<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2017:5175</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-26T10:42:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBAMS:2017:10681</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 17 _ 589</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2018:3372" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2018:3372, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:5175">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:5175</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-16T14:37:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2017:5175 Rechtbank Amsterdam , 21-07-2017 / AWB - 17 _ 589</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2017:5175:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Parkeervergunning afgewezen, vergunningplafond van nul</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2017:5175:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 17/589 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2017 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te Amsterdam, eiser,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam, Parkeerregieorgaan, </emphasis>verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. D.R. de Vries).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 8 juli 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser voor een bewonersvergunning afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 5 januari 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 juli 2017. </para>
      <para>Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser woont aan de [adres] te Amsterdam en heeft verweerder verzocht hem een bewonersvergunning te verlenen. </para>
    <para />
    <para>2. Bij het primaire besluit heeft verweerder geweigerd deze vergunning te verlenen omdat in het deelvergunningengebied waar eiser woont sprake is van een vergunningenplafond wat op nul is gesteld, waardoor er geen parkeervergunningen worden verleend. </para>
    <para />
    <para>3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank stelt vast dat voor het deelvergunninggebied waarin de woning van eiser zich bevindt, een plafond van nul vergunningen geldt. Uit artikel 32, tweede lid, van de Parkeerverordening 2013 volgt dat een bewonersvergunning wordt geweigerd indien het vergunningenplafond van het desbetreffende vergunninggebied is bereikt. Dit betekent dat eiser op grond van de Parkeerverordening geen recht heeft op een bewonersvergunning. De rechtbank verwijst in dit kader naar de uitspraak van de Afdeling van 11 maart 2015<footnote-ref linkend="_072e7235-ad1e-47eb-8243-7e28d349b825" />. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank is van oordeel dat eisers beroep op het rechtszekerheidsbeginsel niet kan slagen. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat aanvragen moeten worden getoetst aan het recht zoals dat gold ten tijde van de aanvraag<footnote-ref linkend="_407be471-37f7-4a3f-86b7-422b79af63f1" />. Niet in geschil is dat ten tijde van de aanvraag al sprake was van een vergunningenplafond van nul. Dat dit plafond er nog niet was op het moment van aankoop van de woning, doet niet ter zake. Immers, op dat moment gold nog geen vergunningplicht omdat er nog geen betaald parkeren was ingevoerd. Ten tijde van de aanvraag van eiser was het plafond er wel. Verweerder heeft dan ook terecht getoetst aan het recht zoals het gold ten tijde van de aanvraag. Voorts is de rechtbank van oordeel dat eiser had kunnen weten dat in het gebied waarin zijn woning zich bevindt een vergunningenplafond van nul van toepassing zou zijn. Immers in de akte van levering van zijn appartement staat al vermeld dat parkeren op straat niet mogelijk is. </para>
    <para />
    <para>6. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel kan niet slagen. Volgens eveneens vaste rechtspraak van de Afdeling mag onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende vergunninggebieden<footnote-ref linkend="_8e36d3ae-a6a2-40f2-99dc-435672cbbd35" />. Daarbij merkt de rechtbank op dat de situatie van eiser, zoals verweerder ook heeft opgemerkt, verschilt met de situatie waar hij op heeft gewezen. Eiser was immers al voor de definitieve koop op de hoogte dat er in het gebied waarin zijn woning zich bevindt een plafond van nul zou gelden, althans parkeren op straat niet mogelijk is. </para>
    <para />
    <para>7. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat de normen van het bestemmingsplan geen rol kunnen spelen bij de weigering van de parkeervergunning. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van de Afdeling van 7 september 2011<footnote-ref linkend="_e42087d0-f0e7-4da9-96d2-8d00ed6b5d16" />. </para>
    <para />
    <para>8. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat het beroep van eiser op de hardheidsclausule niet kan slagen. De door eiser aangedragen omstandigheden, onder andere dat hij afhankelijk is van zijn auto voor zijn werk en dat hij geen parkeerplaats in de buurt kan krijgen, zijn niet zo bijzonder dat verweerder op grond hiervan alsnog een vergunning had moeten verlenen. </para>
    <para />
    <para>9. Het beroep is ongegrond.  </para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Sloot, rechter, in aanwezigheid van mr J.C.E. Krikke, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier </para>
      <para>rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. </para>
      <para>Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_072e7235-ad1e-47eb-8243-7e28d349b825" label="1">
    <para>ECLI:NL:RVS:2015:750</para>
  </footnote>
  <footnote id="_407be471-37f7-4a3f-86b7-422b79af63f1" label="2">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 20 oktober 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO1161</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8e36d3ae-a6a2-40f2-99dc-435672cbbd35" label="3">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 19 maart 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC7092</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e42087d0-f0e7-4da9-96d2-8d00ed6b5d16" label="4">
    <para>ECLI:NL:RVS:2011:BR6925</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>