<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2016:6617</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-10-17T15:00:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-07-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HA RK 228.2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:6617">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:6617</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-10-17T14:48:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2016:6617 Rechtbank Amsterdam , 19-07-2016 / HA RK 228.2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2016:6617:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoeken afgewezen. Het eerst verzoek stuit af op grond van de toegepaste antimisbruikbepaling in een beslissing op een eerder gedaan verzoek in dezelfde zaak. Het andere niet verder door verzoeker onderbouwde verzoek bevat geen gronden waaruit vooringenomenheid van de rechter, of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, valt op te maken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2016:6617:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Wrakingskamer</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op de op 3 juni 2016 schriftelijk gedane en onder rekestnummer </para>
      <para>C/16/609285/HA RK 228.2016 ingeschreven verzoeken van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welke verzoeken strekken tot wraking van mr. C.J.M.L. de Waal, kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Verloop van de procedure</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende stukken: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> het schriftelijke wrakingsverzoek d.d. 3 juni 2016 in twee zaken (4339710 CV EXPL 15-20150 en 5026698 CV EXPL 16-13519);</para>
      <para> een vonnis van 18 april 2016 in de zaak met nummer 4339710 CV EXPL 15-20150 waarbij de vordering in conventie naar de rol is verwezen en de door verzoeker in  reconventie ingestelde vordering is afgewezen. </para>
      <para> De laatste pagina van een tussenvonnis in de zaak met nummer 5026698 CV EXPL 16-13519.</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">De feiten</bridgehead>
    <para />
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>Verzoeker is gedaagde in de bij de rechtbank aanhangige en onder zaaknummer 4339710 CV EXPL 15-20150 geregistreerde zaak.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>In voormelde zaak heeft verzoeker eerder een wrakingsverzoek ingediend. Bij beslissing van 8 januari 2016 is door de wrakingskamer bepaald (zaaknummer C/15/598341/HA RK 362.2015) dat een volgend verzoek van verzoeker tot wraking in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verzoeker is eveneens gedaagde in de bij de rechtbank aanhangige en onder zaaknummer 5026698 CV EXPL 16-13519 geregistreerde zaak. In deze zaak heeft de rechter bij vonnis van 10 mei 2016 een verschijning van partijen bevolen tot het geven van inlichtingen aan de kantonrechter en ter beproeving van een schikking.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>De verzoeken en de gronden daarvan</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft aan beide verzoeken ten grondslag gelegd dat de rechter corrupt is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling van het verzoeken</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Gelet op de onder 1.b van de feiten vermelde beslissing wordt het verzoek van klager in de zaak met 4339710 CV EXPL 15-20150 niet (verder) in behandeling genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Voor het verzoek in de zaak met nummer met 5026698 CV EXPL 16-13519 geldt dat op grond van het bepaalde in artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), in een wrakingprocedure dient te worden onderzocht of  sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Daarbij staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een procespartij partijdig is, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het (subjectieve) standpunt van verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend; de vrees voor partijdigheid moet objectief gerechtvaardigd zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Het verzoek luidt: “bij deze wraak ik ktr. De Waal wegens corruptie” en bevat verder een verwijzing naar bijlagen. In het verzoek en de daarbij gevoegde bijlagen  zijn geen feiten of omstandigheden vermeld waaruit vooringenomenheid van de rechter, of zwaarwegende aanwijzingen voor de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, valt op te maken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Inmiddels is vast komen te staan dat de rechter als rolrechter geen verdere betrokkenheid bij deze zaak heeft dan het wijzen van het onder 1.c van de feiten vermelde instructievonnis. De verdere inhoudelijke behandeling vindt plaats ten overstaan van een andere rechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Voor een mondelinge behandeling als bedoeld in artikel 39 lid 1 Rv bestaat geen aanleiding. Het in deze bepaling als vanzelfsprekend opgenomen recht op hoor en wederhoor is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek. Aan dat onderzoek komt de rechtbank niet toe omdat het verzoek zonder kenbare grondslag is ingezet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>Omdat door verzoeker het middel van wraking lichtvaardig, zonder kenbare grondslag is ingezet, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van misbruik van recht. De rechtbank zal daarom bepalen dat een volgend verzoek van klager tot wraking ook in de zaak met nummer 5026698 CV EXPL 16-13519 niet in behandeling zal worden genomen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek tot wraking in de zaak met nummer 5026698 CV EXPL 16-13519 af;</para>
    <para>- bepaalt dat een volgend verzoek van verzoeker tot wraking in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen;</para>
    <para>- bepaalt dat de procedure in de zaak met nummer 5026698 CV EXPL 16-13519 wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de indiening van het wrakingsverzoek.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, mrs. A.W.J. Ros en A.J. Dondorp, leden, in tegenwoordigheid van de griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juli 2016. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, vijfde lid, Rv, geen voorziening open.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>