<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2017:144</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-01-12T13:39:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-01-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/659197-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:144">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:144</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-01-12T10:55:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2017:144 Rechtbank Amsterdam , 12-01-2017 / 13/659197-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2017:144:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 137e Sr, veroordeling voor belediging en aanzetten tot discriminatie van joden als groep door het dragen van vlag met de tekst “Defend Europe” en een zogenaamde anti-jodenneussticker.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2017:144:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/659197-16 (Promis)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 12 januari 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [GBA-adres] </para>
      <para> .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 15 december en 29 december 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. P.C. Velleman en van wat verdachte en zijn raadsman mr. J.T.H.M. Mühren naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan het</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op of omstreeks 12 maart 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving, een uitlating openbaar heeft gemaakt die, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, voor een groep mensen, te weten Joden, wegens hun ras, beledigend was, en/of aanzette tot haat tegen en/of discriminatie van mensen, te weten Joden, en/of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen, te weten Joden, wegens hun ras, door (tijdens een NVU demonstratie)(zichtbaar voor anderen) een vlag te dragen met de tekst: "Defend Europe" en/of (daarbij) (zichtbaar voor anderen) een zgn anti neus sticker/Jodenneus sticker op zijn jas te dragen en/of (zichtbaar voor anderen) een T-shirt te dragen met de tekst: "Combat 18";</para>
      <para>(artikel 137e Wetboek van Strafrecht)</para>
      <para>3. <emphasis role="bold">Voorvragen</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard. In zijn schriftelijk requisitoir heeft hij dit nader onderbouwd. Kort gezegd komt zijn standpunt op het volgende neer.</para>
        <para>Verdachte heeft bekend dat hij op 12 maart 2016 de openbare uitlating heeft gedaan zoals in de tenlastelegging omschreven.</para>
        <para>Vervolgens zal beoordeeld  moeten worden of deze openbare uitlatingen, al dan niet in samenhang met elkaar en met de overige omstandigheden van de betoging beledigend zijn, dan wel aanzetten tot haat, discriminatie en/of geweld tegen Joden.</para>
        <para>Volgens de officier van justitie behoeft het geen betoog dat de uitlatingen zijn gedaan anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Anti-Jodenneussticker</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft opgemerkt dat verdachte weet dat de sticker duidt op een Jodenneus en daarmee is de associatie met Joden gegeven. In de gegeven omstandigheden, te weten de extreemrechtse demonstratie met gebruik van aanverwante teksten, is duidelijk dat de neus symbool staat voor de Joden in het algemeen. De anti-neussticker drukt uit dat Joden verboden moeten worden in onze samenleving in verband met hun inferioriteit en schadelijkheid. De sticker is derhalve beledigend voor Joden en zet aan tot discriminatie, in die zin dat het derden op het idee brengt of dat idee versterkt om Joden anders te behandelen. In samenhang met de tekst ‘Combat 18’ en de andere omstandigheden is er ook sprake van aanzetten tot haat en geweld, omdat daardoor het hele nationaalsocialistische gedachtengoed doorwerkt in de boodschap die de sticker uitdraagt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘Defend Europe’ </emphasis>
        </para>
        <para>Op basis van de anti-Jodenneussticker die verdachte tezamen met het spandoek droeg, gaan de associatieve gedachten naar de Joden. Naar de mening van de officier van justitie wil verdachte met de slogan uitdrukken dat Europa het ernstige gevaar loopt om als gevolg van rassenvermenging met inferieure rassen ten onder te gaan. Extreemrechtse partijen willen de Arische zuiverheid van de Europese bevolking zoveel mogelijk behouden, zodat de slogan uitdrukt dat Europa beschermd moet worden tegen de aanwezigheid van Joden en tegen hun duivelse plannen om Europa in het verderf te storten.</para>
        <para>Dit levert volgens de officier van justitie eveneens groepsbelediging op.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu er een vergunde demonstratie plaatsvond, waarbij men trachtte eigen gedachtengoed uit te dragen zou sprake kunnen zijn van een serieuze poging om een bijdrage aan een maatschappelijk debat te leveren. Deze omstandigheid kan in beginsel het beledigende of tot discriminatie aanzettende karakter aan de uitlating ontnemen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft echter aangevoerd dat het maatschappelijk debat dat verdachte en zijn mededemonstranten willen voeren of willen aanzwengelen in een vrije democratische samenleving niet getolereerd kan worden en geen juridische bescherming dient te krijgen.  </para>
        <para>De racistische uitgangspunten met een uitgesproken radicale strekking zijn geen uitlatingen die de bescherming van een strafbaarheid wegnemende context kunnen krijgen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft betoogd dat verdachte wist dat deze uitlatingen beledigend zijn, dan wel aanzetten tot discriminatie, haat en geweld tegen Joden, nu verdachte heeft deelgenomen aan een demonstratie van de Nederlandse Volks-Unie (verder: NVU), een politieke partij die bekend staat als een neonazistische organisatie en in dat kader het spandoek en de anti-Jodenneussticker, die een neonazistisch gedachtengoed uitdragen, heeft gedragen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarmee heeft verdachte gedachtegoed uitgedragen om daarmee doelbewust de Joodse gemeenschap wegens hun ras te beledigen en anderen jegens hen aan te zetten tot haat, discriminatie en gewelddadig optreden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft aan de hand van zijn pleitaantekeningen betoogd dat het T-shirt met de tekst “Combat 18” dat verdachte droeg niet zichtbaar was in het openbaar, zodat dit deel van de tenlastelegging niet kan worden bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wel bewezen kan worden verklaard dat verdachte tezamen en in vereniging een vlag/spandoek heeft vastgehouden met daarop de tekst “Defend Europe” en dat verdachte op zijn jas een Jodenneussticker heeft gedragen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vraag is echter of verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze uitlatingen beledigend waren voor Joden of aanzetten tot discriminatie van en haat en/of geweld tegen Joden.</para>
        <para>De verdediging heeft bepleit dat dat niet het geval is en dat verdachte van het aan hem tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de tekst “Defend Europe” heeft de raadsman betoogd dat uit geen enkel bewijsmiddel blijkt dat de tekst - direct of indirect - ziet op Joden, integendeel. Verdachte heeft verklaard dat hij meeliep in de demonstratie vanwege de Islamisering van Europa. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de Jodenneussticker merkt de verdediging op dat deze niet aanzet tot haat en/of geweld tegen of discriminatie van Joden. De neus verwijst weliswaar naar Joden en in dit verband naar Ajax-supporters, maar het opzet was gericht op het  op de hak nemen van Ajax-supporters en niet op het beledigen van Joden in het algemeen. <?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1.</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Feiten en omstandigheden</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.<footnote-ref linkend="_50ec3cad-2638-4836-a889-4fd827cdeec2" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De NVU heeft op 12 maart 2016 met een uitzonderlijke toestemming van de Burgemeester van Amsterdam te Amsterdam tegen links geweld en links-fascisme een demonstratie gehouden. Verdachte was bij deze demonstratie aanwezig.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte stond in de demonstratie en droeg samen met medeverdachte [medeverdachte] een vlag met daarop “Defend Europe”. Hij had ook een sticker op de linkerzijde van zijn jas met daarop een afbeelding van een neus en daaroverheen een verticale streep, waarover verdachte zelf heeft verklaard dat hij wist dat het om een Jodenneus ging.<footnote-ref linkend="_f84912b4-d86c-49c3-971f-d113c000ae15" /></para>
          <para>De sticker heeft hij eraf gehaald toen andere jongens werden aangehouden in verband met het dragen van deze sticker. Verdachte heeft verklaard te begrijpen dat zo’n sticker beledigend over kan komen.<footnote-ref linkend="_d70e92cd-2792-4cc8-bad6-046a7386fa4a" /></para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2.</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Overwegingen van de rechtbank </emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank dient te beoordelen of het hier uitlatingen betreffen waarvan de inhoud beledigend is voor Joden en of de uitlatingen aanzetten tot discriminatie van Joden dan wel aanzetten tot haat en/of geweld tegen Joden.</para>
          <para>Daarnaast dient de rechtbank te beoordelen of verdachte wist, dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat deze uitlatingen beledigend waren voor Joden of aanzetten tot discriminatie van Joden dan wel aanzetten tot haat en/of geweld tegen Joden.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In de jurisprudentie van de Hoge Raad<footnote-ref linkend="_7a2184ed-313b-46ad-845d-e16b5c4e96f1" /> zijn toetsingscriteria ontwikkeld met betrekking tot de vraag of sprake is van belediging van een groep mensen. Of sprake is van belediging dient te worden beantwoord aan de hand van drie toetsingscriteria:</para>
          <para>1) is de inhoud van de uitlating beledigend, en zo ja;</para>
          <para>2) neemt de context het beledigende karakter weg, en zo ja;</para>
          <para>3) is de uitlating onnodig grievend?</para>
          <para>Voor de beoordeling van de vraag of uitlatingen aanzetten tot haat tegen of discriminatie van mensen wegens hun ras in de zin van artikel 137e van het Wetboek van Strafrecht, dienen die uitlatingen niet uitsluitend op zichzelf te worden bezien, doch tevens in de gegeven omstandigheden van het geval en in het licht van mogelijke associaties die deze wekken.<footnote-ref linkend="_8cebac87-e573-46a6-bc37-7b6aa0541ce7" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Groepsbelediging</emphasis>
          </para>
          <para>Voor de beoordeling of sprake is van groepsbelediging wordt gekeken naar de feitelijke uitlating, alsook naar de samenhang met de rest van de omstandigheden. Om te beoordelen of een uitlating woordelijk beledigend is, dient een objectieve toets plaats te vinden waarbij van belang is of een uitlating naar algemeen spraakgebruik beledigend is. De Hoge Raad heeft overwogen dat een uitlating beledigend is wanneer zij de strekking heeft een ander bij het publiek in een kwaad daglicht te stellen (HR 30 oktober 2001, LJN AB3143). De uitlating moet daarnaast over een groep mensen of haar kenmerk gaan. </para>
          <para>Het beledigen van een groep mensen wegens hun godsdienst valt alleen onder artikel 137e Sr als men de mensen behorend tot die groep collectief treft in hetgeen voor die groep kenmerkend is, namelijk in hun ras/uiterlijk (zie ook HR 10 maart 2009, LJN BF0655). </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Anti-Jodenneussticker</emphasis>
          </para>
          <para>Voor wat betreft het dragen van de anti-Jodenneussticker is de rechtbank van oordeel dat deze op zichzelf beschouwd beledigend is voor Joodse mensen. De afbeelding van de typisch Joodse neus met een streep erdoor, waarvan verdachte zelf ook wist dat het een Jodenneus was, heeft de strekking om te beledigen, brengt de Joden in diskrediet, tast hun eigenwaarde aan en treft hen als groep. </para>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot de sticker aan de eerste stap van het toetsingskader is voldaan. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">“Defend Europe” </emphasis>
          </para>
          <para>De vlag met daarop de tekst “Defend Europe” is naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf niet beledigend voor de Joden als groep, maar nu deze uitlating is gedaan in samenhang met het dragen van de anti-Jodenneussticker, wordt de suggestie gewekt dat Joden niet welkom zijn en dat Europa moet worden beschermd tegen de Joden. </para>
          <para>Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de uitlating op de vlag eveneens beledigend is voor de Joden als groep.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Aanzetten tot discriminatie</emphasis>
          </para>
          <para>Het dragen van de anti-Jodenneussticker in samenhang met het dragen van de vlag met de tekst “Defend Europe” kan ook, in de context waarin het heeft plaatsgevonden, te weten tijdens een demonstratie van de NVU, naar het oordeel van de rechtbank eveneens aanzetten tot discriminatie van het Joodse ras, nu daarbij niet is vereist dat de discriminatie daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Een krachtversterkend element is bij het aanzetten tot discriminatie niet vereist.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Aanzetten tot haat en/of geweld</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank acht, anders dan de officier van justitie, aanzetten tot haat en/of geweld niet bewezen, nu niet is gebleken van een krachtversterkend element, waarbij anderen worden opgehitst of opgeroepen om iets te doen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">De context van de uitlatingen </emphasis>
          </para>
          <para>De tweede toets betreft de vraag of een uitlating in een bepaalde context is gedaan en zo ja, in welke. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat de context waarin een uitlating is gedaan het beledigend karakter van de uitlating weg kan nemen, indien de uitlating een bijdrage levert of dienstig is aan een publiek maatschappelijk debat, een geloofsopvatting of als de uitlating onder de bescherming van artistieke expressie valt. </para>
          <para>De reikwijdte van die context wordt gevormd door het recht van verdachte op vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), waaronder ook een uitlating valt als de onderhavige. <footnote-ref linkend="_90452dab-51af-46fc-9577-3f02d3d75962" /></para>
          <para>Naar het oordeel van de rechtbank zijn de uitlatingen zoals door de verdachte gedaan niet dienstig aan enig publiek maatschappelijk debat, een geloofsopvatting of aan een artistieke expressie. </para>
          <para>Als bepaalde uitlatingen in hun context moeten worden beschouwd, dan moet die context voor derden kenbaar zijn en moet naar objectieve maatstaven de context zodanig zijn, dat het beledigende karakter van de betreffende uitlating wegvalt (HR 27 maart 2012, LJN BV5623). Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan in de zaak van de verdachte geen sprake. </para>
          <para>De verdachte nam deel aan een demonstratie die officieel gericht was tegen het links fascisme. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat de demonstratie volgens hem ook gericht was tegen de Islamisering van Nederland. De uitlatingen met betrekking tot de Joden zijn zonder aanleiding gedaan en niet is gebleken dat de uitlatingen op de vlag in combinatie met de sticker zijn gedaan binnen een voor de toeschouwer als niet beledigend of discriminerend kenbare context.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Onnodig grievend </emphasis>
          </para>
          <para>Nu de rechtbank van oordeel is dat de aan verdachte tenlastegelegde uitlatingen niet in de context van een maatschappelijk debat zijn gedaan, of als een geloofsopvatting of een artistieke uiting hoeft de rechtbank niet meer te beoordelen of de functionaliteit van de uitlating wordt aangetast door het feit dat de uitlating onnodig grievend is. </para>
          <para>
            <emphasis role="underline">Ten aanzien van de wetenschap van verdachte overweegt de rechtbank het volgende:</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht wetenschap bij verdachte aanwezig dat deze uitlatingen beledigend waren voor Joden of aanzetten tot discriminatie van Joden en overweegt daartoe het volgende.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte heeft meegelopen in een demonstratie van de NVU met onder zijn jas en trui een T-shirt met de tekst “Combat 18”, waarvan verdachte bij de politie heeft verklaard te weten waar dat voor staat. De NVU is een organisatie die het volksnationalisme uitdraagt. Verdachte heeft daarnaast een anti-Jodenneussticker gedragen en heeft deze van zijn jas verwijderd, nadat anderen werden aangehouden in verband met deze sticker. Het verweer dat verdachte de anti-Jodenneussticker heeft gedragen in voetbalcontext, acht de rechtbank niet geloofwaardig nu verdachte niet op weg was naar een voetbalwedstrijd, maar deelt uitmaakte van een groep betogers in een NVU-demonstratie.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In combinatie met het door verdachte en zijn mededader meegedragen vlag met daarop de tekst “Defend Europe” acht de rechtbank bewezen dat verdachte wist dat zijn handelen beledigend was voor en aanzette tot discriminatie tegen Joden. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 12 maart 2016 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander, anders dan</para>
      <para>ten behoeve van zakelijke berichtgeving, een uitlating openbaar heeft gemaakt die, naar hij wist voor een groep mensen, te weten Joden, wegens hun ras, beledigend was en aanzette tot discriminatie van mensen, te weten Joden, wegens hun ras, door tijdens een NVU demonstratie zichtbaar voor anderen een vlag te dragen met de tekst: "Defend Europe" en daarbij zichtbaar voor anderen een zogenaamde anti-Jodenneussticker op zijn jas te dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. </para>
      <para>Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straffen en maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door hem bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 600,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 12 dagen. Nu verdachte het feit heeft medegepleegd in rechts-extreem georganiseerd verband acht de officier van justitie een hogere geldboete dan de boete die voor een eenvoudige overtreding van artikel 137e Sr staat geboden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt/strafmaatverweer van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft, onder verwijzing naar de uitspraak in de zaak tegen Geert Wilders, verzocht om bij een bewezenverklaring aan verdachte geen straf of maatregel op te leggen, dan wel de op te leggen straf te matigen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft tijdens een demonstratie van de NVU een groep mensen, te weten Joden, beledigd. Belediging is een inbreuk op de rechten van een bepaalde groep mensen. Daarnaast heeft hij ook aangezet tot discriminatie van de Joden als groep. De uitlatingen zoals door verdachte gedaan kunnen in de context waarin zij hebben plaatsgevonden niet bijdragen aan enig maatschappelijk debat. Deze groep wordt door deze uitlatingen in hun eer en waardigheid aangetast. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht een geldboete zoals geëist door de officier van justitie passend en geboden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24c, 47 en 137e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Medeplegen van het anders dan ten behoeve van een zakelijke berichtgeving openbaar maken van een uitlating die naar hij wist voor Joden wegens hun ras beledigend is en aanzet tot discriminatie van mensen, te weten Joden wegens hun ras</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een geldboete van <emphasis role="bold">€ 600,- (zeshonderd euro)</emphasis>, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 12 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. W.M.C. van den Berg, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. S.A. Krenning en M. Woerdman, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.B. Boukema, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 januari 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_50ec3cad-2638-4836-a889-4fd827cdeec2" label="1">
    <para> Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f84912b4-d86c-49c3-971f-d113c000ae15" label="2">
    <para> Een proces-verbaal van relaas van 18 mei 2016, doorgenummerde pag. 1 en een proces-verbaal van aanhouding van 12 maart 2016.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d70e92cd-2792-4cc8-bad6-046a7386fa4a" label="3">
    <para> Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 15 december 2016.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7a2184ed-313b-46ad-845d-e16b5c4e96f1" label="4">
    <para> ECLI:NL:HR:2003:AE7632 en ECLI:NL:HR:2011:BQ6731</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8cebac87-e573-46a6-bc37-7b6aa0541ce7" label="5">
    <para>ECLI:NL:HR:2010:BM9132 </para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_90452dab-51af-46fc-9577-3f02d3d75962" label="6">
    <para>Zie onder meer de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens: <?linebreak?>EHRM 26 april 1979, LJN AC6568 (Sunday Times) en  EHRM 23 mei 1991, LJN AD1416 (Oberschlick).</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>