<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2017:2580</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-21T12:32:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-04-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751032-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#internationaalPubliekrecht">Internationaal publiekrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:2580">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:2580</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-20T13:32:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2017:2580 Rechtbank Amsterdam , 11-04-2017 / 13/751032-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2017:2580:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Poolse EAB, executie, artikel 12 OLW, heropening van de zaak wegens het stellen van prejudiciële vragen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2017:2580:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.751.032-17</para>
      <para>RK nummer: 17/410</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 11 april 2017 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">(TUSSEN)UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 17 januari 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 12 juni 2014 door de <emphasis role="italic">Sad Okregowy w Gdansku</emphasis> (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[naam van de opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag 2] 1980 , </para>
      <para>ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en verblijvend op het adres [adres] [woonplaats] ,</para>
      <para>	thans uit anderen hoofde gedetineerd in het [naam van de peninentiaire inrichting] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 7 maart 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw mr. S. Pijl, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling is op voornoemde zitting voor onbepaalde tijd geschorst teneinde </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de raadsman in de gelegenheid te stellen om een te voeren verweer ex artikel 6, vijfde lid, OLW nader te kunnen onderbouwen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om, in verband met artikel 12 OLW, aanvullende informatie bij de Poolse autoriteit op te vragen over het vonnis II K 13/06 van 10 april 2012 van <emphasis role="italic">the Regional Court in Wejherowo</emphasis> (Polen), welk vonnis betrekking heeft op de feiten 3, 4 en 5 van het huidige EAB. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 7 maart 2017 de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is hervat op de openbare zitting van 4 april 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. B.J. Polman, advocaat te Amsterdam, kantoorgenoot van mr. S. Pijl, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon 		</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een <emphasis role="italic">binding sentence van the Regional Court in Wejherowo (Polen) imposed on 25 march 2014</emphasis>, zaaksnummer II K 1677/13.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens aanvullende informatie van de Poolse justitiële autoriteit betreft dit een <emphasis role="italic">aggregate judgment</emphasis> waaraan de volgende vonnissen ten grondslag liggen: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>een <emphasis role="italic">judgment of the Regional Court in Wejherowo </emphasis>van 21 april 2005 met zaaknummer <?linebreak?>VI K 240/05 (<emphasis role="underline">feit I.1</emphasis>)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een <emphasis role="italic">judgment of the Regional Court in Gdynia </emphasis>van 16 januari 2006 met zaaknummer VIII K 873/05 (<emphasis role="underline">feit I.2</emphasis>)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een <emphasis role="italic">binding sentence of the Regional Court in Wejherowo imposed on 10 April 2012,</emphasis> zaaknummer II K 13/06 (<emphasis role="underline">feiten II.3, II.4 en II.5</emphasis>).   </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van in totaal 5 jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteert volgens het EAB nog 3 jaar en 6 maanden en 12 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit dat in rubriek e) onder II.4 is weergegeven,  waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 27, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">verkrachting</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de overige feiten (feit I.1, I.2, II.3 en II.5) niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW zijn neergelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan ten aanzien van de feiten I.2, II.3 en II.5 is voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit I.2: gijzeling en/of mishandeling</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit II.3: zware mishandeling </emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit II.5: overtreding van 8, tweede lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van feit I.1 is niet voldaan aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW zijn neergelegd. Uit de omschrijving blijkt enkel dat er door de opgeëiste persoon tegen politiebeambten woorden zijn gezegd die naar Pools recht kennelijk als beledigend kunnen worden beschouwd. Niet blijkt welke woorden de opgeëiste persoon precies heeft gebezigd en daarom kan de rechtbank dit feit niet naar Nederlands recht als een belediging kwalificeren. De overlevering moet ten aanzien van dit feit worden geweigerd.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Heropening onderzoek voor het stellen van prejudiciële vragen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Judgment of the Regional Court in Gdynia</emphasis>
          <emphasis role="italic"> van 16 januari 2006 met zaaknummer VIII K 873/05 (</emphasis>
          <emphasis role="underline italic">feit I.2</emphasis>
          <emphasis role="italic">)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit door de verdediging overgelegde stukken blijkt dat ten behoeve van de tenuitvoerlegging van het vonnis met zaaknummer VIII K 873/05 dat ziet op feit I.2, reeds eerder een EAB is uitgevaardigd (op 18 augustus 2009) en een overleveringsprocedure is gevoerd. De overlevering is toen geweigerd omdat de op grond van artikel 12 OLW verstrekte garantie niet voldoende was. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Binding sentence of the Regional Court in Wejherowo</emphasis>
          <emphasis role="italic"> imposed on 10 April 2012, zaaknummer II K 13/06 (</emphasis>
          <emphasis role="underline italic">feiten II.3, II.4 en II.5</emphasis>
          <emphasis role="italic">)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de stukken blijkt dat ten behoeve van de tenuitvoerlegging van het vonnis met zaaknummer II K 13/06, dat ziet op de feiten II.3 tot en met II.5, eveneens in een eerder stadium al twee EAB’s zijn uitgevaardigd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het eerste EAB dat ten aanzien van deze feiten is uitgevaardigd, dateert van 23 mei 2013. Op 6 december 2013 heeft de rechtbank het overleveringsverzoek op grond van artikel 12 OLW afgewezen omdat de opgeëiste persoon niet in persoon was verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid, en zich evenmin één van de omstandigheden als bedoeld in artikel 12, aanhef en onder a tot en met d, OLW voordeed. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vervolgens is een aangepaste versie van het EAB van 23 mei 2013 uitgevaardigd. Na een tussenuitspraak van 21 maart 2014, heeft de rechtbank de officier van justitie op 9 mei 2014 niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot in behandeling nemen van het EAB omdat het EAB door de Poolse justitiële autoriteiten was ingetrokken. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Judgment of the Regional Court in Gdynia</emphasis>
          <emphasis role="italic"> van 16 januari 2006 met zaaknummer VIII K 873/05 (</emphasis>
          <emphasis role="underline italic">feit I.2</emphasis>
          <emphasis role="italic">)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de pleitnota die in het kader van de overleveringszaak uit 2011 is opgesteld, blijkt dat de Poolse justitiële autoriteiten een brief, gedateerd 9 mei 2011, hebben verstrekt waaruit volgt dat de oproeping voor feit I.2 niet in persoon is betekend. Uit de brief van de Poolse justitiële autoriteiten van 18 januari 2017 blijkt dat de opgeëiste persoon op 9 januari 2006 bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid aanwezig was. Dit is echter moeilijk te rijmen met de eerdere uitspraak van de rechtbank. Daarom dient de zaak te worden aangehouden teneinde na te gaan wat in de brief van 9 mei 2011 is meegedeeld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Binding sentence of the Regional Court in Wejherowo</emphasis>
          <emphasis role="italic"> imposed on 10 April 2012, zaaknummer II K 13/06 (</emphasis>
          <emphasis role="underline italic">feiten II.3, II.4 en II.5</emphasis>
          <emphasis role="italic">)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van het vonnis met zaaknummer II K 13/06 dient de overlevering te worden geweigerd omdat de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW aan de orde is.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Judgment of the Regional Court in Gdynia</emphasis>
          <emphasis role="italic"> van 16 januari 2006 met zaaknummer VIII K 873/05 (</emphasis>
          <emphasis role="underline italic">feit I.2</emphasis>
          <emphasis role="italic">)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Blijkens de brief van 18 januari 2017 is de opgeëiste persoon aanwezig geweest bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid bij zitting en heeft hij schuld bekend. Daarom is er geen sprake van dat de overlevering op grond van artikel 12 OLW moet worden geweigerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Binding sentence of the Regional Court in Wejherowo</emphasis>
          <emphasis role="italic"> imposed on 10 April 2012, zaaknummer II K 13/06 (</emphasis>
          <emphasis role="underline italic">feiten II.3, II.4 en II.5</emphasis>
          <emphasis role="italic">)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De opgeëiste persoon blijkt in eerste instantie de beschikking te hebben gehad over twee <emphasis role="italic">ex officio</emphasis> raadslieden, waarna een door hemzelf benoemde raadsman ter zitting aanwezig was. Deze raadsman is ook in hoger beroep aanwezig geweest. Het klopt dat voor deze feiten eerder de overlevering is geweigerd, maar toen kon niet worden bekeken of de situatie als bedoeld in artikel 12, aanhef en onder b en c, OLW zich voordeed. De overlevering dient te worden toegestaan voor deze feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Binding sentence of the Regional Court in Wejherowo</emphasis>
          <emphasis role="italic"> imposed on 10 April 2012, zaaknummer II K 13/06 (</emphasis>
          <emphasis role="underline italic">feiten II.3, II.4 en II.5</emphasis>
          <emphasis role="italic">)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de onderhavige zaak ligt aan de rechtbank ter beoordeling of de overlevering op grond van artikel 12 OLW moet worden geweigerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Na beraadslaging in raadkamer is de rechtbank van oordeel dat de noodzaak bestaat voor het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, teneinde de voorliggende vraag te kunnen beantwoorden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Om die reden zal de rechtbank het onderzoek ter zitting heropenen, onder gelijktijdige schorsing voor onbepaalde tijd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie en de raadsman zullen per e-mail worden geïnformeerd over het verdere verloop van de onderhavige procedure. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De beslissing om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie brengt de opschorting van de termijnen van artikel 22 OLW mee, met ingang van de dag van de beslissing, te weten de datum waarop de rechtbank haar (tussen)uitspraak heeft gedaan, 11 april 2017. </para>
        <para>Dit heeft tot gevolg dat de overleveringsdetentie voortduurt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Judgment of the Regional Court in Gdynia</emphasis>
          <emphasis role="italic"> van 16 januari 2006 met zaaknummer VIII K 873/05 (</emphasis>
          <emphasis role="underline italic">feit I.2</emphasis>
          <emphasis role="italic">)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu de rechtbank het onderzoek ter zitting zal heropenen en gelijktijdig schorsen teneinde prejudiciële vragen te stellen met betrekking tot zaak II K 13/06, biedt dit tevens de gelegenheid om de brief van 9 mei 2011, waarnaar de raadsman heeft verwezen, bij de Poolse autoriteiten op te vragen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT </emphasis>de overlevering van <emphasis role="bold">[naam van de opgeëiste persoon]</emphasis> voor zover het EAB betrekking heeft op het gedeelte van de vrijheidsstraf dat is opgelegd wegens het in het EAB onder rubriek e) genoemde feit I.1;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT EN SCHORST</emphasis> het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd teneinde in de zaak met nummer II K 13/06 prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKT</emphasis> de officier van justitie om in de zaak met nummer VIII K 873/05 de brief van </para>
      <para>9 mei 2011 bij de Poolse justitiële autoriteiten op te vragen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> dat het onderzoek zal worden hervat op een nog nader te bepalen zitting;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen een nader te bepalen tijdstip. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. H.P. Kijlstra,  					                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. J. Edgar en H.G. van der Wilt,		 			   		rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens, 	                         		griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 11 april 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat deze tussenuitspraak mede te ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>