<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2017:5142</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-26T14:41:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751366-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:5142">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:5142</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-26T14:40:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2017:5142 Rechtbank Amsterdam , 13-07-2017 / 13/751366-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2017:5142:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Polen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2017:5142:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM, </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751366-17 (EAB II)</para>
      <para>RK-nummer: 17/2728</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 13 juli 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 18 april 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 21 februari 2017 (ontvangen op 17 april 2017) door het District Court van Lublin (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[naam opgeëiste persoon] ,    </emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1989,         </para>
      <para>niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen,  </para>
      <para>thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [plaats] ,       </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 8 juni 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 8 juni 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek.   </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door haar zijn raadsman, mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Poolse taal.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, van de OLW uitspraak zou moeten doen met 30 dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 6 juli 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 6 juli 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. U.E.A. Weitzel.   </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door haar raadsman, mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Poolse taal.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat zij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>een vonnis van 15 mei 2014 (III K 347/14), uitgevaardigd door het Regional Court in Lublin-Wschód;  </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een vonnis van 20 oktober 2014 (III K 802/14),  uitgevaardigd door het Regional Court in Lublin-Wschód.  </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>een vrijheidsstraf voor de duur van 6 maanden (III K 347/14) en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar (III K 802/14), </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraffen zijn voorwaardelijk aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemde vonnissen. Bij beslissingen van het Regional Court in Lublin-Wschód van respectievelijk </para>
      <para>8 juni 2014 en 2 februari 2016 is de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen bevolen.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 van de OLW  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Ten aanzien van het vonnis van 15 mei 2014 (III K 347/14)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB is vermeld dat de opgeëiste persoon aanwezig wat op de terechtzitting die heeft geleid tot het vonnis van 15 mei 2014. De weigeringsgrond van artikel 12 van de OLW is dus niet van toepassing ten aanzien van dit vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Ten aanzien van het vonnis van 20 oktober 2014 (III K 802/14)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB strekt met betrekking tot het vonnis van 20 oktober 2014 tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, met de officier van justitie en anders dan de raadsman, van oordeel dat genoegzaam is gebleken dat de opgeëiste persoon tijdig en in persoon is gedagvaard en daarbij op de hoogte is gebracht van de datum en plaats van de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft in het onderdeel D. van het EAB vermeld dat dit het geval is. Deze informatie wordt bevestigd door de door de uitvaardigende justitiële autoriteit op verzoek van de officier van justitie overgelegde nadere stukken. Zo is een ‘confirmation of receipt’ overgelegd met handtekening van de opgeëiste persoon. Het op dit stuk vermelde referentienummer – III K 802/14 – en de zittingsdatum – 20/10/2014 – komen overeen met de informatie in het EAB over het vonnis. Ook de datum 27 augustus 2014, waarop de opgeëiste persoon volgens de informatie in het EAB zou zijn geïnformeerd, is vermeld op het stuk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien het voorgaande is de als eerste alternatief vermelde uitzonderingssituatie in artikel 12 onder a, van de OLW van toepassing. De weigeringsgrond van dit artikel is dus niet van toepassing. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover de beslissing tot tenuitvoerlegging van de bij het vonnis van 20 oktober 2014 opgelegde voorwaardelijke vrijheidsstraf is genomen zonder dat de opgeëiste persoon op de hoogte is gesteld van de zitting in die procedure, kan dit – anders dan gesteld door de raadsman – niet leiden tot weigering van de verzochte overlevering op grond van artikel 12 van de OLW. Volgens vaste jurisprudentie van deze rechtbank ziet deze weigeringsgrond niet op dergelijke procedures, waarbij geen sprake is van een behandeling ten gronde ten aanzien van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid, feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, 2e OLW gestelde eisen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">diefstal door twee of meer verenigde personen (feit inzake III K 347/14)</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd om het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen (feit inzake III K 802/14).</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 van de OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de verzochte overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 van de OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[naam opgeëiste persoon]</emphasis> aan het District Court van Lublin (Polen) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen, opgelegd bij <emphasis role="bold">het vonnis van 15 mei 2014 van het Regional Court in Lublin-Wschód (III K 347/14) en het vonnis van 20 oktober 2014 van het Regional Court in Lublin-Wschód (III K 802/14)</emphasis>, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens het feit waarvoor haar overlevering wordt verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. M. van Mourik,	  					                         voorzitter,</para>
      <para>mrs. R.A.J. Hübel en M.J. Alink,	                         				   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten,			                              griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 13 juli 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">						Mr. M.J. Alink is buiten staat deze uitspraak</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">						mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>