<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2016:9691</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-24T10:29:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13.751849-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#internationaalPubliekrecht">Internationaal publiekrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:9691">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:9691</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-24T10:28:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2016:9691 Rechtbank Amsterdam , 23-12-2016 / 13.751849-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2016:9691:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overlevering. Verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie afgewezen. Schorsing van de beslistermijnen a.b.i. art. 22 OLW overeenkomstig ECLI:NL:RBAMS:2016:1995 en ECLI:NL:RBAMS:2016:2630. Toetsing van de handhaving van de overleveringsdetentie aan art. 6 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie overeenkomstig HvJ EU 16 juli 2015, C-237/15 PPU, ECLI:EU:C:2015:474 (Francis Lanigan) en HvJ EU 5 april 2016, C-404/15 en C-659/15 PPU, ECLI:EU:C:2016:198 (Aranyosi en Căldăraru).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2016:9691:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>1.,.-.</para>
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM,</emphasis>
  </para>
  <para>
    <emphasis role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer: 13.751849-16</para>
  </parablock>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadkamer van deze rechtbank heeft kennis genomen van het op 16 december 2016 ter</para>
      <para>griffie van deze rechtbank ingekomen verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie uit</para>
      <para>hoofde van de Overleveringswet (OLW) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [naam opgeëiste persoon] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Roemenië), op [geboortedatum] 1970,</para>
      <para>thans gedetineerd in het [detentieplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op het dossier, waaronder de stukken die op de</para>
      <para>overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon betrekking hebben.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is behandeld in raadkamer op 23 december 2016, waar zijn gehoord de officier</para>
      <para>van justitie en de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw van de opgeëiste persoon, mr. T.E. Korff, heeft op voorhand laten weten niet</para>
      <para>ter zitting te zullen verschijnen. Zij heeft verzocht het verzoek wel op 23 december 2016 te</para>
      <para>behandelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich verzet tegen inwilliging van het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij tussenuitspraak van 24 november 2016 heeft de rechtbank de overlevering van de</para>
      <para>opgeëiste persoon uitgesteld. Daartoe heeft zij het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals de rechtbank bij deze tussenuitspraak reeds heeft overwogen, brengt het hiervoor</para>
      <para>bedoelde uitstel een schorsing van de beslistermijnen mee. Dit betekent dat de 90-dagen niet</para>
      <para>verstrijkt en de overleveringsdetentie niet op grond van het verstrijken van die termijn kan</para>
      <para>worden geschorst. Deze beslissing is in overeenstemming met hetgeen de rechtbank eerder in</para>
      <para>soortgelijke zaken heeft beslist. De rechtbank verwijst in dit verband in het bijzonder naar</para>
      <para>haar beslissingen van 5 april 2016 (ECLI:NL:RBAMS:2016:1995) en 28 apri1 2016 (ECLI:NL:RBAMS:2016:2630). De rechtbank ziet geen aanleiding op deze beslissingen terug</para>
      <para>te komen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook overigens acht de rechtbank geen termen aanwezig voor schorsing van de</para>
      <para>overleveringsdetentie. De rechtbank acht het vluchtgevaar onverkort aanwezig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.751849-16</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat betreft het door de raadsvrouw naar voren gebrachte punt van de voorzienbaarheid neemt</para>
      <para>de rechtbank in aanmerking dat de overleveringsdetentie op grond van artikel 21 lid 9</para>
      <para>alsmede artikel 64 OLW te allen tijde ambtshalve of op verzoek van de opgeëiste persoon of</para>
      <para>diens raadsman. kan worden opgeheven dan wel geschorst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In dit verband geldt op grond van artikel 6 van het Handvest van de grondrechten van de</para>
      <para>Europese Unie (Handvest), dat de rechtbank de overleveringsdetentie alleen mag laten</para>
      <para>voortduren, indien de overleveringsprocedure op voldoende voortvarende wijze is gevoerd en</para>
      <para>de hechtenis bijgevolg niet buitensporig lang duurt (HvJ EU 16 juli 2015. C-237/15 PPU,</para>
      <para>ECLI:EU:C:2015:474 (Francis Lanigan), punt 58). Om zulks te beoordelen moet de rechtbank</para>
      <para>rekening houden "met alle factoren die relevant zijn om te beoordelen of de duur van de</para>
      <para>procedure gerechtvaardigd is, met name het eventuele stilzitten van de autoriteiten van de</para>
      <para>betrokken lidstaten en, in voorkomend geval, de mate waarin de gezochte persoon aan die</para>
      <para>duur heeft bijgedragen. Ook de straf die tegen diezelfde persoon is uitgesproken of die hij kan</para>
      <para>oplopen wegens de feiten die ten grondslag lagen aan de uitvaardiging van het tegen hem</para>
      <para>gerichte Europees aanhoudingsbevel, alsook het bestaan van vluchtgevaar moeten in</para>
      <para>aanmerking worden genomen" (HvJ EU 16 juli 2015, C-237/15 PPU, ECLI:EU:C:2015:474</para>
      <para>(Francis Lanigan), punt 59). Bovendien moet de overleveringsdetentie het</para>
      <para>evenredigheidsbeginsel eerbiedigen (HvJ EU 5 april 2016, C-404/15 en C-659/15 PPU,</para>
      <para>ECLI:EU:C:2016:198 (Aranyosi en Căldăraru), punt 101). Van strijd met het bepaalde in</para>
      <para>artikel 6 Handvest is gelet op deze factoren thans (nog) geen sprake.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING:</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Wijst af het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie van</title>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [naam opgeëiste persoon] </emphasis>voornoemd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen op 23 december 2016 door:</para>
      <para>mr. A.K. Glerum,				rechter</para>
      <para>in tegenwoordigheid van A.E.C. Content, 	griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>