<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2017:7850</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-07T13:27:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-10-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/701664-16 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:7850">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:7850</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-27T11:48:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2017:7850 Rechtbank Amsterdam , 10-10-2017 / 13/701664-16 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2017:7850:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hennepkwekerij: wederrechtelijk voordeel € 5.778,31</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2017:7850:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/701664-16 (ontneming) (Promis)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 10 oktober 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, op vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak, behorende bij de strafzaak met parketnummer 13/701664-16, tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis> hierna te noemen [verdachte],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [GBA]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie en het onderzoek op de terechtzitting van 26 september 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de officier van justitie van 4 september 2017 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [verdachte] opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel van € 5.778,31.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien de stukken waarop de vordering berust en waarnaar deze vordering verwijst, verstaat de rechtbank de vordering aldus dat deze betreft de feiten soortgelijk aan feiten waarvoor [verdachte] in de onderliggende strafzaak is veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 oktober 2017 ter zake van de volgende strafbare feiten veroordeeld:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1:	medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2:	diefstal.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het wederrechtelijk verkregen voordeel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vindt de vordering toewijsbaar en verzoekt de rechtbank om aan [verdachte] een betalingsverplichting op te leggen van € 5.778,31.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman van verdachte vindt de vordering niet toewijsbaar en verzoekt de rechtbank deze af te wijzen. Daarvoor voert de raadsman aan dat niet vastgesteld kan worden dat er winst is gemaakt met het telen van hennep. Er is sprake van niet meer dan één oogst, en die oogst was zeer recent geknipt en de opbrengst daarvan nog niet verkocht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft in de onderliggende strafzaak bewezen verklaard dat verdachte vanaf 1 december 2013 elektriciteit heeft gestolen ten behoeve van de hennepkwekerij in zijn woning. Daarbij heeft de rechtbank de alternatieve verklaring van de verdediging ten aanzien van het waarnemen van een warmtebron in de woning van verdachte verworpen.</para>
        <para>Voor het antwoord op de vraag of naast de aanwezige hennepplanten en de nog aanwezige hennepoogst sprake is geweest van een andere oogst, gaat de rechtbank uit van de bewezen verklaarde periode in de onderliggende strafzaak, te weten 1 december 2013 – 16 mei 2014. Die periode omvat ruim 23 weken.</para>
        <para>Een algemeen uitgangspunt voor ontnemingszaken bij hennepteelt is dat uitgegaan wordt van een kweekcyclus van tien weken. De bewezen verklaarde periode omvat dan ook twee volledige kweekcycli. Daarmee vindt de rechtbank het aannemelijk dat naast de aanwezige hennepplanten en de nog aanwezige hennepoogst sprake is geweest van in elk geval één extra oogst. Die oogst was niet meer in de woning aanwezig. Het is daarom aannemelijk dat die oogst is verkocht en dat verdachte daarmee voordeel heeft verkregen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor het schatten van het verkregen voordeel heeft de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van hernieuwde berekening van het voordeel die aan de ontnemingsvordering ten grondslag ligt.<footnote-ref linkend="_2a2a10b3-421d-40f4-884b-11576faf77aa" /> De kosten die in mindering zijn gebracht op de brutowinst zijn nader onderbouwd in het oorspronkelijke ontnemingsprocesverbaal.<footnote-ref linkend="_6af43402-5884-46be-a61e-eb9168f8a3a2" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft [verdachte] door middel van voornoemde strafbare feiten voordeel verkregen dat de rechtbank schat op € 5.778,31.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De verplichting tot betaling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank bepaalt het te ontnemen bedrag op € 5.778,31.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e (oud) van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt vast als wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van € 5.778,31.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt op aan <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis> de verplichting tot betaling van € 5.778,31 (vijfduizend zevenhonderdachtenzeventig euro en eenendertig cent) aan de Staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. P.P.C.M. Waarts,	voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.R. Jöbsis en J. Huber,	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van C. Wolswinkel,	griffier</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 oktober 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_2a2a10b3-421d-40f4-884b-11576faf77aa" label="1">
    <para> Een geschrift, zijnde een onderbouwing ontnemingsvordering (losbladig en ongenummerd).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6af43402-5884-46be-a61e-eb9168f8a3a2" label="2">
    <para> Een proces-verbaal Ontneming, met nummer 2013316847, van 26 februari 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren S.M. Hussain en H.H. Cinici (pag. F-178 – F-179).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>