<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2016:4156</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-28T13:50:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-06-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 15 _ 1004</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2018:983" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2018:983, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:4156">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:4156</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-01T11:00:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2016:4156 Rechtbank Amsterdam , 14-06-2016 / AWB - 15 _ 1004</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2016:4156:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep niet-ontvankelijk. Niet is gebleken dat de advocaat gemachtigd is namens de minderjarige in rechte op te treden. In een geval als het onderhavige, waar sprake is van tegenstrijdige belangen van de minderjarige en (een van) de ouders, is meer nodig dan de vertaling door de vader van een vrijwel onleesbare brief van de minderjarige.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2016:4156:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 15/1004 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 14 juni 2016 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te [woonplaats] , Bolivia, hierna: [naam 1] ,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">William Schrikker Groep </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. T.I. Visser).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 13 januari 2015 heeft de William Schrikker Groep </para>
      <para>mr. A.J.R. Oude Middendorp (hierna mr. Oude Middendorp) meegedeeld afgifte dan wel afschrift van het dossier van [naam 1] te weigeren. Namens [naam 1] heeft mr. Oude Middendorp tegen die beslissing beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 juni 2016. [naam 1] is niet verschenen. </para>
      <para>Mr. Oude Middendorp is verschenen. De William Schrikker Groep heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was namens de William Schrikker Groep ter zitting aanwezig [naam 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Mr. Oude Middendorp heeft gesteld dat hij namens [naam 1] als gemachtigde optreedt. Ter onderbouwing heeft mr. Oude Middendorp een kopie van een in de Spaanse taal opgestelde, handgeschreven en naar gesteld van [naam 1] afkomstige brief overgelegd. Deze brief was als bijlage gevoegd bij een e-mailbericht van 24 september 2014, afkomstig van het  e-mailadres van de vader van [naam 1] . Het e-mailbericht bevat volgens mr. Oude Middendorp de vertaling van de brief van [naam 1] . De vader van [naam 1] zou de brief hebben vertaald uit het Spaans. De tekst van het e-mailbericht luidt: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beste meneer Oude Middendorp,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In Nederland hebben gemene mensen mij veel pijn en verdriet gedaan. Kunt u zorgen dat zij daarvoor straf krijgen?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [eiser]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Desgevraagd heeft mr. Oude Middendorp ter zitting verklaard zelf niet te weten wat er in de handgeschreven brief staat omdat hij de Spaanse taal niet beheerst. Hij is afgegaan op de vertaling van de vader van [naam 1] in de e-mail van 24 september 2014. Verder heeft mr. Oude Middendorp ter zitting desgevraagd verklaard dat hij via [naam 3] , de oma van [naam 1] , contact heeft gehad met de vader van [naam 1] en dat de vader van [naam 1] hem heeft gemachtigd te procederen. Daarbij heeft mr. Oude Middendorp er op gewezen dat de vader van [naam 1] sinds 24 maart 2015 het gezag over [naam 1] heeft. Mr. Oude Middendorp heeft nooit met [naam 1] zelf gesproken. </para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat [naam 1] mr. Oude Middendorp heeft gemachtigd namens hem te procederen. De e-mail van het e-mailadres van de vader van [naam 1] met daarin de gestelde vertaling - door de vader - van de brief van [naam 1] is onvoldoende om dit te kunnen aannemen. Mr. Oude Middendorp heeft geen kennis genomen van de inhoud van de brief zelf. Bovendien geldt dat juist in een geval van een minderjarige zoals [naam 1] , waar sprake is van tegenstrijdige belangen met (een van) de ouders, meer nodig is dan een brief met een dergelijke - zeer magere - inhoud. Dat mr. Oude Middendorp door de vader van [naam 1] is gemachtigd, betekent niet dat [naam 1] mr. Oude Middendorp heeft gemachtigd namens hem op te treden.</para>
    <para />
    <para>4. Nu niet is gebleken dat mr. Oude Middendorp door [naam 1] is gemachtigd om in rechte op te treden, kan niet worden vastgesteld dat het beroep namens [naam 1] is ingediend. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. Broekhuis, voorzitter, tevens kinderrechter, mrs. J.T. Kruis en B.C. Langendoen, leden, in aanwezigheid van M.E. Sjouke, griffier, op </para>
      <para>14 juni 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	</para>
      <para>						voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. </para>
      <para>Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>