<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2016:5710</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-30T10:30:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-09-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13.751.505-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:5710">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:5710</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-09T08:46:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2016:5710 Rechtbank Amsterdam , 02-09-2016 / 13.751.505-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2016:5710:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overlevering. EAB ter tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf, uitgevaardigd door het Ministerie van Justitie van Litouwen. Prejudiciële vragen naar aanleiding van ECLI:EU:C:2016:385 (Bob-Dogi) over de uitleg van de uitdrukkingen ‘rechterlijke beslissing’ zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en ‘rechterlijke autoriteit’ zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2016:5710:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM	</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.751.505-16</para>
      <para>RK nummer: 16/4560</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 2 september 2016 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">     TUSSENUITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 29 juni 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op een niet vermelde dag in augustus 2013 door <emphasis role="italic">the Ministry of Justice of the Republic of Lithuania</emphasis> (Litouwen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Litouwen) op [geboortedatum] 1974,    </para>
      <para>zonder vaste woon of verblijfplaats in Nederland, </para>
      <para>thans gedetineerd in het [detentie adres] ,  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.	</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 25 augustus 2016. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman mr. M.F.P.M. Brogtrop, advocaat te Bergen op Zoom, en door een tolk in de Russische taal. De raadsman heeft inhoudelijk verweer gevoerd tegen de overlevering en heeft bepleit dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van de artikelen 11 en 12 OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting van 25 augustus 2016 heeft de rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- besloten om prejudiciële vragen voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van Justitie) over de uitleg van artikel 6, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ;</para>
    <para />
    <para>- meegedeeld dat dit opschorting van de beslistermijn van artikel 22 OLW meebrengt met ingang van 25 augustus 2016;</para>
    <para />
    <para>- daartoe het onderzoek onderbroken voor onbepaalde tijd;</para>
    <para />
    <para>- meegedeeld dat zij een tussenuitspraak zal wijzen op een nog vast te stellen datum en tijdstip, waarvan partijen van tevoren per e-mail op de hoogte zullen worden gebracht;</para>
    <para />
    <para>- meegedeeld dat zij vanwege de prejudiciële vragen nog niet toekomt aan de beoordeling van de verweren.  </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon 		</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn - met dien verstande dat zijn naam ten onrechte in de Litouwse schrijfwijze is weergegeven en dat hij eigenlijk [opgeëiste persoon] heet - en dat hij de Litouwse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van 13 februari 2012 van het <emphasis role="italic">Jonava Region District Court</emphasis>.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vier jaren en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog drie jaren, elf maanden en vijf dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Kort gezegd gaat het om twee gevallen van zware mishandeling. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage I aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Prejudiciële vragen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft de relevante regelgeving opgenomen in de aan deze tussenuitspraak gehechte bijlage II. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het EAB is uitgevaardigd door <emphasis role="italic">the Ministry of Justice of the Republic of Lithuania</emphasis> en strekt – onder meer – tot tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf. Het EAB is ondertekend door de Minister van Justitie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 18 mei 2004 heeft het Secretariaat-Generaal van de Raad van de Europese Unie een kennisgeving van Litouwen ontvangen. Deze kennisgeving houdt onder meer het volgende in:<footnote-ref linkend="_29ff963b-60ad-48a7-9d2b-dfc899fe4998" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Declarations and notifications by the Republic of Lithuania, pursuant to the Framework Decision of 13 June 2002 on the European arrest warrant and the surrender procedures between the Member States of the European Union.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Article 6(3)</emphasis>
          <emphasis role="italic">:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Article 6(1):</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">For the purposes of execution of a sentence of imprisonment the issuing authority is:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ministry of Justice</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 6 februari 2014 heeft het Secretariaat-Generaal van de Raad van de Europese Unie een gewijzigde kennisgeving van Litouwen ontvangen. Deze gewijzigde kennisgeving houdt onder meer het volgende in:<footnote-ref linkend="_fdf9df5d-def3-4b79-b440-6f340613666e" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Notification of the Republic of Lithuania according the Council Framework Decision of 13 June 2002 on the European Arrest Warrant and the surrender procedures between Member States (2002/584/JHA) </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">The Republic of Lithuania presents you the modified notification of Lithuania pursuant to the provisions of the Framework Decision on the European arrest warrant and the surrender procedures between the Member states of the European Union, under Article 6(3): </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Article 6(1) </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">For the purpose of execution of a sentence of imprisonment the issuing authorities are: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kaunas County Court </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A. Mickevičiaus str. 18 </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">LT-44312 Kaunas </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Lithuania </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tel.: [nummer] </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Fax.: [nummer]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Klaipėda County Court </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Herkaus Manto str. 26 </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">LT-92131 Klaipėda </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Lithuania </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tel.: [nummer] </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Fax.: [nummer] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Panevėžys County Court </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Elektros str. 9 </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">LT-35175 Panevėžys </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Lithuania </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tel.: [nummer] </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Fax.: [nummer] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Šiauliai County Court </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dvaro str. 83 </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">LT-76299 Šiauliai </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Lithuania </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tel.: [nummer] </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Fax.: [nummer] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vilnius County Court </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gedimino ave. 40/1 </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">LT-01501 Vilnius </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Lithuania </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tel.: [nummer] </emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">	Fax.: [nummer] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu het EAB is uitgevaardigd vóór de ontvangst van deze gewijzigde kennisgeving, gaat de rechtbank ervan uit dat deze gewijzigde kennisgeving niet de stand van het Litouwse recht weergeeft zoals dat gold ten tijde van de uitvaardiging van het onderhavige EAB en dat de gewijzigde kennisgeving geen gevolgen heeft voor een voordien uitgevaardigd EAB.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het <emphasis role="italic">Evaluation Report on the Fourth Round of Mutual Evaluations “The Practical Application of the European Arrest Warrant and Corresponding Surrender Procedures between Member States”: Report on Lithuania </emphasis>houdt over de bevoegdheid tot het uitvaardigen van een EAB onder meer het volgende in:<footnote-ref linkend="_f7d3d833-34f4-4485-911b-6167396bf589" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>	[p. 9-10]</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">THE DECISION TO ISSUE</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">The prerequisite for issuing an EAW is the existence of a domestic arrest warrant (in prosecution cases) or a final sentence or detention order (in conviction cases).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In conviction matters (…) the court responsible for the execution of the sentence, or the Prison Department in cases where the person concerned has absconded after the custodial sentence has been handed down or while serving his sentence, can apply for an EAW to be issued by the MOJ (…).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">The MOJ will then proceed to issue an EAW after examination of all relevant documents and ascertainment that valid grounds for the issuance of an EAW exist.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In both cases, rather than providing for the application of a measure of proportionality, the Code of Criminal Procedure prescribes that all steps and actions according to the law must be taken to ensure the investigation and prosecution of criminal matters, as the decision to issue is subject to strict statutory requirements.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>[p. 30]</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">CONCLUSIONS IN RESPECT OF LITHUANIA'S ACTIVITIES AS AN ISSUING</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">MEMBER STATE</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <paragroup>
        <nr>7.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Issues</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">7.2.1.1. The MOJ is not a judicial authority</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Pursuant to Article 6(3) of the FD, in conjunction with Article 6(1) of the FD, Lithuania notified the Council General Secretariat that in matters relating to convictions the MOJ was the issuing authority. Under Article 6(1), however, the issuing authority must be a judicial authority. The Lithuanian authorities recognised that EAWs should be issued by judicial authorities, and that the MOJ could not be considered a judicial authority. In particular, in cases where the EAW is initiated by the Prison Department, and hence no judicial authority at all is involved in the process, this situation is in clear contradiction with the FD(…).</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">The expert team was, however, informed by the MOJ of plans to allow the courts to issue EAWs directly in the future. The team would very much welcome such an initiative.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>[p. 37]</para>
          <para>
            <emphasis role="bold italic">8 RECOMMENDATIONS</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">RECOMMENDATIONS TO LITHUANIA</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Recommendation 1 ─ That Lithuania, in the light notably of Article 6(1) of the FD, should reconsider its legal system by entrusting a judicial authority with the power to issue EAWs in conviction matters. The initiative by Lithuania to allow the courts to issue EAWs in the future should be welcomed (see 7.2.1.1.).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Litouwen heeft als volgt op deze aanbeveling gereageerd:<footnote-ref linkend="_d97202e4-199c-4f3c-aa2f-4cd4563a4ae9" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Recommendation 1 ─ That Lithuania, in the light notably of Article 6(1) of the FD, should reconsider its legal system by entrusting a judicial authority with the power to issue EAWs in conviction matters. The initiative by Lithuania to allow the courts to issue EAWs in the future should be welcomed (see 7.2.1.1.).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Under consideration. Although there are no practical problems faced so far as regards the MOJ as the present Lithuanian issuing authority in conviction matters, the question on entrusting judicial authorities with the power to issue EAWs is expected to be put forward to political level by the end of the year.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de gewijzigde kennisgeving leidt de rechtbank af dat Litouwen uiteindelijk gevolg heeft gegeven aan aanbeveling 1.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de zaak van de heer [persoon] heeft de rechtbank bij tussenuitspraak van 16 augustus 2016 prejudiciële vragen gesteld over de uitleg van artikel 6, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ.<footnote-ref linkend="_b3274323-8502-41c4-9ac2-42f50e398aa6" /> In die zaak is het EAB uitgevaardigd door <emphasis role="italic">the Swedish National Police Board</emphasis> en is de vraag gerezen of deze autoriteit een ‘rechterlijke autoriteit’ is in de zin van artikel 6, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en of het door deze autoriteit uitgevaardigde EAB een ‘rechterlijke beslissing’ is in de zin van artikel 1, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De tussenuitspraak van 16 augustus 2016 is aan deze tussenuitspraak gehecht als bijlage III.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de onderhavige zaak ziet de rechtbank zich ambtshalve geconfronteerd met de vergelijkbare vraag of <emphasis role="italic">the Ministry of Justice of the Republic of Lithuania</emphasis> een ‘rechterlijke autoriteit’ is in de zin van artikel 6, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en of het door deze autoriteit uitgevaardigde EAB een ‘rechterlijke beslissing’ is in de zin van artikel 1, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Hoewel de problematiek vergelijkbaar is met die van de zaak [persoon] , vertoont de onderhavige zaak toch een bijzondere dimensie die naar het oordeel van de rechtbank separate prejudiciële vragen rechtvaardigt. Het EAB in de onderhavige zaak is immers uitgevaardigd door een politieke ambtsdrager als vertegenwoordiger van het Ministerie van Justitie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu de prejudiciële vragen in de zaak [persoon] al aanhangig zijn bij het Hof van Justitie, de rechtbank in die zaak om behandeling via de spoedprocedure heeft verzocht en de rechtbank het wenselijk acht dat beide zaken, zo mogelijk, tegelijkertijd en met spoed worden behandeld, heeft de rechtbank – en anders dan in die zaak – ervan afgezien om in de onderhavige zaak de uitvaardigende lidstaat in de gelegenheid te stellen om nadere informatie te verschaffen over de procedure rond de uitvaardiging van EAB’s ter tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Onderbouwing prejudiciële vragen</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verwijst voor de context van de bepalingen, de doelstellingen van Kaderbesluit 2002/584/JBZ en de mogelijke interpretaties van de uitdrukkingen ‘rechterlijke beslissing’ en ‘rechterlijke autoriteit’ (niet-autonoom of autonoom) naar hetgeen zij daarover in de tussenuitspraak in de zaak van de heer [persoon] heeft overwogen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Toegespitst op het onderhavige geval voegt de rechtbank aan die overwegingen nog het volgende toe.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Context van de bepalingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De toelichting bij het Voorstel voor een kaderbesluit van de Raad betreffende het Europees arrestatiebevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie (hierna: het Voorstel) hield onder meer het volgende in:<footnote-ref linkend="_96c88dc5-6bbf-424a-b7ba-05778a1a5415" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">4. the procedure for executing the European arrest warrant is primarily judicial. The political phase inherent in the extradition procedure is abolished. Accordingly, the administrative redress phase following the political decision is also abolished. The removal of these two procedural levels should considerably improve the effectiveness and speed of the mechanism</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Doelstellingen van Kaderbesluit 2002/584/JBZ</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zoals volgt uit de overwegingen 5 en 6 van de preambule bij Kaderbesluit 2002/584/JBZ beoogt dit kaderbesluit het systeem van uitlevering tussen staten te vervangen door een systeem van overlevering tussen ‘rechterlijke autoriteiten’ op basis van het beginsel van wederzijdse erkenning. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij uitlevering gaat om de verhouding tussen soevereine staten waarbij het al dan niet verlenen van medewerking niet alleen een juridische, maar ook een politieke dimensie heeft. Om die reden hebben politieke ambtsdragers, zoals Ministers van Justitie, een rol bij de beslissing om een uitleveringsverzoek in te dienen en bij de beslissing over de inwilliging van een uitleveringsverzoek.<footnote-ref linkend="_5ea9c65a-8b48-4f48-93cd-cae4bbf84f77" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van overweging 9 van de preambule in samenhang met overwegingen 5 en 6 van de preambule zou men Kaderbesluit 2002/584/JBZ zo kunnen uitleggen, dat het beoogt de rol van zulke politieke ambtsdragers bij de beslissing over de uitvaardiging en tenuitvoerlegging van EAB’s uit te sluiten.<footnote-ref linkend="_c59e57a7-8746-4f79-aec5-630b6213c298" /> Hun – eventuele – rol (zie artikel 7 Kaderbesluit 2002/584/JBZ) dient beperkt te blijven tot het verlenen van praktische en administratieve bijstand.<footnote-ref linkend="_40e8aac8-5e1e-4d96-aa87-71a81bb116b9" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Niet-autonome begrippen?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de toelichting bij het Voorstel en op de overwegingen 5, 6 en 9 van de preambule rechtvaardigt de omstandigheid dat Kaderbesluit 2002/584/JBZ anders dan het Voorstel geen definitie van het begrip ‘uitvaardigende rechterlijke autoriteit’ bevat niet zonder meer de conclusie dat Kaderbesluit 2002/584/JBZ de aanwijzing van een Ministerie van Justitie als ‘rechterlijke autoriteit’ toelaat.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook als sprake is van niet-autonome begrippen, zou men, gelet op de toelichting bij het Voorstel en de overwegingen 5, 6 en 9, de aanwijzing van een Ministerie van Justitie als ‘rechterlijk autoriteit’ kunnen aanmerken als strijdig met – in elk geval – één van de essentialia van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Naar het oordeel van de rechtbank staat dit echter niet buiten elke twijfel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Autonome begrippen?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als sprake is van autonome begrippen van Unierecht, kan uit de hiervoor gememoreerde totstandkomingsgeschiedenis van Kaderbesluit 2002/584/JBZ niet zonder meer de conclusie worden getrokken dat dit kaderbesluit de aanwijzing van een Ministerie van Justitie als uitvaardigende rechterlijke autoriteit toelaat. De toelichting bij het Voorstel en overwegingen 5, 6 en 9 van de preambule lijken eerder de gevolgtrekking toe te laten, dat zo een autoriteit niet een ‘rechterlijke autoriteit’ in de zin van artikel 6, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ kan zijn.   </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Relevant zou kunnen zijn de omstandigheid dat het EAB berust op een veroordeling door <emphasis role="italic">the Jonava Region District Court</emphasis>, dat aan het EAB dus een ‘rechterlijke beslissing’ in de zin van artikel 8, eerste lid aanhef en onder c, Kaderbesluit 2002/584/JBZ ten grondslag ligt en dat <emphasis role="italic">the Ministry of Justice of the Republic of Lithuania</emphasis> het EAB heeft uitgevaardigd op verzoek van een Litouwse rechtbank (zie het evaluatieverslag). Echter brengt dit naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer mee dat deze autoriteit daarom kan worden aangemerkt als een ‘rechterlijke autoriteit’ in de zin van artikel 6, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het vonnis van het <emphasis role="italic">United Kingdom Supreme Court</emphasis> in de zaak <emphasis role="italic">Bucnys.</emphasis><footnote-ref linkend="_09b06539-55cf-4f15-854f-2921d6c7ad2c" /> De redenering van het <emphasis role="italic">Supreme Court</emphasis> houdt in dat een EAB dat is uitgevaardigd door een Ministerie van Justitie kan worden aangemerkt als te zijn uitgevaardigd door een ‘rechterlijke autoriteit’, als de uitvaardiging uitsluitend plaatsvindt op verzoek en ter bekrachtiging van de beslissing dat de uitvaardiging van een EAB passend is én deze beslissing is genomen door de rechtbank die de veroordeling heeft uitgesproken. <emphasis role="italic">Materieel</emphasis> komt deze redenering erop neer dat de ‘rechterlijke autoriteit’ die de nationale ‘rechterlijke beslissing’ heeft genomen ook de ‘rechterlijke autoriteit’ is die het EAB heeft uitgevaardigd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In deze redenering ziet de rechtbank geen aanleiding om af te zien van het stellen van prejudiciële vragen. Dit vonnis dateert van vóór het arrest <emphasis role="italic">Bob-Dogi</emphasis>.<footnote-ref linkend="_5adccd75-e4aa-4515-88ea-9c8a5869315c" /> Uit dat arrest leidt de rechtbank af dat de ‘rechterlijke bescherming’ die gewaarborgd moet zijn op het niveau van de uitvaardiging van het EAB moet worden geboden door de ‘rechterlijke autoriteit’ die de uitvaardigende lidstaat heeft aangewezen als ‘uitvaardigende rechterlijke autoriteit’. Ten tijde van de uitvaardiging van het onderhavige EAB had Litouwen niet de rechtbank die de veroordeling heeft uitgesproken als ‘uitvaardigende rechterlijke autoriteit’ aangewezen, maar <emphasis role="italic">the Ministry of Justice of the Republic of Lithuania</emphasis>. Bovendien vindt bij de uitvaardiging van het EAB door <emphasis role="italic">the Ministry of Justice of the Republic of Lithuania</emphasis> geen proportionaliteitstoets plaats (zie het evaluatieverslag), terwijl naar het oordeel van de rechtbank juist een dergelijke toets onderdeel van de ‘rechterlijke bescherming’ op het niveau van de uitvaardiging van het EAB zou (moeten) uitmaken.   </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Pas als vaststaat dat het EAB is uitgevaardigd door een ‘rechterlijke autoriteit’ zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en dat het EAB dus een ‘rechterlijke beslissing’ is zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, Kaderbesluit EAB, komt de rechtbank toe aan de beoordeling van de inhoudelijke verweren tegen de overlevering.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het antwoord van het Hof op de prejudiciële vragen is dus noodzakelijk voor de door de rechtbank te nemen beslissing. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De beslissing van de rechtbank over de tenuitvoerlegging van het EAB is niet vatbaar voor ‘hoger beroep’ in de zin van artikel 267 VWEU. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal het onderzoek sluiten en heropenen, teneinde de volgende vragen voor te leggen aan het Hof van Justitie:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">1. Vormen de uitdrukkingen ‘rechterlijke autoriteit’ zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en ‘rechterlijke beslissing’ zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ autonome begrippen van Unierecht?</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">2. Indien het antwoord op vraag 1 bevestigend luidt: aan de hand van welke criteria kan worden vastgesteld of een autoriteit van de uitvaardigende lidstaat een dergelijke ‘rechterlijke autoriteit’ is en het door haar uitgevaardigde EAB bijgevolg een dergelijke ‘rechterlijke beslissing is?</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">3. Indien het antwoord op vraag 1 bevestigend luidt: valt the Ministry of Justice of the Republic of Lithuania onder het begrip ‘rechterlijke autoriteit’ zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en is het door deze autoriteit uitgevaardigde EAB bijgevolg een ‘rechterlijke beslissing’ zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ?</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">4. Indien het antwoord op vraag 1 ontkennend luidt: is de aanduiding van een autoriteit zoals the Ministry of Justice of the Republic of Lithuania als uitvaardigende rechterlijke autoriteit in overeenstemming met het Unierecht?</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek moet, na sluiting, worden heropend om de prejudiciële vragen voor te leggen aan het Hof van Justitie. De rechtbank zal bij afzonderlijke brief verzoeken om toepassing van de prejudiciële spoedprocedure.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SLUIT</emphasis> het onderzoek ter zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT</emphasis> het onderzoek ter zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKT </emphasis>het Hof van Justitie een uitspraak te doen over de volgende vragen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="italic">1. Vormen de uitdrukkingen ‘rechterlijke autoriteit’ zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en ‘rechterlijke beslissing’ zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ autonome begrippen van Unierecht?</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="italic">2. Indien het antwoord op vraag 1 bevestigend luidt: aan de hand van welke criteria kan worden vastgesteld of een autoriteit van de uitvaardigende lidstaat een dergelijke ‘rechterlijke autoriteit’ is en het door haar uitgevaardigde EAB bijgevolg een dergelijke ‘rechterlijke beslissing is?</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="italic">3. Indien het antwoord op vraag 1 bevestigend luidt: valt the Ministry of Justice of the Republic of Lithuania onder het begrip ‘rechterlijke autoriteit’ zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en is het door deze autoriteit uitgevaardigde EAB bijgevolg een ‘rechterlijke beslissing’ zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ?</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="italic">4. Indien het antwoord op vraag 1 ontkennend luidt: is de aanduiding van een autoriteit zoals the Ministry of Justice of the Republic of Lithuania als uitvaardigende rechterlijke autoriteit in overeenstemming met het Unierecht?</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SCHORST</emphasis> het onderzoek <emphasis role="bold">voor onbepaalde tijd</emphasis> in afwachting van de uitspraak van het Hof van Justitie.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van een tolk voor de Russische taal tegen de nog te bepalen datum en het nog te bepalen tijdstip.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. H.P. Kijlstra,									voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.J. Dondorp en C. Klomp,							rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. V.H. Glerum,						griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 2 september 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_29ff963b-60ad-48a7-9d2b-dfc899fe4998" label="1">
    <para> Council document 9652/04, p. 3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fdf9df5d-def3-4b79-b440-6f340613666e" label="2">
    <para> Council document 6309/14, p. 2-3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f7d3d833-34f4-4485-911b-6167396bf589" label="3">
    <para> Council document 12399/1/07 REV 1. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d97202e4-199c-4f3c-aa2f-4cd4563a4ae9" label="4">
    <para> Council document 17135/11, p. 1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b3274323-8502-41c4-9ac2-42f50e398aa6" label="5">
    <para> Rb. Amsterdam 16 augustus 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:5206 (C-452/16 (PPU)).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_96c88dc5-6bbf-424a-b7ba-05778a1a5415" label="6">
    <para> COM(2001) 522 final/2, p. 5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5ea9c65a-8b48-4f48-93cd-cae4bbf84f77" label="7">
    <para> In deze zin A-G Ruiz-Jarabo Colomer in zijn conclusie in de zaak <emphasis role="italic">Advocaten voor de Wereld </emphasis>(C-303/05, ECLI:EU:C:2006:552, punt 42).  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c59e57a7-8746-4f79-aec5-630b6213c298" label="8">
    <para> In deze zin A-G Ruiz-Jarabo Colomer: C-303/05, ECLI:EU:C:2006:552 (Advocaten voor de Wereld), punt 45.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_40e8aac8-5e1e-4d96-aa87-71a81bb116b9" label="9">
    <para> In deze zin A-G Ruiz-Jarabo Colomer: C-303/05, ECLI:EU:C:2006:552 (Advocaten voor de Wereld), punt 20. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_09b06539-55cf-4f15-854f-2921d6c7ad2c" label="10">
    <para>
      <emphasis role="italic">Bucnys v Ministry of Justice</emphasis> [2013] UKSC 71 (20 November 2013). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5adccd75-e4aa-4515-88ea-9c8a5869315c" label="11">
    <para> HvJ EU 1 juni 2016, C-241/15, ECLI:EU:C:2016:385.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>