<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2017:5044</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-24T11:14:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/2650</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:5044">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:5044</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-24T11:04:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2017:5044 Rechtbank Amsterdam , 13-07-2017 / 17/2650</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2017:5044:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Overlevering aan Duitsland toegestaan.</para>
        <para>Dat de verdachte in Duitsland werd aangehouden op verdenking van winkeldiefstallen en door de Duitse politie is verhoord, waarna hij vervolgens is heengezonden, betekent niet dat het uitvaardigen van een nationaal aanhoudingsbevel en van een EAB een onevenredig middel is. Verdachte is Nederlander, woont in Nederland en heeft in Duitsland geen vaste woon- of verblijfplaats.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2017:5044:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM, </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751307-17 </para>
      <para>RK-nummer: 17/2650</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 13 juli 2017   </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 11 april 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 3 maart 2017 door de Staatsanwaltschaft Berlin (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, </para>
      <para>niet ingeschreven in de Basisregistratie personen, maar verblijvend op het adres [adres 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 13 juli 2017. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel en de raadsman van de opgeëiste persoon mr. H.J. Andel, advocaat te Rotterdam.</para>
      <para>De opgeëiste persoon is niet verschenen. De raadsman heeft verklaard dat hij uitdrukkelijk gemachtigd is namens de opgeëiste persoon verweer te voeren tegen de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat zij er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia correct zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel uitgevaardigd door het Kantongerecht Tiergarten en gedateerd 3 februari 2017. Dossiernummer: [dossiernummer] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan twee naar het recht van Duitsland strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn als volgt omschreven in onderdeel e) van het EAB.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tijdstip/periode van het strafbare feit: 27,09.2016 en 15.10.2016</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Plaats(en) delict: Berlijn</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Toedracht: </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">Op 27.09.2016 omstreeks 21:55 uur nam de verdachte in de winkel [winkelnaam 1] in de [adres 2] Berlijn uit de uitstalling aldaar een mes ter waarde van 9,99 euro waarbij hij dit uit de verpakking nam,een verpakking garnalen met een verkoopwaarde van 3,99 euro, een verpakking noedels met een verkoopprijs van 0,79 euro alsook twee broodjes met een verkoopprijs van 0,78 euro, Vervolgens stopte hij de goederen in een door hem meegebrachte zak en passeerde de kassa zonder de goederen te betalen om ze zich toe te eigenen. Daarbij hield hij in zijn broekzak een tafelmes en een nagelschaartje binnen handbereik.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 15.10.2016 omstreeks 15:25 uur nam de verdachte in het [winkelnaam 2] filiaal op de [adres 3] Berlijn uit de uitstalling aldaar een verpakking van drie paar witte sokken met een verkoopprijs van 9,00 euro. Vervolgens passeerde hij de kassa zonder de goederen te betalen om ze zich toe te eigenen. Daarbij hield hij in zijn rechtse broekzak een keukenmes met een lemmetlengte van ca. 11 cm binnen handbereik.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mate van betrokkenheid: dader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft deze twee feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, 2e OLW gestelde eisen.</para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan, nu beide feiten naar Nederlands recht kunnen worden gekwalificeerd als: <emphasis role="italic">diefstal</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De Oberstaatsanwalt te Berlijn heeft in een e-mail van 12 juli 2017 de volgende garantie gegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In case the wanted person is sentenced to an unconditional prison sentence without appeal in Germany after the surrender, they [de rechtbank leest: he] will be allowed to carry out this punishment in the Netherlands.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien de feiten ook naar Nederlands recht strafbare feiten opleveren. Aan deze voorwaarde is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Evenredigheid</title>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">Standpunt raadsman</emphasis>
      <?linebreak?>De overlevering moet worden geweigerd nu het uitvaardigen van een EAB een te zwaar middel is gelet op het feit dat de opgeëiste persoon, toen hij werd betrapt op de winkeldiefstallen, in beide gevallen is staande gehouden en gehoord is door de Duitse politie, waarna hij werd heengezonden. De raadsman bestempelt het verzoek om overlevering in zo een geval als misbruik van internationaal recht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        <?linebreak?>De officier van justitie heeft hier tegenin gebracht dat het feit dat de opgeëiste persoon indertijd na verhoor is heengezonden in lijn is met uitspraken van het EHRM, immers het dwangmiddel ‘voorlopige hechtenis’ dient terughoudend te worden toegepast. De officier van justitie veronderstelt dat de gang van zaken als volgt is geweest: op de eerste diefstal volgde een tweede diefstal. Dat was wellicht niet meteen bekend. De opgeëiste persoon bleek vervolgens in Duitsland geen vast adres te hebben, maar wel in Nederland ingeschreven te staan. Toen is op basis van opportuniteit en met in achtneming van alle belangen een nationaal en vervolgens een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd. De opportuniteit voor de Duitse officier van justitie staat niet ter beoordeling van de rechtbank in Nederland. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel rechtbank</emphasis>
        <?linebreak?>De rechtbank vat het verweer op als gevoerd in het kader van de evenredigheid. <?linebreak?>Er dient in beginsel op te worden vertrouwd dat de uitvaardigende autoriteit bij de beslissing tot uitvaardiging van het EAB het evenredigheidsbeginsel in acht heeft genomen. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan dat uitgangspunt worden verlaten. Van een dergelijk geval is hier geen sprake. De omstandigheid dat de thans opgeëiste persoon in Duitsland eerder, naar aanleiding van de afzonderlijke feiten, niet in voorlopige hechtenis is genomen, is daartoe onvoldoende. De rechtbank verwerpt het verweer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 310 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6 en 7 Overleveringswet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan de Staatsanwaltschaft Berlin, ten behoeve van het in Duitsland tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.</para>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. A.J. Dondorp,  				                         				voorzitter,</para>
      <para>mrs. H.P. Kijlstra en M.J. Alink,                      				   		rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van L.C. Werkman,			                         		griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 13 juli 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>