<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2017:10698</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-12T15:53:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-11-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751792-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:10698">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:10698</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-12T15:46:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2017:10698 Rechtbank Amsterdam , 09-11-2017 / 13/751792-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2017:10698:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overlevering. Tussenuitspraak. Grondslag EAB is een nationaal aanhoudingsbevel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2017:10698:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM, </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751792-17<?linebreak?>RK-nummer: 17/5910</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 9 november 2017   </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSENUITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 4 september 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 1 september 2017 door de officier van justitie verbonden aan het Arrondissementsparket te Burgas, Republiek Bulgarije, en het strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon]
        </emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats], Bulgarije, op [geboortedag] 1978, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres <?linebreak?>[adres], [woonplaats]</para>
      <para>gedetineerd in [detentieadres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 26 oktober 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. A.G. de Jong, advocaat te ‘s-Gravenhage en door een tolk in de Bulgaarse taal. De raadsman heeft verweer gevoerd tegen de verzochte overlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat zij er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Bulgaarse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van het volgende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Een voorgerechtelijk onderzoek </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">nr. 246/2017</emphasis>
        <emphasis role="italic"> conform de registratie van de Regionale politie te Burgas, registratie nummer 348/2017 en nummer 16063/2017 van het Arrondissementsparket Burgas, in het kader waarvan [opgeëiste persoon] (persoonsnummer [persoonsnummer]) op 30 juni 2017 als verdachte is aangemerkt.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Met beschikking van 3 juli 2017 op grond van artikel 61 Wetboek van Strafvordering van de Republiek Bulgarije is aan de verdachte [opgeëiste persoon] de beperkende maatregel “borgsom” opgelegd ter grootte van 5000 (vijfduizend) LEV, welk bedrag niet is voldaan, zoals ook een maatregel van procedurele dwang op grond van artikel 68 lid 1 Wetboek van Strafvordering van de Republiek Bulgarije, te weten een uitreisverbod van het grondgebied van Republiek Bulgarije” van 3 juli 2017.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">
          [opgeëiste persoon] staat nationaal gesignaleerd op het grondgebied van de Republiek Bulgarije via telegram nummer 25520/22-08-2017 van het Hoofddirectoraat na de Nationale Politie (Ministerie van Binnenlandse Zaken) en KIL URI 251p-26265/22-08-17 en hem is door het onderzoeksorgaan een maatregel ‘gedwongen medebrenging’ opgelegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van Bulgarije strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.  Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De beschikking omtrent aanhouding van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt het volgende vast.<?linebreak?>Bij de stukken bevindt zich een ‘Beschikking omtrent aanhouding van verdachte’, gedateerd </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">1 september 2017</emphasis> en afgegeven door het Arrondissementsparket Burgas.<?linebreak?>Deze beschikking heeft betrekking op het onderzoek met kenmerk <emphasis role="bold">246/2017</emphasis> en houdt in dat de opgeëiste persoon <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> dient te worden aangehouden (…) op het grondgebied van de Republiek Bulgarije, met het oog op zijn voorgeleiding in de rechtbank in Burgas (…).<?linebreak?></para>
      <para>De rechtbank gaat er van uit dat deze beschikking als het nationaal aanhoudingsbevel moet worden beschouwd en als zodanig de grondslag voor het EAB vormt.<?linebreak?>In dit aanhoudingsbevel staat echter het volgende vermeld en is daarin onderstreept:<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van de verdachte [opgeëiste persoon] is op 01-09-17 een Europees arrestatiebevel uitgevaardigd No. 16063/2017 van 01-09-17.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rekening houdend met het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 1 juni 2016 in de zaak Bob-Dogi (C-241/15, ECLI:EU:C:2016:385), ziet de rechtbank aanleiding het onderzoek te heropenen teneinde de officier van justitie te verzoeken aan de uitvaardigende justitiële autoriteit de vraag voor te leggen, of het inderdaad zo is dat het uitgevaardigde EAB vooraf is gegaan aan het uitvaardigen van het nationaal aanhoudingsbevel zoals uit het nationaal aanhoudingsbevel valt op te maken en, indien dit niet het geval is, hoe de rechtbank de hier boven geciteerde vermelding in ‘de beschikking omtrent aanhouding van verdachte’ moet interpreteren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Heropening onderzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heropent het onderzoek en schorst dit voor onbepaalde tijd teneinde de officier van justitie de gelegenheid te geven de hierboven geformuleerde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank beveelt de oproeping van de opgeëiste persoon tegen de nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank beveelt tevens de oproeping van een tolk in de Bulgaarse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. C. Klomp,  				                         		                    voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.T.C. de Vries en B. Poelert,                    				   	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van L.C. Werkman,		                         		              griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 9 november 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>