<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2016:6896</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-10-27T13:56:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-10-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HA RK 277.2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:6896">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:6896</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-10-27T13:56:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2016:6896 Rechtbank Amsterdam , 07-10-2016 / HA RK 277.2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2016:6896:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aan het verzoek wordt ten grondslag gelegd dat de raadkamer die over de verzoeken tot vergoeding van de schade moet oordelen, niet uit dezelfde rechters is samengesteld als de rechtbank die tot vrijspraak van verzoeker is gekomen. Daarnaast is een toezegging van de raadkamer om van het gehele strafdossier kennis te nemen uitgebleven. De wrakingskamer overweegt dat zonder toelichting, die ontbreekt, kan uit de beschreven gang van zaken  geen vooringenomenheid van de rechters niet worden afgeleid. Ook de wijze waarop de rechtbank invulling geeft aan artikel 89 lid 4 Sv is, zonder nadere feiten of omstandigheden, geen objectieve grond die de vrees dat de raadkamer niet onpartijdig is, rechtvaardigt. Verzoek afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2016:6896:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 7 oktober 2016</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het op 8 juli 2016 gedane en onder rekestnummer HA RK 277.2016 ingeschreven verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verzoeker], </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>wonende op het adres [     ],</para>
      <para>raadsman mr. A.A. Bart, advocaat te Veenendaal,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk verzoek strekt tot wraking van mrs. S.A. Krenning, F.W. Pieters en M.F. Ferdinandusse, rechters, belast met de behandeling van strafzaken en verzoekschriften ingevolge het Wetboek van Strafvordering (Sv) in openbare raadkamer, in de rechtbank Amsterdam, hierna ook: de rechters/de raadkamer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verloop van de procedure</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>een proces-verbaal behandeling raadkamer van<?linebreak?>8 juli 2016, inhoudende het mondeling gedane verzoek tot wraking;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de schriftelijke reactie van de raadkamer van 16 september 2016 op het ingediende wrakingsverzoek, waaruit blijkt dat de rechters niet in de wraking berusten;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de reactie per e-mail van 27 september 2016 van mr. N. Voorhuis, officier van justitie, waaruit volgt dat het Openbaar Ministerie geen nadere visie op het verzoek wenst te geven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de ter zitting van 30 september 2016 door de raadsman ingediende pleitnota. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van 30 september 2016, alwaar verzoeker, zijn raadsman en de rechters Krenning en Pieters zijn gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgegaan wordt van de volgende feiten: </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verzoeker is als verdachte in de strafzaak met parketnummer 13/520077-09 bij vonnis van deze rechtbank van 12 januari 2016 vrijgesproken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verzoeker heeft op 12 april 2016 via zijn raadsman een verzoekschrift tot schadevergoeding ex artikel 89 en artikel 591a Sv ingediend, bekend onder zaaknummer RK 16/2487 en 16/2488;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de officier van justitie heeft een verweerschrift ingediend;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>op 8 juli 2016 heeft de mondelinge behandeling van dat verzoekschrift plaatsgevonden in openbare raadkamer;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de raadkamer die het verzoekschrift behandelde bestond uit andere rechters dan de rechters die deel uitmaakten van de meervoudige strafkamer die verzoeker op 12 januari 2016 heeft vrijgesproken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de raadsman heeft ter zitting van 8 juli 2016 de rechters verzocht zich te verschonen, welk verzoek de rechters hebben afgewezen; de raadsman heeft vervolgens namens verzoeker onderhavig wrakingsverzoek gedaan;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>artikel 89 lid 4 Sv luidt “<emphasis role="italic">de raadkamer is zoveel mogelijk samengesteld uit de leden die op de terechtzitting over de zaak hebben gezeten</emphasis>”.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek en de gronden daarvan</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek tot wraking is – kort zakelijk weergegeven – gebaseerd op de navolgende ter zitting door de raadsman toegelichte gronden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek tot schadevergoeding is ingediend omdat als gevolg van de ondergane voorlopige hechtenis in de strafzaak ING het bedrijfskrediet van verzoeker heeft opgezegd, waardoor forse schade is ontstaan. De rechters hebben verzoeker kritisch bevraagd, waardoor een onevenwichtige sfeer ontstond. Dat is evenwel geen grond voor de wraking geweest. Het Openbaar Ministerie heeft aangegeven dat verzoeker geen recht heeft op schadevergoeding nu hij die voorlopige hechtenis – kort gezegd – aan zichzelf had te wijten. Het Openbaar Ministerie was voornemens nieuwe stukken in het geding brengen die niet in het strafdossier zaten. Tijdens de behandeling van het verzoekschrift bleek dat de raadkamer niet beschikte over dat onderliggende strafdossier. Dit heeft de raadsman zeer verbaasd. Op de vraag van de raadsman of de raadkamer alsnog kennis zou gaan nemen van het strafdossier heeft de oudste rechter gereageerd met de woorden “dat ligt er aan”. Vervolgens heeft de raadkamer geweigerd toe te zeggen om alsnog zonder meer kennis te nemen van het strafdossier. Daarbij komt dat het feit dat artikel 89 lid 4 Sv – kennelijk structureel – niet wordt nageleefd zeker in deze zaak kwalijk is en contra legem. De combinatie van het voornoemde maakt dat bij verzoeker een gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid is ontstaan, zodat het wrakingsverzoek dient te worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van de rechters</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechters hebben zich op het standpunt gesteld dat het verzoek dient te worden afgewezen. </para>
      <para>De wijze waarop de behandeling van de verzoek tot schadevergoeding plaatsvond geeft geen aanleiding tot het oordeel dat er sprake is van vooringenomenheid of het wekken van schijn van partijdigheid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De enkele omstandigheid dat de raadkamer die over de verzoeken tot vergoeding van de schade moet oordelen, niet uit dezelfde rechters is samengesteld als de rechtbank die tot vrijspraak van verzoeker is gekomen, is naar het oordeel van de raadkamer niet een omstandigheid waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het is in de rechtbank Amsterdam, om organisatorische redenen, kennelijk gebruikelijk(er) dat niet de zittingsrechter die tot vrijspraak is gekomen het verzoek tot schadevergoeding behandelt, maar rechters uit een team met als kerntaak behandeling van rekesten en dus ook verzoeken tot schadevergoeding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook de enkele omstandigheid dat de raadkamer niet van te voren kennis heeft genomen van het (gehele) strafdossier leidt naar het oordeel van de raadkamer niet tot de conclusie dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. De wederzijdse standpunten met betrekking tot de verdenking, het ondergaan van de voorlopige hechtenis en de duur ervan, de beslissingen van de rechtbank en het Hof, alsmede de gevolgen die dat mogelijk voor verzoeker gehad zou kunnen hebben, zijn uitgebreid aan de orde geweest. Voorts heeft de raadkamer niet geweigerd om (alsnog) kennis te nemen van het gehele strafdossier, waarbij van belang is dat de raadsman de raadkamer niet heeft gevraagd (een deel van) het dossier te lezen en ook niet (gemotiveerd) heeft aangegeven welke delen van het dossier dan relevant zouden zijn; bovendien was de behandeling ter zitting nog niet afgerond. Daarbij komt dat de raadkamer duidelijk te kennen heeft gegeven het dossier te raadplegen indien de stellingen van partijen daar aanleiding toe geven. Ook ten aanzien van deze feiten en omstandigheden geldt dat die hoe dan ook niet tot de conclusie kunnen leiden dat de raadkamer niet onpartijdig zou zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het bepaalde in artikel 512 Sv dient in een wrakingsprocedure te worden onderzocht of er sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarbij staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een procespartij partijdig is, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het (subjectieve) standpunt van verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend; de vrees voor partijdigheid moet objectief gerechtvaardigd zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gesloten systeem van rechtsmiddelen biedt geen ruimte voor een beoordeling van de juistheid van een door de rechtbank genomen beslissing. Grond voor wraking bestaat alleen als een beslissing zo onbegrijpelijk is dat daarvoor geen andere redelijke verklaring kan worden gegeven dan dat deze voortvloeit uit vooringenomenheid van de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker meent dat de andere samenstelling van de raadkamer dan de strafkamer die hem heeft vrijgesproken (gezien art. 89 lid 4 Sv) en het uitblijven van een toezegging van die raadkamer om van het gehele strafdossier kennis te nemen, feiten en omstandigheden opleveren op grond waarvan de vrees dat het de raadkamer aan onpartijdigheid ontbreekt gerechtvaardigd is. De wrakingskamer volgt verzoeker daarin niet. Zonder toelichting, die ontbreekt, kan uit de beschreven gang van zaken  geen vooringenomenheid van de rechters niet worden afgeleid. Ook de wijze waarop de rechtbank invulling geeft aan artikel 89 lid 4 Sv is, zonder nadere feiten of omstandigheden, geen objectieve grond die de vrees dat de raadkamer niet onpartijdig is, rechtvaardigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BESLISSING:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek tot wraking <emphasis role="bold">af</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de zaak wordt voortgezet in de stand waarin de procedure zich <?linebreak?>bevond ten tijde van indiening van het verzoek.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, mrs. S.P. Pompe en W.M. de Vries, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 oktober in tegenwoordigheid van <?linebreak?>mr. P. Tanis, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tegen deze beslissing staat ingevolge artikel 515 lid 5 Sv geen voorziening open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>