<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2016:8962</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-29T14:26:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HA RK 243.2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:8962">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:8962</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-29T14:26:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2016:8962 Rechtbank Amsterdam , 11-11-2016 / HA RK 243.2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2016:8962:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek afgewezen. De door verzoekster aan het verzoek ten grondslag gelegde feiten betreffen rechterlijke uitspraken die de rechter (al dan niet meervoudig) in andere procedures heeft gedaan. Rechterlijke uitspraken in andere procedures kunnen op zichzelf niet tot het oordeel leiden dat de rechter jegens verzoekster vooringenomen is en/of de conclusie wettigen dat de rechterlijke onpartijdigheid schade lijdt. Verzoekster kan het niet eens zijn met die eerdere beslissingen, maar dat is geen grond voor wraking. Er is voorts geen aanwijzing dat de stelling van verzoekster dat zij geen vertrouwen meer heeft in de rechter, objectief gerechtvaardigd is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2016:8962:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op het op 16 juni 2016 gedane en onder rekestnummer </para>
      <para>HA RK 243.2016 ingeschreven verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,  <?linebreak?>wonende te [     ],</para>
      <para>verzoekster,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk verzoek strekt tot wraking van mr. B. de Vos, rechter belast met de behandeling van bestuursrechtzaken, hierna: de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De wrakingskamer heeft kennisgenomen van de navolgende stukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een op 14 juni 2016 gedateerd wrakingsverzoek, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een brief van verzoekster, gedateerd 24 oktober 2016.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechter heeft meegedeeld niet in de wraking te berusten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Nadat de eerdere mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek geruime tijd is uitgesteld op verzoek van verzoekster is de mondelinge behandeling met in acht neming van de verhinderdata van verzoekster bepaald op 28 oktober 2016. Verzoekster heeft nogmaals om een ruim uitstel verzocht, welk verzoek niet is gehonoreerd. Verzoekster heeft daarop per e-mail van 27 oktober 2016 bericht niet op de mondelinge behandeling te zullen verschijnen en de op 24 oktober 2016 gedateerde brief in de procedure gebracht. De rechter heeft te kennen gegeven niet te hoeven worden gehoord als verzoekster niet op de mondelinge behandeling verschijnt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Vervolgens is een datum voor beschikking bepaald.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>
      <?linebreak?>2. 	De feiten <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Verzoekster is verwikkeld in een bestuursrechtelijke procedure, die bij de rechtbank is geregistreerd onder nummer [     ].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechter is belast met de behandeling van het beroep van verzoekster in voormelde procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek en de gronden daarvan <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Aan het verzoek wordt, kort samengevat en zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag gelegd. In kwesties die in de onderhavige beroepsprocedure aan de orde zijn heeft de rechter in een procedure uit 2013 reeds geoordeeld en daarbij volgens verzoekster “onwettige voorkeuren verleend aan de gemeente, in plaats van de Awb en wettige belangen van burgers te beschermen.” De rechter heeft in die uitspraak gefaald om de burgerbelangen te beschermen en kan daarom niet onpartijdig en objectief oordelen in de zaak van verzoekster. Voorts heeft de rechter, volgens verzoekster een dubieuze uitspraak gedaan op 8 december 2015 en komt de rechter voor op “een zwarte lijst van rechters” die is opgesteld door de stichting Slachtoffers Iatrogene Nalatigheid – Nederland. Verzoekster geeft meer voorbeelden over het handelen van de rechter. Verzoekster heeft als gevolg daarvan geen vertrouwen meer in de rechter.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Op grond van het bepaalde in artikel 8:15 Algemene Wet Bestuursrecht (hierna: Awb) kan de rechter die met de behandeling van de procedure is belast, door een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">. 	</emphasis>Daarbij staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een procespartij partijdig is, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De door verzoekster aan het verzoek ten grondslag gelegde feiten betreffen rechterlijke uitspraken die de rechter (al dan niet meervoudig) in andere procedures heeft gedaan. Rechterlijke uitspraken in andere procedures kunnen op zichzelf niet tot het oordeel leiden dat de rechter jegens verzoekster vooringenomen is en/of de conclusie wettigen dat de rechterlijke onpartijdigheid schade lijdt. Verzoekster kan het niet eens zijn met die eerdere beslissingen, maar dat is geen grond voor wraking. Er is voorts geen aanwijzing dat de stelling van verzoekster dat zij geen vertrouwen meer heeft in de rechter, objectief gerechtvaardigd is. <?linebreak?></para>
        <para>Hetgeen verzoekster overigens nog aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd leidt niet tot een ander oordeel.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De conclusie is dan ook dat het wrakingsverzoek wordt afgewezen. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">B E S L I S S I N G</emphasis> :</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>- wijst het verzoek tot wraking af.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. M.V. Ulrici, voorzitter, mrs. G.H. Marcus en                     M.W. van der Veen, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Nieuwenhuijs, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2016. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 8:18 lid 5 Awb, geen voorziening open.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>