<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2016:7714</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-24T13:54:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/050593-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:7714">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:7714</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-24T13:51:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2016:7714 Rechtbank Amsterdam , 11-11-2016 / 13/050593-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2016:7714:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beslissing op bezwaarschrift ex artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Gegeven aanhoudingsbevel onrechtmatig. Gevolg: bezwaarschrift gegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2016:7714:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/050593-15</para>
      <para>RK: 16/5092</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BESCHIKKING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bezwaarschrift <emphasis role="bold">ex artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden</emphasis> (hierna: de Wet) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [veroordeelde] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,</para>
      <para>wonende op het adres [adres] , [woonplaats] ,</para>
      <para>te dezer zake woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman,</para>
      <para>mr. W.H. Jebbink, [adres] , [plaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verder te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaarschrift is op 26 juli 2016 bij akte ter griffie van deze rechtbank ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 11 november 2016 veroordeelde, zijn raadsvrouw, mr. T. Urbanus, die waarneemt voor haar collega, mr. W.H. Jebbink, en de officier van justitie, mr. F. Heus, in besloten raadkamer gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Uit het dossier en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken</emphasis>
      </para>
      <para>Als grondslag van het bevel heeft gediend het vonnis van 7 september 2015 van de politierechter van deze rechtbank, waarbij veroordeelde ter zake van openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen (artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht) is veroordeeld tot </para>
      <para>een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van 40 uren met</para>
      <para>aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht naar de maatstaf van twee uren per dag subsidiair 20 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij bevel van 25 februari 2016 heeft de officier van justitie bepaald dat van veroordeelde celmateriaal zal worden afgenomen ter bepaling en verwerking van zijn DNA-profiel. Op 5 mei 2016 is veroordeelde verschenen om celmateriaal te laten afnemen. Blijkens een daarvan opgemaakt proces-verbaal heeft de afname van celmateriaal niet plaatsgevonden omdat “betrokkene niet wilde luisteren naar uitleg over afname door arts”. Hierna heeft de officier van justitie de aanhouding van verdachte bevolen. </para>
      <para>Op 24 juli 2016 is verdachte op Schiphol aangehouden en is het celmateriaal van veroordeelde afgenomen. Het bezwaarschrift is op 26 juli 2016 ter griffie van deze rechtbank ingediend, derhalve binnen de in artikel 7 van de Wet genoemde termijn van veertien dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt veroordeelde </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaarschrift is gericht tegen het bepalen van het DNA-profiel van veroordeelde en de opname daarvan in de DNA-databank. Veroordeelde en zijn raadsvrouw hebben in raadkamer, verkort en zakelijk weergegeven, onder meer, het volgende aangevoerd.</para>
      <para>Veroordeelde was op 4 mei 2016 uitgenodigd voor de afname van zijn DNA-materiaal. Het dossier bevat een proces-verbaal van afname van 5 mei 2016 waaruit blijkt dat geen DNA-materiaal is afgenomen omdat betrokkene “niet wilde luisteren naar uitleg over afname door arts”. Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat het aanhoudingsbevel is bedoeld voor de veroordeelde die niet (vrijwillig) verschijnt. De [veroordeelde] is wel degelijk verschenen. Toen hij op aanraden van zijn raadsman had aangegeven dat hij niet instemde met de afname van celmateriaal door een ander dan een arts of verpleegkundige, werd hem gezegd dat dat onjuist was en dat hij kon gaan. Vervolgens is een aanhoudingsbevel tegen hem uitgevaardigd en is hij op Schiphol door de Koninklijke Marechaussee aangehouden omdat hij gesignaleerd stond. Er was op geen enkel moment noodzaak om een aanhoudingsbevel tegen hem uit te vaardigen. In het onderhavige geval is derhalve sprake van een vormverzuim en dient het bezwaarschrift gegrond te worden verklaard.</para>
      <para>De raadsvrouw heeft er onderbouwing van dit standpunt en ten aanzien van het overige door haar gestelde, aangevoerd hetgeen staat vermeld in haar in raadkamer overgelegde pleitnota.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft, ten aanzien van dit standpunt, aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven, dat het weliswaar beter zou zijn geweest als veroordeelde nogmaals voor de DNA-afname was uitgenodigd, maar dat dit niet maakt dat het bezwaarschrift gegrond dient te worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De rechtbank overweegt het volgende.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 4, lid 1 Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden luidt:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Indien noodzakelijk voor de tenuitvoerlegging van het bevel, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef, kan de officier van justitie de aanhouding van de veroordeelde bevelen. Het bevel tot aanhouding is schriftelijk en bevat de reden van aanhouding. Een afschrift van het bevel wordt de aangehouden veroordeelde onverwijld uitgereikt.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Memorie van Toelichting luidt bij de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden luidt, voor zover hier van belang:</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beknopte beschrijving van de procedure bij DNA-onderzoek bij veroordeelden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Na de veroordeling wegens een DNA-misdrijf geeft de officier van justitie zo spoedig mogelijk het bevel tot afname van celmateriaal voor DNA-onderzoek, tenzij naar zijn oordeel een van de uitzonderingsgronden van artikel 2, eerste lid, zich voordoet. (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In het bevel wordt aangegeven waar en op welk tijdstip het bevel ten uitvoer wordt gelegd. (…) Van de veroordeelde wordt verwacht dat hij zich op de aangegeven tijd en plaats meldt. (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verschijnt de veroordeelde niet, dan zal door de uitvoerders van het bevel contact moeten worden opgenomen met de officier van justitie, die vervolgens een bevel tot aanhouding uitvaardigt.</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_8288d38c-0394-484e-879f-ac76fbae069f" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat in het onderhavige geval veroordeelde wel is verschenen, maar dat om een andere reden de celafname niet is geschied. Het onmiddellijk daarop uitvaardigen van een aanhoudingsbevel, terwijl van verdachte een woonplaatsbekend is, is niet noodzakelijk geweest voor de tenuitvoerlegging van het bevel. Een hernieuwde oproeping had in dit geval volstaan. De vraag is vervolgens wat het gevolg moet zijn van dit ten onrechte gegeven aanhoudingsbevel. De rechtbank acht het van belang dat er een krachtig signaal uitgaat naar het Openbaar Ministerie dat het in dergelijke gevallen uitvaardigen van aanhoudingsbevelen niet rechtmatig is. De rechtbank zal om die reden het bezwaarschrift gegrond verklaren en bevelen dat het afgenomen celmateriaal vernietigd dient te worden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het overig aangevoerde behoeft gelet op het voorgaande geen verdere bespreking. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het bezwaarschrift <emphasis role="bold">gegrond</emphasis> en beveelt de officier van justitie ervoor zorg te dragen dat het celmateriaal van veroordeelde terstond zal worden vernietigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is op 11 november 2016 gegeven en in het openbaar uitgesproken door</para>
      <para>mr. P.B. Martens, 	rechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, 	       griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tegen deze beslissing staat voor veroordeelde géén rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_8288d38c-0394-484e-879f-ac76fbae069f" label="1">
    <para> Kamerstukken II 2002/03, 28 685</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>