<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2016:6014</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-23T11:49:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-09-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13.751.483-16, 16/4666</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:6014">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:6014</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-23T11:43:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2016:6014 Rechtbank Amsterdam , 13-09-2016 / 13.751.483-16, 16/4666</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2016:6014:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overlevering. Toepassing van het besliskader van ECLI:EU:C:2016:198 (Aranyosi en Căldăraru) op de detentieomstandigheden in Letland.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2016:6014:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.751.483-16 (EAB 1) </para>
      <para>RK-nummer: 16/4666</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 13 september 2016   </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 5 juli 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 24 mei 2016 door <emphasis role="italic">the Prosecutor’s General Office of the Republic of Latvia</emphasis> (Letland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] (Letland), </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>	thans gedetineerd in het [detentie adres] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 30 augustus 2016. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw, mr. C.H. Pentinga, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Russische taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat zij er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Letse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een <emphasis role="italic">decision of the Liepāja Court of 7 April 2016 on application of arrest tot he accused, reference 11261113014</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan één naar het recht van Letland strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, 2e OLW gestelde eisen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit levert naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft verzocht de behandeling van het EAB aan te houden, teneinde de Letse autoriteiten aanvullende informatie te laten verschaffen over de inrichting waar de opgeëiste persoon (na veroordeling) in Letland zal verblijven, de concrete aanwezige medische zorg ten aanzien van Hepatitis C en de kosten van die medische zorg. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De opgeëiste persoon heeft Hepatitis C. Er bestaat een medische noodzaak tot behandeling. Daarvoor is nodig dat een duidelijker beeld wordt verkregen van het type Hepatitis C. Uit verschillende rapporten, te weten: </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- het CPT-rapport van 11 maart 2014,</para>
      <para />
      <para>- het rapport <emphasis role="italic">National monitoring bodies of prison conditions and the European standards</emphasis> van het<emphasis role="italic"> European Prison Observatory</emphasis> van januari 2015 en</para>
      <para />
      <para>- het rapport <emphasis role="italic">Improving Prison Conditions by Strengthening the Monitoring of HIV, HCV, TB and Harm Reduction. Mapping Report Latvia</emphasis> van het <emphasis role="italic">Latvian Centre for Human Rights</emphasis> uit 2015,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>blijken ernstige zorgen over het ontbreken van kwalitatief goede en financieel toegankelijke medische zorg voor gedetineerden met Hepatitis C in Letse gevangenissen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 11 OLW bestaat momenteel een gegrond vermoeden dat inwilliging van het overleveringsverzoek zal leiden tot een flagrante schending van de in artikel 3 van het EVRM en het overeenkomstige artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) vastgelegde rechten van de opgeëiste persoon. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De behandeling van de zaak moet dan ook worden aangehouden om nadere informatie of garanties van de Letse autoriteiten te verkrijgen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor het geval dat de rechtbank het verzoek om aanhouding van de behandeling van het EAB afwijst, heeft de raadsvrouw betoogd dat de overlevering moet worden geweigerd op dezelfde gronden als waarop dat verzoek berust.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de raadsvrouw geen bewijzen heeft aangevoerd voor een reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in Letland in het algemeen, dat een eventuele behandeling in Nederland mogelijk een reden voor uitstel van de feitelijke overlevering zou kunnen opleveren, maar dat het Openbaar Ministerie daarover pas zal beslissen, nadat de rechtbank de overlevering heeft toegestaan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Heeft de uitvoerende rechterlijke autoriteit bewijzen dat er <emphasis role="italic">in het algemeen</emphasis> een reëel gevaar bestaat dat personen die in de uitvaardigende lidstaat zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld in de zin van artikel 4 Handvest, dan moet zij beoordelen of dit gevaar in geval van overlevering <emphasis role="italic">voor de opgeëiste persoon</emphasis> aanwezig is. Daarbij moet zij zich allereerst baseren op objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens over de detentieomstandigheden die heersen in de uitvaardigende lidstaat en die kunnen duiden op gebreken die hetzij structureel of fundamenteel zijn, hetzij bepaalde groepen van personen raken, hetzij bepaalde detentiecentra betreffen (HvJ EU 5 april 2016, C-404/15 en C-659/15 PPU, ECLI:EU:C:2016:198 (Aranyosi en Căldăraru), punten 88-89).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het CPT heeft bij zijn bezoek in 2013 aan de gevangenissen in Jelgava en Riga en het Penitentiair Ziekenhuis in Olaine vastgesteld dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- zich ten opzichte van het bezoek in 2011 verbeteringen in de penitentiaire gezondheidszorg hebben voorgedaan (‘e.g. supply of medication; access to specialist care (…)’)</para>
      <para />
      <para>- de Letse autoriteiten een aantal tekortkomingen nog steeds moeten redresseren (bijvoorbeeld dat gedetineerden betrekkelijk dure medicijnen zelf moeten betalen);</para>
      <para />
      <para>- het medisch onderzoek van een gedetineerde bij zijn eerste opname in de gevangenis in het algemeen ‘in a satisfactory manner’ wordt uitgevoerd en</para>
      <para />
      <para>- het CPT onder de indruk is van de kwaliteit van de gezondheidszorg in het Penitentiair Ziekenhuis in Olaine, zij het dat het CPT bezorgd is over de afname van de capaciteit van deze inrichting.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het rapport van het <emphasis role="italic">European Prison Observatory</emphasis> betreft een vergelijkend onderzoek naar detentieomstandigheden in verschillende landen. Dit rapport haalt wat betreft de situatie in Letland het CPT-rapport aan en verschaft als zodanig geen andere of meer recente gegevens over de gezondheidszorg in de Letse gevangenissen. </para>
        <para>
          <?linebreak?>Het rapport van het <emphasis role="italic">Latvian Centre for Human Rights</emphasis> heeft vooral betrekking op het voorkomen, diagnosticeren en monitoren van aandoeningen als HIV, AIDS, Hepatitis en tuberculose. Dit rapport bevat overigens wel de opmerking dat het budget voor penitentiaire gezondheidszorg ontoereikend is.    </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze rapporten leiden naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer tot de conclusie dat de medische gezondheidszorg in de Letse gevangenissen op dit moment zodanig is, dat gedetineerden die aan Hepatitis C lijden in het algemeen een reëel gevaar van een onmenselijke of een vernederende behandeling lopen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ambtshalve heeft de rechtbank evenmin kennis van bewijzen waaruit een dergelijk algemeen gevaar blijkt. De rechtbank heeft kennisgenomen van een recente beslissing van het <emphasis role="italic">Hanseatisches Oberlandesgericht in Bremen</emphasis> waarin deze rechter wel tot de conclusie komt dat er bewijzen zijn voor zo een algemeen gevaar.<footnote-ref linkend="_0f7a57ff-0ea9-498e-b619-1e36b6dd55bc" /> Het <emphasis role="italic">Oberlandesgericht</emphasis> baseert zich op het CPT-rapport van 11 maart 2014 en op twee arresten van het EHRM uit 2012.<footnote-ref linkend="_f0d895e5-180f-461c-a955-edf820e6560b" /> Beide arresten hebben betrekking op detentieperioden in 2005.<footnote-ref linkend="_ea4d7b27-eca5-4989-9085-b67fee3ce6d8" /> Deze arresten hebben daarom naar het oordeel van de rechtbank nauwelijks actualiteitswaarde en leveren dus geen ‘naar behoren bijgewerkte gegevens’ in de zin van het arrest <emphasis role="italic">Aranyosi en Căldăraru</emphasis> op. De beslissing van het <emphasis role="italic">Oberlandesgericht</emphasis> leidt dan ook niet tot een ander oordeel.    </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank concludeert dat zij niet over bewijzen beschikt dat personen die lijden aan Hepatitis C in het algemeen een reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling lopen vanwege het ontbreken van voldoende en financieel toegankelijke medische zorg. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank wijst het verzoek om aanhouding van de behandeling van het EAB en verwerpt het verweer.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Een en ander laat vanzelfsprekend onverlet dat de gezondheidstoestand van de opgeëiste persoon een rol zou kunnen spelen bij de beslissing over een eventueel uitstel van de feitelijke overlevering op grond van artikel 35, derde lid, OLW.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Prosecutor’s General Office of the Republic of Latvia</emphasis> ten behoeve van het in Letland tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.</para>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. H.P. Kijlstra,		  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. C. Klomp en A.K. Glerum,                       				   		rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. V.H. Glerum,			                         		griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 13 september 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter is buiten staat de uitspraak te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">B</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_0f7a57ff-0ea9-498e-b619-1e36b6dd55bc" label="1">
    <para>
      <emphasis role="italic">Hanseatisches Oberlandesgericht in Bremen</emphasis> 3 augustus 2016, 1 Ausl. A 14/15. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f0d895e5-180f-461c-a955-edf820e6560b" label="2">
    <para> EHRM 28 februari 2012, nr. 30779/05 (Melnitis/Letland); EHRM 18 december 2012, nr. 8543/04  (Čuprakovs/Letland) </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ea4d7b27-eca5-4989-9085-b67fee3ce6d8" label="3">
    <para> Het arrest Melnitis/Letland heeft betrekking op detentie in de gevangenis in Valmiera, het arrest Čuprakovs/Letland op detentie in het Penitentiair Ziekenhuis in Riga.  </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>