<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2017:4492</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-13T16:51:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-04-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13.751.078-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:4492">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:4492</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-13T10:57:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2017:4492 Rechtbank Amsterdam , 11-04-2017 / 13.751.078-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2017:4492:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie-EAB Italië; verweer omtrent strafovername door Duitsland slaagt niet, overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2017:4492:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">		                    RECHTBANK AMSTERDAM	</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">		      INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.751.078-17</para>
      <para>RK nummer: 17/962</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 11 april 2017 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 9 februari 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 1 februari 2017 door <emphasis role="italic">the Office of the Prosecutor General of the Republic attached to the Court of Appeal of Bari </emphasis>(Italië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedatum] 1981, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>thans gedetineerd in het [detentieadres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 28 maart en 11 april 2017. De verhoren hebben plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officieren van justitie mr. U.E.A. Weitzel (28 maart) en J.J.M. Asbroek (11 april). De opgeëiste persoon heeft zich telkens doen bijstaan door zijn raadsman, mr. H.G. Koopman, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Duitse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon 		</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Griekse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een <emphasis role="italic">enforceable judgment n. 2016/2007 of 6 December 2007 of the Court of Appeal 3rd Division, become final on 2 October 2008</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vier jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren nog twee jaren, vijf maanden en 28 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 5, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de in rubriek e) van het EAB vermelde gegevens is op dit feit naar het recht van Italië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Overname tenuitvoerlegging straf door Duitsland?</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft onder verwijzing naar verschillende producties betoogd dat het EAB geen grond meer kan vormen voor overlevering naar Italië, nu de tenuitvoerlegging van de straf van Italië is overgenomen door Duitsland. Italië heeft immers – kort gezegd – een verzoek tot overname van de tenuitvoerlegging van de straf aan Duitsland gericht, waarop de Duitse rechter instemmend heeft beslist. Uit de correspondentie tussen het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) en de Duitse autoriteiten is echter gebleken dat de beslissing tot overname van de tenuitvoerlegging van de straf nog niet definitief is. Onder deze omstandigheden en mede gericht op een – door de raadsman goed gemotiveerd – voorstel om de zaak praktisch op te lossen, is de behandeling van de zaak op 28 maart 2017 aangehouden met de volgende overwegingen:   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het Openbaar Ministerie wordt in de gelegenheid gesteld de toestemming van de Italiaanse autoriteiten te verkrijgen voor een begeleid vertrek van de opgeëiste persoon naar Duitsland, opdat de opgeëiste persoon daar de in Italië opgelegde vrijheidsstraf ondergaat.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ter ondersteuning van de officier van justitie in haar poging om die toestemming te verkrijgen, verzoekt de rechtbank haar ook aan de Italiaanse autoriteiten te vragen of zij in de bijzondere omstandigheden van dit geval aanleiding zien om het EAB in te trekken, opdat de opgeëiste persoon naar Duitsland kan afreizen om daar de in Italië opgelegde vrijheidsstraf te ondergaan.    </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mochten de Italiaanse autoriteiten binnen één week na heden nog geen toestemming hebben gegeven of het EAB nog niet hebben ingetrokken, dan is één van de opties dat de rechtbank de opgeëiste persoon in vrijheid stelt, opdat de opgeëiste persoon naar Duitsland kan afreizen om daar de in Italië opgelegde vrijheidsstraf te ondergaan.  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In reactie hierop heeft het Italiaanse Ministerie van Justitie, Directoraat generaal Strafrechtspraak, op 3 april 2017 het volgende meegedeeld: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">T.a.v. bovengenoemd persoon delen wij u mede dat het Europese Aanhoudingsbevel dat op 1-2-2017 door het Ressortparket bij het Gerechtshof Bari is uitgevaardigd en op 6 februari 2017 aan de Arrondissementsrechtbank Amsterdam Afdeling is toegezonden, nog steeds geldig is.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wij dringen daarom aan op de overlevering van [opgeëiste persoon] aan Italië, en wijzen er daartoe op dat niets het op gang zetten van een overbrengingsprocedure naar Duitsland overeenkomstig het Kaderbesluit 2008/909/JBZ in de weg staat, een procedure die door de bevoegde justitiële autoriteit overigens al eerder is gestart maar niet voltooid.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ingevolge de onvoltooide overbrengingsprocedure dient het eerdergenoemde Europese Aanhoudingsbevel als nog steeds geldig beschouwd te worden, en wij verzoeken derhalve daaraan uitvoering te geven.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft ter zitting van 11 april 2017 zijn verweer gehandhaafd en geconcludeerd tot weigering van de overlevering, zodat de opgeëiste persoon direct zelf naar Duitsland kan gaan om de oorspronkelijk in Italië opgelegde straf daar uit te zitten. De raadsman vraagt zich bovendien af of de relevante producties, waaronder een besluit van de Italiaanse autoriteiten van 5 juli 2016 houdende het aanbod tot overname van de strafexecutie van Italië aan Duitsland en het besluit van de Duitse rechter van 16 februari 2017 houdende de executie van het strafrestant</para>
      <para>in Duitsland, aan de Italiaanse autoriteiten zijn voorgelegd. De vraag of de producties inderdaad zijn meegestuurd naar Italië, is door het IRC niet beantwoord, aldus de raadsman. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat weldegelijk alle informatie aan de Italiaanse autoriteiten is voorgelegd en dat het Italiaanse antwoord van 3 april 2017 helder is: het EAB blijft gehandhaafd. De overlevering dient aldus te worden toegestaan, waarbij de officier van justitie opmerkt dat zij – in het geval de overlevering wordt toegestaan – snel contact op zal nemen met de Italiaanse autoriteiten opdat in Italië voortvarend zal worden gehandeld.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de mededeling van de officier van justitie dat het IRC alle relevante informatie heeft meegestuurd bij de vragen die aan de Italiaanse autoriteiten zijn gesteld na de zitting van 28 maart 2017. De rechtbank overweegt voorts als volgt. Ondanks het al eerder ingezette – maar niet voltooide – traject van overname van de tenuitvoerlegging van de in Italië opgelegde straf door Duitsland, is gebleken dat het EAB nog altijd van kracht is. Hoewel van verschillende kanten is geprobeerd om de zaak op een andere – voor de opgeëiste persoon minder ingrijpende – manier op te lossen, is dit niet gelukt. De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en dat ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan. De overlevering dient daarom te worden toegestaan. Het verweer wordt verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Office of the Prosecutor General of the Republic attached to the Court of Appeal of Bari </emphasis>(Italië) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. H.P. Kijlstra,       				                                 		         voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.K. Glerum en M.M. Helmers,		 			   		rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, 	                         		 griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 11 april 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>