<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2016:2413</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T07:51:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-03-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EA VERZ 16-216</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2016/1197</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2016-0448</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2016-0448</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:2413">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:2413</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-25T08:38:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2016:2413 Rechtbank Amsterdam , 30-03-2016 / EA VERZ 16-216</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2016:2413:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontbinding op e-grond wegens niet meewerken aan re-integratie. Geen transitievergoeding, niet omdat werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld maar omdat hij ter zitting heeft aangegeven dat hij de arbeidsovereenkomst met werkgever zelf wil beëindigen wegens zijn andere werkzaamheden en er na de loonsanctie ook vanuit was gegaan dat de arbeidsovereenkomst ook beëindigd was.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2016:2413:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1024b3a3-49b7-44a8-a776-48e57b6732f9" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1ac7bb18-46db-49f0-9f7d-9df65c464d33" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 4849976  EA VERZ  16-216</para>
      <para>beschikking van: 30 maart 2016</para>
      <para>func.: 623</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>I n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de besloten vennootschap Asito Amsterdam B.V.</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Almelo</para>
      <para>verzoekster</para>
      <para>nader te noemen: Asito</para>
      <para>gemachtigde: mr. M. Leidekker</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [gedaagde]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>verweerder</para>
      <para>nader te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>procederend in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">VERLOOP VAN DE PROCEDURE</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Asito heeft op 23 februari 2016 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.<?linebreak?></para>
      <para>Het verzoek is mondeling behandeld ter terechtzitting van 23 maart 2016. Asito is verschenen bij [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] , vergezeld door de gemachtigde. [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht. Na verder debat is een datum voor beschikking bepaald. De griffier heeft aantekeningen gemaakt die aan het dossier zijn toegevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>GRONDEN VAN DE BESLISSING</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Uitgangspunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Uitgegaan wordt van het volgende.</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] , geboren op [geboortedatum] , is sedert [datum] in dienst van Asito en is laatstelijk werkzaam in de functie van medewerker algemeen schoonmaakonderhoud. De arbeidsomvang bedroeg laatstelijk 12,5 uur per week. Het bruto uurloon bedroeg laatstelijk € 11,46 exclusief vakantietoeslag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Sinds 25 augustus 2014 hebben partijen een re-integratietraject gestart. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Na zijn vakantie is [gedaagde] op 15 augustus 2015 niet op het werk verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is niet verschenen op de afspraken bij de bedrijfsarts op 18 augustus 2015, 15 september 2015 en 22 september 2015. Hiervoor heeft [gedaagde] op 8 oktober 2015 een officiële waarschuwing van Asito gekregen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is niet op een verzuimgesprek op 12 oktober 2015 verschenen. Vanaf die datum is de loonbetaling opgeschort. Dit was tevoren in een brief aangekondigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is niet verschenen op een afspraak op 19 oktober 2015 en 27 oktober 2015.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>Asito heeft een deskundigenoordeel van het UWV aangevraagd. In dit deskundigenoordeel van 24 november 2015 heeft de arbeidsdeskundige geoordeeld dat de re-integratie-inspanningen van [gedaagde] onvoldoende waren.<?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek</title>
    <para />
    <para>2. Asito verzoekt de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] zonder toekenning van een transitievergoeding te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a jo. 7:669 lid 3, primair onderdeel e en subsidiair onderdeel g van het Burgerlijk Wetboek (BW). </para>
    <para>3. Aan dit verzoek legt Asito ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – verwijtbaar handelen van [gedaagde] . Hij heeft op meerdere uitnodigingen (per post en per e-mail verstuurd) voor het spreekuur van de bedrijfsarts en gesprekken met Asito niet gereageerd. Ook na opschorting van de loonbetaling heeft [gedaagde] niets van zich laten horen. Zodoende heeft [gedaagde] niet aan zijn re-integratieverplichtingen voldaan. Zijn nalatigheid is dus danig verwijtbaar dat dit tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zonder transitievergoeding zou moeten leiden.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verweer</title>
    <para>4. [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij de uitnodigingen voor het spreekuur van de bedrijfsarts en gesprekken met Asito niet heeft ontvangen. Hij leest zijn e-mail niet, hij heeft ook geen internetverbinding en hij is net voor zijn vakantie verhuisd en de post is, ondanks dat hij zijn nieuwe adres aan Asito heeft doorgegeven, naar zijn oude adres toegestuurd. Het deskundigenoordeel van het UWV heeft hij wel ontvangen. Hij heeft daarop en op de loonsanctie niet gereageerd. Hij heeft al ruim 20 jaar een andere fulltime baan en wegens zijn medische situatie kan hij niet langer daarnaast nog voor Asito in de avonduren werken. Hij geeft dan ook aan zijn arbeidsovereenkomst met Asito te moeten beëindigen. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling<?linebreak?></title>
    <para>5. Asito stelt dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in feit dat [gedaagde] meer malen niet heeft gereageerd op uitnodigingen voor bezoeken aan de bedrijfsarts en gesprekken met Asito in het kader van zijn re-integratie. Voor zover Asito de brieven al verkeerd zou hebben geadresseerd dan lag het toch tenminste op de weg van [gedaagde] om te zorgen dat hij zijn e-mails kon raadplegen – het e-mailadres heeft hij immers zelf aan Asito opgegeven – en dat hij zelf contact met Asito zou opnemen, zeker naar aanleiding van de loonsanctie en het deskundigenbericht. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan, naar eigen zeggen omdat hij na de loonsanctie dacht dat de arbeidsovereenkomst tot een einde was gekomen, waar hij zich ook in kon vinden omdat hij zijn werk bij Asito niet langer kon combineren met zijn werk bij een andere werkgever.</para>
    <para>6. Aldus is [gedaagde] zonder deugdelijk grond zijn re-integatieverplichtingen niet nagekomen en is er sprake van verwijtbaar handelen van [gedaagde] als bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel e, BW. Gelet op die grond ligt een herplaatsing van [gedaagde] – voor zover mogelijk – niet in de rede. </para>
    <para>7. De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van Asito zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8, onderdeel e, BW zal worden ontbonden met ingang van 1 mei 2016. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd. Voor een kortere ontbindingstermijn ziet de kantonrechter geen aanleiding. Daarvoor zou [gedaagde] niet alleen verwijtbaar maar ernstig verwijtbaar moeten hebben gehandeld. Asito heeft niet beargumenteerd waarom de verwijtbaarheid ernstig zou zijn. </para>
    <para>8. De kantonrechter zal bepalen dat Asito geen transitievergoeding verschuldigd is. Tot dit oordeel komt de kantonrechter niet omdat [gedaagde] ernstig verwijtbaar zou hebben gehandeld maar omdat [gedaagde] ter zitting heeft aangegeven dat hij de arbeidsovereenkomst met Asito zelf wil beëindigen wegens zijn andere werkzaamheden en er na de loonsanctie ook vanuit was gegaan dat de arbeidsovereenkomst ook beëindigd was. </para>
    <para>9. Nu aan de ontbinding geen vergoeding wordt verbonden, hoeft Asito geen gelegenheid krijgen het verzoek in te trekken. </para>
    <para>10. De proceskosten worden gecompenseerd in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.<?linebreak?></para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen zonder toekenning van een transitievergoeding met ingang van 1 mei 2016;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gegeven door mr. K.G.F. van der Kraats, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>