<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2016:5740</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T12:30:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-09-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CV EXPL 15-21830</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2016/2687</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2016/288</rdf:li>
          <rdf:li>RCR 2017/7</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:5740">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:5740</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-12T15:09:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2016:5740 Rechtbank Amsterdam , 12-09-2016 / CV EXPL 15-21830</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2016:5740:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Waternet stelt dat alleen al het opendraaien van de kraan een wilsuiting is van de afnemer dat hij/zij water wenst af te nemen, maar dat is - gelet op de Memorie van Toelichting bij artikel 7:7 lid 2 BW- onvoldoende. Er moet van worden uitgegaan dat de wetgever de monopoliepositie van de waterleveranciers in Nederland heeft betrokken in zijn besluit om water expliciet in het artikel op te nemen. Er is geen overeenkomst tot waterlevering tot stand gekomen zodat Waternet ongevraagd water heeft geleverd. De afnemer hoeft hiervoor niet te betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2016:5740:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e096a577-aa41-4f30-bc06-3d96b1defd2d" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6568f5dd-e90f-4772-947a-9cb6cabfa41a" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 4383626  CV EXPL  15-21830</para>
      <para>vonnis van:  12 september 2016</para>
      <para>fno.:  991</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonnis van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>i n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de stichting Stichting Waternet,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>nader te noemen: Waternet,</para>
      <para>gemachtigde: R.W.H. van Dijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [gedaagde] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>nader te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 4 april 2016 is een tussenvonnis gewezen (hierna: het tussenvonnis). Ter uitvoering van dat tussenvonnis hebben beide partijen een akte in het geding gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>GRONDEN VAN DE BESLISSING</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <para>1. In het tussenvonnis is voorshands geconcludeerd dat tussen partijen geen overeenkomst tot waterlevering tot stand is gekomen en dat Waternet ongevraagd water aan [gedaagde] heeft geleverd. Partijen hebben vervolgens de gelegenheid gekregen om zich uit te laten over de vraag of het water ongevraagd is geleverd en over de toepasselijkheid in dat geval van artikel 7:7 lid 2 BW. </para>
    <para>2. In artikel 7:7 lid 2 BW is bepaald dat er voor consumenten bij ongevraagde levering, waarbij water uitdrukkelijk genoemd wordt, geen betalingsverplichting ontstaat. In de Memorie van Toelichting wordt opgemerkt dat evenmin op een andere rechtsgrond, zoals onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking, een betalingsverplichting kan ontstaan, die te herleiden is tot de geleverde zaken. Dit betekent bijvoorbeeld dat bij een verhuizing de nieuwe bewoner uitdrukkelijk moet aangeven dat hij de levering van water wil (Kamerstukken II 2012/13, 33520, 3, p. 58). </para>
    <para />
    <para>3. In haar akte na tussenvonnis heeft Waternet geen nadere feiten of omstandigheden gesteld, op grond waarvan moet worden geoordeeld dat een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, noch dat het water gevraagd is geleverd. Gesteld noch gebleken is immers dat [gedaagde] op enig moment aan Waternet uitdrukkelijk heeft medegedeeld dat zij water wilde afnemen of dat zij een andere handeling heeft verricht waardoor Waternet er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij het aanbod van waterlevering heeft aanvaard. Waternet stelt weliswaar dat alleen al het opendraaien van de kraan een wilsuiting is van de afnemer dat hij/zij water wenst af te nemen, maar dat is - gelet op de Memorie van Toelichting bij artikel 7:7 lid 2 BW - onvoldoende. Ditzelfde geldt voor de levering van andere in het artikel genoemde producten, zoals gas en elektriciteit, waarbij na enkel een feitelijke handeling van de afnemer, zoals een stekker in het stopcontact steken of de verwarming aanzetten, de levering desondanks wordt aangemerkt als ongevraagd. </para>
    <para />
    <para>4. Waternet stelt verder dat een al te strikte toepassing van artikel 7:7 lid 2 BW een hoogst ongewenste situatie tot gevolg zal hebben en dat deze regelgeving, gelet op de monopoliepositie van Waternet, de aparte status van waterleveranciers (ten opzichte van gas- en elektraleveranciers) miskent. Gelet op de duidelijke Memorie van Toelichting bij dit artikel moet echter ervan uitgegaan worden dat de wetgever de monopoliepositie van de waterleveranciers in Nederland heeft betrokken in zijn besluit om water expliciet in het artikel op te nemen. Ten tijde van de totstandkoming en invoering van dit artikel was de (monopolie)positie van waterleveranciers immers niet anders en waren de gevolgen van invoering van dit artikel voor de wetgever voorzienbaar. De omstandigheid dat Waternet de waterlevering alleen kan afsluiten door in een gerechtelijke procedure daarvoor machtiging te vragen en de omstandigheid dat opnieuw aansluiten financiële gevolgen zal hebben voor de bewoner, waren ten tijde van de invoering van dit artikel bekend. </para>
    <parablock>
      <para>Dat Waternet na invoering van deze wet, ook als niet gereageerd werd op welkomstbrieven, de waterlevering aan veel huishoudens heeft voortgezet, waardoor nu veel afnemers geen overeenkomst daartoe met Waternet hebben gesloten, maakt het voorgaande niet anders en moet dan ook voor haar rekening blijven. </para>
      <para>Conclusie van het voorgaande is dat de vordering tot betaling van het geleverde water niet toewijsbaar is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De gevorderde machtiging tot onderbreking van de ongevraagde levering is wel toewijsbaar. Zoals in het tussenvonnis reeds is overwogen zou het in strijd zijn met de maatschappelijke betamelijkheid als [gedaagde] gebruik zou kunnen blijven maken van het geleverde water en daarvoor niet hoeft te betalen, terwijl Waternet het zonder machtiging niet in haar macht heeft om de levering te staken. De door Waternet verzochte machtiging om de wateraansluiting te onderbreken en onderbroken te houden zal dan ook ten aanzien van het onderhavige adres worden verleend, tot het moment dat een overeenkomst met Waternet tot stand is gekomen. </para>
    <para />
    <para>6. Gelet op de uitkomst van de procedure ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat beide partijen hun eigen kosten dragen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>I.	machtigt Waternet om de waterlevering op het adres [adres] te [plaats] te onderbreken door het treffen van de daarvoor noodzakelijke, tijdelijke voorzieningen, en vervolgens onderbroken te houden totdat een overeenkomst tot waterlevering met betrekking tot dit adres is gesloten;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>II.	veroordeelt [gedaagde] tot medewerking aan de onder I verleende machtiging;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>III.	veroordeelt [gedaagde] , indien zij niet binnen veertien dagen na aanzegging van Waternet heeft voldaan aan de veroordeling onder II, tot ontruiming ex artikel 558 Rv van de ruimte(s) die betreden moet(en) worden om toegang tot de watermeetinrichting te verkrijgen van het perceel [adres] [plaats] , voor de duur van de voor de onderbreking van de waterlevering noodzakelijke werkzaamheden, desnoods te bewerkstelligen door de gerechtsdeurwaarder met hulp van de sterke arm van politie en justitie;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>IV.	compenseert de proceskosten, in die zin dat beide partijen hun eigen kosten dragen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>V.	verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>VI.	wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. L. van Berkum en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 september 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>