<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2016:3784</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-23T15:43:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-06-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-737956-13    RK 14-2247</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#internationaalPubliekrecht">Internationaal publiekrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:3784">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:3784</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-23T15:41:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2016:3784 Rechtbank Amsterdam , 14-06-2016 / 13-737956-13    RK 14-2247</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2016:3784:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De officier van justitie wordt – conform de eis – niet-ontvankelijk verklaard in de vordering ex artikel 23 Overleveringswet.</para>
        <para>De Duitse rechter heeft, na een procedure van ongeveer twee jaar, het onderliggende arrestatiebevel ingetrokken.</para>
        <para>Opmerkelijk is dat het Duitse vonnis waarbij die intrekking bepaald is, een kennelijk onjuiste datum vermeldt van het bevel dat ten grondslag ligt aan het EAB. Nu de overige gegevens overeen komen, beschouwt de rechtbank die datum als een kennelijke verschrijving en gaat zij er van uit dat het EAB als ingetrokken kan worden beschouwd.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2016:3784:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM, </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.737956-13</para>
      <para>RK nummer: 14/2247</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 14 juni 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 3 april 2014 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 23 augustus 2013 door het <emphasis role="italic">Staatsanwaltschaft Stralsund</emphasis> (Bondsrepubliek Duitsland) en strekt tot de aanhouding: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Nederland) op [geboortedatum] 1974, </para>
      <para>ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en verblijvend op het adres [adres] , [woonplaats] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 10 juni 2014. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft.</para>
      <para>De opgeëiste persoon noch zijn raadsvrouw mr. T.M.D.  Buruma zijn verschenen.<?linebreak?>De rechtbank heeft naar aanleiding van een schriftelijk verzoek van de raadsvrouw, ingediend op 4 juni 2014, het onderzoek geschorst tot 1 juli 2014 teneinde het beroep tegen het oordeel van de rechtbank in Duitsland inzake het Duitse aanhoudingsbevel af te wachten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 10 juni 2014 de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 1 juli 2014.<?linebreak?>De opgeëiste persoon is wederom niet verschenen. Aanwezig is geweest zijn raadsvrouw mr. Buruma, die heeft verklaard door de opgeëiste persoon uitdrukkelijk gemachtigd te zijn namens hem het woord te voeren.<?linebreak?>Op verzoek van de raadsvrouw en op vordering van de officier van justitie heeft de rechtbank het onderzoek andermaal geschorst, dit keer voor onbepaalde tijd, teneinde de beslissing van de rechtbank in Duitsland af te wachten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 1 juli 2014 de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid OLW uitspraak zou moeten doen voor onbepaalde tijd verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. </para>
      <para>
        <?linebreak?>Op 13 juni 2016 heeft de rechtbank bericht ontvangen van de raadsvrouw dat het EAB is ingetrokken. Als bijlage bij haar brief bevindt zich een fotokopie van een vonnis van 28 juli 2015 waarbij het aanhoudingsbevel van het Amtsgericht Stralsund van 4 maart 2013 (kenmerk 332 Gs 225/13) wordt opgeheven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 14 juni 2016 is het onderzoek voortgezet. Gehoord is de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel. De opgeëiste persoon is niet verschenen, evenmin als zijn raadsvrouw na voorafgaand bericht.  De officier van justitie heeft haar niet-ontvankelijkheid gevorderd, gelet op het feit dat de grondslag aan het EAB is komen te vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. Gebleken is dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een Haftbefehl, uitgevaardigd door het Amtsgericht Stralsund van 7 augustus 2013 (Aktenzeichen: 332 Gs 225/13).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan twee naar het recht van Bondsrepubliek strafbare feiten, zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
      <para>De verdenking luidt:</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">de beklaagde wordt ervan verdacht tussen augustus 2012 en februari 2013 in Dettmannsdorf (Mecklenburg-Vorpommern, Duitsland) in een verder leegstaande opslagplaats een cannabisplantage te hebben gehouden en op zijn minst één keer de opbrengst van op zijn minst 1.000 cannabisplanten op winstgevende wijze doorverkocht te hebben. Tijdens de doorzoeking van de opslagloods op 13-02-2013 werden 1.625 cannabisplanten met een grootte van telkens ongeveer 70 centimeter in beslag genomen..</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Ontvankelijkheid officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
      <para>Het vonnis van 28 juli 2015 is alleen in Nederlandse vertaling aan de rechtbank overgelegd. Het vonnis verwijst naar een aanhoudingsbevel van het Amtsgericht Stralsund van 04-03-2013 met het kenmerk 332 Gs 225/13. De rechtbank stelt vast dat deze datum noch de datum van het aan het EAB ten grondslag liggende aanhoudingsbevel is (dat immers van 7 augustus 2013 dateert), noch betrekking kan hebben op het EAB zelf (dat van 23 augustus 2013 dateert en is uitgevaardigd door de Staatsanwaltschaft Stralsund).</para>
      <para>Het vonnis van 28 juli 2015 heeft betrekking op de opgeëiste persoon die met name wordt genoemd en in de summiere tekst van het vonnis wordt verwezen naar het kenmerk dat inderdaad gekoppeld is aan het aanhoudingsbevel, dat de grondslag vormt voor het EAB. Ditzelfde kenmerk staat ook vermeld in de kop van het vonnis.</para>
      <para>In het dossier bevindt zich correspondentie tussen het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) te Amsterdam en het Openbaar Ministerie te Stralsund waaruit blijkt dat de grondslag aan het EAB is ontvallen (e-mail 19 april 2016, 12:32 uur).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet hierop gaat de rechtbank er vanuit dat het aanhoudingsbevel van 7 augustus 2013 dat aan het EAB ten grondslag ligt en dat het kenmerk 332 Gs 225/13 draagt, is komen te vervallen en dat daarmee het EAB als ingetrokken kan worden beschouwd. De in het vonnis van 28 juli 2015 genoemde datum 04-03-2013 moet naar het oordeel van de rechtbank dan ook beschouwd worden als een kennelijke verschrijving.</para>
      <para>De rechtbank zal de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERKLAART </emphasis>de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEFT OP </emphasis>de geschorste overleveringsdetentie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door<?linebreak?>mr. C. Klomp,	 				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. M. Woerdman en B. Poelert,	                      				   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van L.C. Werkman,			                              griffier,<?linebreak?>en uitgesproken ter openbare zitting van 14 juni 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>