<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2015:8397</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-29T10:04:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-05-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751174-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:8397">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:8397</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-29T09:52:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2015:8397 Rechtbank Amsterdam , 22-05-2015 / 13/751174-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2015:8397:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overlevering, Roemenië, verzetgarantie</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2015:8397:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">		      INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751174-15</para>
      <para>RK nummer: 15/1557</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 22 mei 2015 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 5 maart 2015 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 26 juli 2013 door <emphasis role="italic">the Buftea Court</emphasis> (Roemenië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] , ook bekend onder de naam [naam] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] , China, op [geboortedatum] 1980, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>thans gedetineerd in de [detentie adres] , </para>
      <para>
        [te plaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 14 april 2015. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. R. Malewicz, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Mandarijn taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 14 april 2015 de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij tussenuitspraak van 28 april 2015 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en gelijktijdig voor onbepaalde tijd geschorst teneinde de officier van justitie de gelegenheid te geven onder andere aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te vragen welke voorwaarden worden gesteld bij het instellen van verzet, op basis van artikel 466 van de <emphasis role="italic">Romanian Criminal Procedure Code</emphasis>, alsmede of de opgeëiste persoon aan al die voorwaarden voldoet zodat het op voorhand zeker is dat hij recht kan doen gelden op een verzetgarantie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij e-mails van respectievelijk 8 en 15 mei 2015 zijn deze vragen beantwoord door de Roemeense justitiële autoriteit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het onderzoek ter zitting is hervat op 22 mei 2015. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. R. Malewicz, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Mandarijn taal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon 		</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Chinese nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis nummer 2492 van 18 november 2004, uitgesproken door <emphasis role="italic">the Buftea Court, Penal Division</emphasis> (nr. 5772/2004), onherroepelijk geworden door de ‘<emphasis role="italic">penal dicision</emphasis>’ (nr. 309) van de Court of Bucharest van 28 maart 2005.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zes jaar. Deze straf is door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW  </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De na de tussenuitspraak van deze rechtbank verstrekte verzetgarantie is nog steeds onvoldoende. Er is aan de Roemeense justitiële autoriteit gevraagd of de opgeëiste persoon gebruik kan maken van het recht om verzet tegen het Roemeense vonnis in te stellen en het antwoord luidt als het ware: ‘het hangt er van af’. Het is wel zo dat er algemene voorwaarden in artikel 466 van de<emphasis role="italic"> Romanian Penal Procedure Code</emphasis> worden gesteld, maar dan nog kan de Roemeense justitiële autoriteit niet aangeven of een dergelijk verzoek van de opgeëiste persoon kans van slagen heeft. Uit de e-mail van de justitiële autoriteit van 8 mei 2015 blijkt dat de opgeëiste persoon zelf moet aantonen dat hij niet geïnformeerd was. Daarin zit hem de pijn. De opgeëiste persoon moet onderbouwen dat hij geen schrijven van de Roemeense justitiële autoriteit heeft gekregen, althans dat het hem niet onder ogen is gekomen. Hoe toon je echter aan dat je niet geïnformeerd bent? Ook in de aanvullende e-mail van 18 mei 2015 stelt de Roemeense justitiële autoriteit: “<emphasis role="italic">(…) nobody can say 100% honest that [opgeëiste persoon] cab obtain a retrial, only that he can request this fact.</emphasis>” </para>
        <para>Daarmee is het probleem op de kaart gezet: de verzetgarantie is geen garantie dat er een nieuwe terechtzitting zal plaatsvinden, maar alleen dat de opgeëiste persoon hierom kan verzoeken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het antwoord van de Roemeense justitiële autoriteit is van dien aard dat dit mogelijk tot een weigering van de overlevering zal leiden. Dit betekent overigens niet dat de overlevering op basis van Roemeense EAB’s die op de executie van een verstekvonnis zien, nimmer zal kunnen worden toegestaan, gelet op de formulering van artikel 466 van de<emphasis role="italic"> Romanian Penal Procedure Code</emphasis>. Het is letterlijk artikel 4bis van het Kaderbesluit EAB. </para>
        <para>De conclusie is aldus dat de overlevering in de onderhavige zaak, gelet op de antwoorden van de Roemeens justitiële autoriteit, moet worden geweigerd, maar dat dit niet uitsluit dat in andere Roemeense overleveringszaken wel een zinvolle verzetgarantie kan worden verstrekt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 12 OLW wordt overlevering niet toegestaan als het EAB strekt tot tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid, tenzij zich één van de onder a tot en met c genoemde omstandigheden voordoen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Doet één van deze omstandigheden zich niet voor, dan mag de rechtbank op grond van artikel 12, onder d OLW de overlevering alleen toestaan indien de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld (i) dat het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en (ii) hij wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De Roemeense justitiële autoriteit heeft bij e-mail van 8 mei 2015 het volgende verklaard:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Concerning the requesting for a retrial nobody can not ensure that a request of this type will be accepted ot not.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">When the convicted person wants this, he request this befor the Court and his request arrive to a judge choose by the computer. Only the judge can say if the request can be accepted or not after he analyze the case. Even if I am a judge also, every judge may have his opinion about a case or another. About the legal conditions for accepting this type of request, the conditions are:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">a) the reuqest must be made within a month since he know about the punishment;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">b)he have to proove he wasn’t noticed abot the trial or if he was noticed he was not present at the trial by not his fault and he has not the possibility to contact the court with these details.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">The art 466 does not allow for the retrial the person who had an chosen lawer or the person that after knowing the sentence did not declare an appeal or he give up at his appeal already declared.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De Roemeense justitiële autoriteit heeft bij e-mail van 18 mei 2015 aanvullend verklaard:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Considering that avery request in justif=ce is handeled by a judge from a Court, and every judge may have his opinion concerning the conditions for retrial i can say nobody can say 100% honest that [opgeëiste persoon] cab obtain a retrial, only that he can request this fact.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">About the one month term i can say the term is considered starting since [opgeëiste persoon] will arrive in Romania. But as i sayd before only the judge that will receive his retrial request can establish this thing.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank voldoet deze verklaring niet aan de eisen van artikel 12 sub d OLW. Weliswaar kan de opgeëiste persoon een verzoek indienen voor een hernieuwde behandeling van zijn strafzaak, maar of hij daadwerkelijk in aanmerking komt voor een hernieuwde behandeling van de zaak blijft ongewis. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de verzetgarantie ontoereikend is en zal de overlevering worden geweigerd.   </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW aan de orde is, dient de overlevering te worden geweigerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen en 2, 5, 7 en 12 Overleveringswet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon] , ook bekend onder de naam [naam] , </emphasis>aan <emphasis role="italic">the Buftea Court</emphasis> (Roemenië).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. H.P. Kijlstra,	  						                         voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.R.P.J. Davids en R.W.L. Koopmans,  		                   			 rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens,			                          griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 22 mei 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De voorzitter is buiten staat deze</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">								uitspraak mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">								De jongste rechter is buiten staat deze</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">								uitspraak mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>