<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2017:7547</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-08T11:03:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-09-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 16/3646</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:7547">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:7547</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-08T11:02:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2017:7547 Rechtbank Amsterdam , 26-09-2017 / AWB 16/3646</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2017:7547:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huisvestingswet, bestuurlijke boete.</para>
      <para />
      <para>De rechtbank heeft ter zitting aan de orde gesteld dat verweerder het bestreden besluit aan eiseres, een stichting, heeft gericht, terwijl de bestuurlijke boete in het primaire besluit aan de bestuurder van de stichting persoonlijk is opgelegd. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting erkend dat laatstgenoemde in het primaire besluit als overtreder is aangemerkt, dat dit ten onrechte is en dat eiseres als overtreder had moeten worden aangemerkt. De gemachtigde van verweerder heeft vervolgens het bestreden besluit ter zitting ingetrokken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2017:7547:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 16/3646 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 september 2017 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de Stichting] , eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. S. Levelt),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, </emphasis>verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A. Franke).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 6 november 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder aan [de man] , bestuurder van eiseres, een bestuurlijke boete van € 12.000,- opgelegd voor het overtreden van de Huisvestingswet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 20 april 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van [de man] en van eiseres ongegrond verklaard.<?linebreak?></para>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 juni 2017. </para>
      <para>Eiseres en verweerder zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigden.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De rechtbank heeft ter zitting aan de orde gesteld dat verweerder het bestreden besluit aan eiseres heeft gericht, terwijl de bestuurlijke boete in het primaire besluit aan [de man] is opgelegd. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting erkend dat laatstgenoemde in het primaire besluit als overtreder is aangemerkt, dat dit ten onrechte is en dat eiseres als overtreder had moeten worden aangemerkt. De gemachtigde van verweerder heeft vervolgens het bestreden besluit ter zitting ingetrokken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De gemachtigde van eiseres heeft het beroep ter zitting ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 in de kosten worden veroordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 8:41, vierde lid, van de Awb wordt het door de indiener betaalde griffierecht aan hem vergoed door het bestuursorgaan indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen.</para>
      <para />
      <para>3. De rechtbank stelt vast dat eiseres het beroep heeft ingetrokken omdat verweerder met de intrekking van het bestreden besluit aan het beroep is tegemoet gekomen. Verweerder heeft de in verband met de intrekking van het beroep gemaakte aanspraak op proceskosten niet bestreden. Onder deze omstandigheden bestaat aanleiding met toepassing van het bepaalde in artikel 8:75a van de Awb verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, welke onder toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) forfaitair zijn vastgesteld op € 990,00 (2 punten -1 punt voor het beroepschrift plus 1 punt voor het verschijnen ter zitting- x factor 1 x € 495,00) als kosten van verleende rechtsbijstand.<?linebreak?></para>
      <para />
      <para>4. Nu eiseres het griffierecht heeft voldaan en verweerder aan het beroep is tegemoetgekomen, dient verweerder aan eiseres het griffierecht ter hoogte van € 168,- te vergoeden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 990,00. <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 26 september 2017 door mr. T.L. Fernig-Rocour, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Tax, de griffier, en bekend gemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	</para>
      <para>						 rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende vier weken na toezending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te 's-Gravenhage.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>