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>zij op of omstreeks 9 juni 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (winkel)pand ([adres]) heeft weggenomen een tas (inhoudende o.a. een rijbewijs en/of één of meerdere bril(len) (merk Prada en/of Ray-Ban) en/of make-up en/of een telefoon (merk Samsung) en/of gympen (merk Chloë) en/of één of meerdere sleutelbos(sen)) en/of een portemonnee (merk Gucci, inhoudende o.a. één of meerdere pas(sen) en/of een ring (merk Bulgari) en/of een geldbedrag van (ongeveer) 300 euro), in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>zij op of omstreeks 4 oktober 2016, te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 180,00 euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft verschaft en/of de/het weg te nemen geldbedrag(en), onder haar bereik heeft gebracht door gebruik te maken van een pinpas en/of van een bijbehorende pincode, toebehorende aan voornoemde [benadeelde 1], in elk geval door middel van een valse sleutel.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft de bewezenverklaring gevorderd van het onder 1. primair, 2. en 3. ten laste gelegde. Zij komt hiertoe op grond van de aangiftes, de processen-verbaal van bevindingen, de camerabeelden, de verklaringen van de getuigen en de verhoren waarin verdachte het onder 1. en 3. ten laste gelegde heeft bekend.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Vrijspraak van het onder 2. ten laste gelegde</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat het onder 2. ten laste gelegde niet bewezen kan worden verklaard. Hoewel verdachte door aangeefster is gezien in de winkel waar op diezelfde dag haar tas is gestolen, is op grond van de bewijsmiddelen niet vast komen te staan dat het verdachte is geweest die de tas heeft weggenomen. Er zijn geen camerabeelden van het incident en er is geen getuige die een wegnemingshandeling heeft waargenomen. Dat het rijbewijs van aangeefster is aangetroffen in een woning waar verdachte zich op dat moment bevond, doet daar niet aan af. In die woning bevonden zich meerdere personen, waardoor niet valt uit te sluiten dat het een ander dan verdachte is geweest die zich aan de diefstal van de tas heeft schuldig gemaakt. Verdachte zal daarom van het onder 2. ten laste gelegde worden vrijgesproken.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.2.</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van het onder 1. en 3. ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het onder 1. primair ten laste gelegde, op grond van de volgende bewijsmiddelen:</para>
        </parablock>
        <para />
        <para>1. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2016119-1 van 6 september 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1], doorgenummerde pagina’s 1-3, inhoudende de verklaring van [benadeelde 1].</para>
        <para />
        <para>2. Een proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte met nummer PL1300-2016193119-12 van 12 oktober 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 3], doorgenummerde pagina’s 15-22, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het onder 3. ten laste gelegde op grond van de volgende bewijsmiddelen:</para>
        </parablock>
        <para />
        <para>3. Een proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte met nummer PL1300-2016193119-12 van 12 oktober 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 3], doorgenummerde pagina’s 15-22, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.</para>
        <para />
        <para>4. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2016218060-1 van 7 oktober 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3], doorgenummerde pagina’s 70-72, , inhoudende de verklaring van [benadeelde 1].</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 1. primair ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
      <para>op 4 september 2016 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag toebehorende aan [benadeelde 1] waarbij verdachte  het weg te nemen geldbedrag, onder haar bereik heeft gebracht door gebruik te maken van een pinpas en van een bijbehorende pincode, toebehorende aan voornoemde [benadeelde 1].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
      <para>op 4 oktober 2016, te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 180,00 euro, toebehorende aan [benadeelde 1] waarbij verdachte het weg te nemen geldbedrag, onder haar bereik heeft gebracht door gebruik te maken van een pinpas en van een bijbehorende pincode, toebehorende aan voornoemde [benadeelde 1]. .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straf</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] kan worden toegewezen tot een bedrag € 1.400,00. Het overige dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, voor zover daarover uit het dossier en de reclasseringsrapportage van 2 mei 2017 is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft tot twee keer toe gebruik gemaakt van de pinpas van aangever en heeft vervolgens de opgenomen geldbedragen zelf gehouden, zonder dat zij daarvoor toestemming had gekregen. Verdachte heeft daarmee laten zien geen respect te hebben voor de eigendommen van anderen. Dat het slachtoffer een bejaarde en dementerende man is, maakt de feiten naar het oordeel van de rechtbank extra kwalijk. Zij heeft uit eigen gewin het slachtoffer schade berokkend en overlast bezorgd. Daarbij komt dat de verdachte, blijkens een uittreksel uit de justitiële documentatie van 25 september 2017, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een vermogensdelict.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht, alles afwegende, mede uit het oogpunt van generale preventie, een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Ten aanzien van de benadeelde partij</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert, ter zake feit 2, € 1.810,00 aan materiële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat verdachte van feit 2 wordt vrijgesproken en dus hiervoor geen straf of maatregel wordt opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht niet wordt toegepast.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 2. ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1. primair en 3. ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 1. primair en 3. ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
      <para>- <emphasis role="italic">Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder haar bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van <emphasis role="bold">4 (vier) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat een gedeelte, groot <emphasis role="bold">2 (twee) maanden</emphasis>, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt daarbij een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart, ter zake feit 2, [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in haar vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. P.P.C.M. Waarts,	 								voorzitter,</para>
      <para>mrs. F.M. Wieland en P. Farahani,						 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Klaveren,				 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 november 2017.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>