<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2017:10496</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-10T14:56:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-05-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/619645 FA/RK 16-8134</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:10496">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:10496</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-10T14:56:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2017:10496 Rechtbank Amsterdam , 10-05-2017 / C/13/619645 FA/RK 16-8134</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2017:10496:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot wijziging zorgregeling wordt afgewezen. De kinderen zijn al sedert 2009 gewend aan de huidige regeling, deze verloopt voor de kinderen kennelijk goed. De kinderen zijn voorstander van handhaving van een regeling waarbij ze op donderdag en vrijdag bij de man zijn. De vrouw werkt op donderdag en vrijdag, waardoor zij op die dagen nauwelijks met de kinderen kan zijn. De vrouw vormt met een nieuwe partner een samengesteld gezin waarbij de kinderen van haar partner ook volgens een vaste regeling bij hun vader en hun moeder verblijven. De huidige regeling is, rekening houdend met die omstandigheden al geruime tijd vastgesteld. Dat de man bezig is zijn gestarte onderneming verder te ontwikkelen en dus liever een andere regeling zou zien maakt dit niet anders. Niet gebleken is dat wijziging van de regeling in het belang van de kinderen moet worden geacht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2017:10496:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>C/13/619645 / FA RK 16-8134</para>
    <para>beschikking</para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="9f5e3ff5-c4a9-4f99-a498-251ea70de4f0" depth="1" width="549" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="9031c89c-3de7-4221-bfbc-68980634d497" depth="1" width="11" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4a1b3198-6346-4a92-b1cc-4697231e9feb" depth="1" width="1" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
      <para>Team familie- en jeugdzaken</para>
      <para>Locatie Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/13/619645 / FA RK 16-8134 (MN/ML)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 10 mei 2017 betreffende geschil gezamenlijke gezagsuitoefening als bedoeld in artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek en wijziging kinderbijdrage</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam man] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats man] ,</para>
      <para>verzoekende partij,</para>
      <para>hierna te noemen de man,</para>
      <para>advocaat mr. A. el Aqde te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam vrouw] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats vrouw] ,</para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>hierna te noemen de vrouw,</para>
      <para>advocaat mr. E.E. Sprenkeling te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting met gesloten deuren van 10 april 2017.</para>
      <para>Verschenen en gehoord zijn: partijen bijgestaan door hun advocaten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderen zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Zij hebben hun mening schriftelijk kenbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Zij hebben samen de volgende kinderen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [naam kind 1] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [naam kind 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderen hebben schriftelijk hun mening kenbaar gemaakt. Zij hebben aangegeven niet door de kinderrechter gehoord te willen worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er loopt een zorgregeling, waarbij de kinderen iedere week van maandag tot en met woensdag bij de vrouw verblijven en donderdag en vrijdag bij de man. Daarnaast zijn de kinderen in de weekenden vijf dagen per maand bij de man en drie dagen per maand bij de vrouw. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De verzoeken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man verzoekt wijziging van de huidige zorgregeling, welke regeling tussen partijen is afgesproken en vastgelegd in het op 2 december 2009 door hen ondertekende echtscheidingsconvenant. De man verzoekt een zorgregeling te bepalen, waarbij de kinderen de ene week bij hem en de andere week bij de vrouw zullen zijn met als wisseldag vrijdagmiddag na school. De man stelt dat de huidige regeling te onrustig is. Hij geeft aan dat het met name voor hemzelf en zijn op te richten bedrijf, maar ook voor de jongens, van belang is dat er meer rust en stabiliteit komt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder verzoekt de man vast te stellen dat de schoolvakanties bij gelijke helfte zullen worden verdeeld, waarbij iedere ouder de kinderen de helft van de vakanties aaneengesloten bij zich heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bovendien verzoekt de man de vrouw te bevelen de kinderen een eigen huissleutel te geven van de woning van de vrouw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenslotte verzoekt de man de door hem te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen met ingang van 1 juni 2016 te stellen op nihil. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw verweert zich tegen het verzoek tot wijziging van de zorgregeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zij stelt zich op het standpunt dat de kinderen aan de huidige regeling gewend zijn en dat zij daarin geen wijziging wensen. De vrouw heeft ook aangegeven dat zijzelf op donderdag en vrijdag tot laat werkt en dat - indien de huidige regeling wordt gewijzigd - zij en haar gezin met haar huidige partner en zijn kinderen teveel uit balans zal raken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zij gaat wel akkoord met het door de man verzochte omtrent de vakantieregeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zij verweert zich niet tegen het verzoek van de man om met ingang van 1 juni 2016 de door hem te betalen kinderbijdrage te bepalen op nihil; dit alles zolang de man afhankelijk is van een WW-uitkering. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kinderbijdrage</emphasis>
      </para>
      <para>Het verzoek van de man tot nihilstelling van de door hem te betalen kinderbijdrage wordt toegewezen, nu de vrouw zich daartegen niet heeft verweerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Reguliere zorgregeling</emphasis>
      </para>
      <para>Partijen hebben verschillende standpunten ingenomen. Daarbij is gebleken dat de man wijziging wenst van de huidige zorgregeling en de vrouw wenst dat de huidige zorgregeling gehandhaafd blijft. Ook de kinderen hebben schriftelijk hun mening kenbaar gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is na afweging van alle belangen en gelet op hetgeen op de zitting naar voren is gekomen van oordeel dat het verzoek van de man om de huidige zorgregeling te wijzigen naar een regeling, waarbij de kinderen de ene week bij de vrouw en de andere week bij hem verblijven, afgewezen dient te worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft daarbij meegewogen dat de kinderen al sedert 2009 zijn gewend aan de huidige regeling en dat deze regeling voor de kinderen kennelijk goed verloopt. Gebleken is bovendien dat de kinderen voorstander zijn van handhaving van een regeling waarbij ze op donderdag en vrijdag bij de man zijn. Bovendien is ter zitting gebleken dat de vrouw op donderdag en vrijdag werkt, waardoor zij op die dagen nauwelijks met de kinderen kan zijn. Ook heeft de vrouw een nieuwe partner met wie zij een samengesteld gezin vormt en waarbij die kinderen van haar partner ook volgens een vaste regeling bij hun vader en hun moeder verblijven. De huidige regeling is, rekening houdend met die omstandigheden al geruime tijd vastgesteld. Het feit dat de man bezig is zijn gestarte onderneming verder te ontwikkelen om inkomen te genereren, en dus liever een andere regeling zou zien maakt dit niet anders. </para>
      <para>Niet gebleken is dat wijziging van de regeling in het belang van de kinderen moet worden geacht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bovenstaande laat onverlet dat er in de toekomst omstandigheden aan de kant van de kinderen en/of partijen kunnen zijn, waardoor het ook in het belang van de kinderen is dat wordt afgeweken van de huidige zorgregeling; nog daargelaten dat de kinderen, gelet op hun leeftijd (16 jaar en 14 jaar) en de omstandigheid dat partijen bij elkaar in de buurt wonen, steeds meer zelf zullen aangeven op welke wijze zij uitvoering willen geven aan het contact met hun ouders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van belang is dat partijen blijven proberen om op een goede manier met elkaar te communiceren daar waar het gaat om zaken die de kinderen aangaan. Zij kunnen daarbij ondersteuning krijgen van Altra en/of mediation. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verdeling schoolvakanties</emphasis>
      </para>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat de schoolvakanties bij helfte tussen partijen verdeeld dienen te worden. De vrouw heeft voorgesteld om te bepalen dat de kinderen in de zomervakantie de middelste drie weken aaneengesloten bij de man zullen zijn. Nu de man dit niet heeft weersproken, zal de rechtbank deze door de vrouw voorgestelde regeling in deze beschikking opnemen. De rechtbank acht deze vakantieregeling in het belang van de kinderen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Huissleutel</emphasis>
      </para>
      <para>Het verzoek van de man om te bepalen dat de vrouw haar huissleutel afgeeft aan de kinderen zal als niet steunend op de wet worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Veroordeling proceskosten</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op de aard van de procedure – en nu partijen niet op alle punten tevoren overeenstemming hebben kunnen bereiken - ziet de rechtbank geen aanleiding een partij te veroordelen in de kosten. Het verzoek daartoe zal worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bovenstaande leidt tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>- wijst het verzoek van de man tot wijziging van de huidige zorgregeling af;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt de verdeling van de schoolvakanties aldus dat deze bij helfte tussen de ouders worden verdeeld in die zin dat de kinderen in de zomervakantie de middelste drie weken aaneengesloten bij de man zullen zijn;</para>
    <para />
    <para>- stelt – met dienovereenkomstige wijziging van het echtscheidingsconvenant –de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen met ingang van 1 juni 2016 op nihil;</para>
    <para />
    <para>- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>- wijst het meer of anders verzochte af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. M.E.A. Nijssen, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van M. Langereis, griffier, op 10 mei 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat deze </para>
      <para>beschikking te ondertekenen<footnote-ref linkend="_ab0e0c2a-a218-405d-bed3-132cef7daabc" /></para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_ab0e0c2a-a218-405d-bed3-132cef7daabc" label="1">
    <para>Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).<?linebreak?>Het beroep moet worden ingesteld:<?linebreak?>- door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;<?linebreak?>- door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>