<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2016:7468</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-17T13:57:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751400-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:7468">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:7468</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-17T13:55:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2016:7468 Rechtbank Amsterdam , 11-11-2016 / 13/751400-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2016:7468:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overlevering, schorsing overleveringsdetentie gelet op arrest Hof van Justitie van de EU</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2016:7468:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK AMSTERDAM</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BEVEL SCHORSING VAN DE OVERLEVERINGSDETENTIE</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.751.400-16</para>
      <para>RK nummer: 16/3497</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van de opgeëiste persoon:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [opgeëiste persoon]
    </title>
    <parablock>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1976, </para>
      <para>zonder woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ziet de rechtbank aanleiding de schorsing van de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon te bevelen, gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 november 2016 (C-452/16 PPU).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bijlage: motivering van de beslissing (wordt nagezonden)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BESLISSING:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de schorsing van de overleveringsdetentie van<emphasis role="bold"> [opgeëiste persoon]</emphasis> voornoemd <emphasis role="bold">met ingang van 11 november 2016, doch niet eerder dan nadat hij elk op zijn naam gesteld reisdocument heeft ingeleverd bij de officier van justitie, onder de navolgende voorwaarden:</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de opgeëiste persoon zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de overleveringsdetentie onttrekken, als het bevel tot schorsing wordt opgeheven; </para>
    <para />
    <para>2. de opgeëiste persoon zal zonder nadere oproeping verschijnen op de uitspraak van deze rechtbank op het overleveringsverzoek;</para>
    <para />
    <para>3. de opgeëiste persoon zal aan iedere oproeping in deze zaak van de kant van justitie of politie gevolg geven; </para>
    <para />
    <para>4. de opgeëiste persoon zal binnen vijf dagen na de schorsing een verblijfadres opgeven aan de officier van justitie en op dat adres verblijven en bereikbaar zijn; </para>
    <para />
    <para>5. de opgeëiste persoon zal de rechtbank en de officier van justitie schriftelijk van iedere adreswijziging op de hoogte stellen;</para>
    <para />
    <para>6. de opgeëiste persoon zal ieder te zijnen naam gesteld reisdocument inleveren bij de officier van justitie;</para>
    <para />
    <para>7. de opgeëiste persoon zal zich eenmaal per week melden op een door de officier van justitie aan te wijzen politiebureau op een door de officier van justitie te bepalen dag en tijdstip;  </para>
    <para />
    <para>8. de opgeëiste persoon zal Nederland niet verlaten.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen op 11 november 2016 door:</para>
      <para>mr. H.P. Kijlstra,	                                                                    voorzitter,</para>
      <para>mrs. C. Klomp en W.A.J.P. van den Reek,	                                             rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens,		                                           griffier,</para>
      <para>en ondertekend door de voorzitter en de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE</emphasis> bij het bevel schorsing van de overleveringsdetentie, van 11 november 2016, in de zaak van de opgeëiste persoon <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]  </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Motivering van de beslissing:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 10 november 2016 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie arrest gewezen op het verzoek van de rechtbank Amsterdam om een prejudiciële beslissing in de zaak van de opgeëiste persoon (C-452/16 PPU).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de beantwoording van de prejudiciële vragen, kan het voorliggende EAB dat is uitgevaardigd door <emphasis role="italic">the Swedish National Police Board</emphasis> naar verwachting niet tot overlevering van de opgeëiste persoon leiden. De rechtbank ziet daarnaast geen ruimte voor een herstel op korte termijn van dit gebrek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Om die reden is de rechtbank van oordeel dat, mede gelet op artikel 6 van het Handvest, aanleiding bestaat om tot de zitting van 1 december 2016, waarop de verdere inhoudelijke behandeling van het EAB zal plaatsvinden, de overleveringsdetentie te schorsen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>